Uitgangspunten van de school
Gelijkwaardigheid van iedereen en respect voor het individu als mens, liggen ten grondslag aan de sociaal pedagogische opgave van onze school.
De school zal voorwaarden scheppen zodat de leerling zich kan ontwikkelen tot een zo evenwichtig mogelijke persoonlijkheid, die bewust van zijn verantwoordelijkheid, bereid en in staat is om op het niveau van zijn mogelijkheden, deel te nemen aan het maatschappelijk leven.
* * *

God schenk mij de gelijkmoedigheid om te accepteren wat ik niet veranderen kan; de moed om te veranderen wat ik kan; en de wijsheid om het verschil te kennen.
* * *

Iemand vroeg eens aan een bouwvakker; "Wat ben je aan het doen?" De bouwvakker antwoordde: "Ik ben stenen aan het bikken." Dezelfde vraag stelde de bezoeker aan de man naast de stenenbikker: "Wat ben je aan het doen." Hij antwoordde: "Ik ben een kathedraal aan het bouwen."
* * *

'Het overdragen van kennis heeft zin in een omgeving, die niet aan verandering onderhevig is. Wij leven in een omgeving, die voortdurend aan verandering onderhevig is.
Het onderwijsdoel moet zijn : bevorderen van het veranderen en van het leven.'
Carl Rogers
* * *

'De begeleiding van het zinvolle leren berust op bepaalde hoedanigheden in houding en instelling, die in de persoonlijke relatie tussen begeleider en lerende tot uitdrukking komt.'
Carl Rogers
* * *

'De leraar die georiŽnteerd is op het vrijmaken van de mogelijkheden van de leerlingen, vertoont in hoge mate eigenschappen die het leren bevorderen. De leraar die georiŽnteerd is op de tekortkomingen van de leerlingen, vertoont deze eigenschap in veel geringere mate.'
Carl Rogers
* * *

'Iedere succesvolle onderwijsman heeft zijn eigen stijl om zijn leerlingen het leren te vergemakkelijken. Er is zeker niets slechts ťťn weg, om dit doel te bereiken.'
Carl Rogers
* * *

'Het vermogen om te veranderen is de enige verworvenheid, die de moderne wereld zich als zinvol onderwijsdoel kan stellen.'
Carl Rogers
* * *

'Kennis is beslist heel belangrijk, maar met louter en alleen kennis kun je niemand helpen. Als je ook niet je hoofd en je hart en je ziel laat meespreken, kun je geen mens ter wereld helpen.'
Elisabeth KŁbler-Ross
* * *

'Je maakt de mensen alleen maar slechter, door ze te nemen zoals ze zijn. Als we de mensen echter behandelen, alsof ze waren, wat ze zouden moeten zijn, dan helpen we ze te worden waartoe ze in staat zijn.'
Goethe
* * *

'Het onderwijs zal de mensheid slechts wezenlijk kunnen dienen, wanneer het de leerlingen gaat helpen, zelf steeds opnieuw nieuwe antwoorden op de voortdurend wisselende vragen te leren vinden, hen helpt zich zelfstandig, creatief en constructief aan de veranderende wereld te leren aanpassen.'
Prof. Dr. A.J.M. Vossen
* * *

'Een goede leraar moet een werkelijk bestaande man zijn en werkelijk aanwezig zijn voor zijn leerlingen. Hij onderwijst door contact. Contact is primair in het onderwijs.'
Martin Buber
* * *

'Onderwijzen is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vlam.'
Herakleitos
* * *

'Kinderen worden opgeleid om als gereedschap voor de maatschappij te dienen. Vooral de hersens worden getraind. Maar als je geen beroep doet op het hart van iemand, kun je nooit een volledig mens tot bloei brengen.'
Jabulani Banda (Zuidafrikaans vrijheidsstrijder die verbonden is aan de Vrije School beweging) in Jonas 26 april 1996
* * *

'De rug van ieder mens zit vol met etiketten, die anderen erop plakken.'
* * *

'Wat jouw moet aanzetten tot handelen, dat is de onmacht van de ander en niet de macht van jezelf.'
Levinaat (Joods filosoof)
* * *

'De wijze waarop kinderen de wereld zien, hangt in hoge mate af van de wijze waarop opvoeders en pedagogen de wereld presenteren.'
Lea Dasberg
* * *

'In het onderwijs aan kinderen heeft de beste methode geen effect als er geen relatie is tussen kind en leerkracht.'
* * *

'Wie gaat er eigenlijk in de fout; de leerling of de leerkracht?'
* * *

'Doet de leerling het verkeerd, dan is het hem niet goed geleerd.'
Uit de leermeestercursus van de Stichting Vakonderwijs Horecabedrijven.
* * *

'Kinderen moeten leren als mens iets te zijn, en niet om later iets te worden.'
* * *

'Je eigen mogelijkheden en onmogelijkheden onderkennen is een voorwaarde om tot opvoeden te komen.'
* * *

'De school is zo rijk, als de man of vrouw voor de klas.'
* * *

'De school moet er zijn om uit je te halen, wat erin zit.'
* * *

'Jongelui doen met opzet gek en tot hun eigen vermaak. Volwassen kunnen tot hun ergernis niet anders.'
Friedrich Richter.
* * *

'Opvoeden is: de ander kansen schenken om zichzelf te worden.'
* * *

'In ieder 'ik' leeft afweer voor diegene die anders is. Men neigt ertoe kinderen af te wijzen, die afwijken van het gewone. Deze afweer laat zich onder andere verklaren als zelfbescherming van de leerkracht. Deze beseft dat alles wat afwijkt, extra aandacht, tijd en moeite zal kosten. Dieper echter ligt de angst voor pijn, lijden, chaos en dood aan de afweer ten grondslag.'
Uit: Een kind als Clary
* * *

'Pas als ongelijkheid geaccepteerd wordt, krijgt gelijkwaardigheid een kans.'
Uit: Een kind als Clary
* * *

'Het leven van een kind met een handicap is net zo waardevol als het leven van een gezond en begaafd kind. Omdat elke mens alle kansen moet krijgen die voorhanden zijn, om mens zijn ten volle te beleven.'
Uit: Een kind als Clary
* * *

'Leraren zijn de helden van deze tijd.'
Dustin Hofman
* * *

'De hele opvoeding is een kwestie van liefde, geduld en wijsheid. De laatste twee groeien, waar de eerste heerst'.
Jan Lighart.
* * *

'Veel mensen hebben een haarfijn onderscheidingsvermogen voor het feit of een uitspraak die je doet door de bodem van de ziel is gegaan. Iedereen kent dat in het intermenselijk verkeer. De ťťn is geloofwaardig, de ander niet. Je hebt een innerlijke norm voor waarheid en die moet je niet toetsen aan de acceptatie van de buitenwereld.'
H.A.
* * *

'Er is ongelooflijk veel over opvoeden geschreven, als we 10% toepasten van hetgeen we samen weten, hadden we een andere wereld. Oorlogen zouden niet meer bestaan, honger zou tot het verleden behoren, iedereen zou in een behoorlijk huis wonen.'
Pieter Langedijk
* * *

Het onderwijs blijft een voortdurend veranderend strijdtoneel in allerlei opzichten. Als leerkracht hebben we allemaal ons eigen beeld van 'de' werkelijkheid ten aanzien van leerlingen.
* * *

'Veel docenten zijn vaak blij om tips te krijgen over hun manier van lesgeven. Elke leraar wil dat het werkt. U zou toch niet willen dat een leerling over uw lessen schreef:' Ik ben steeds minder gemotiveerd voor dit vak.' Als dan blijkt dat het weer gaat, staan ze ineens weer met plezier voor de klas.'
  1. 'Orde betekent nog niet, dat er iets geleerd wordt. Het is niet zo dat iemand die goed orde kan houden, ook en goede leerkracht is.'
  2. 'Wat is de beste manier van orde houden? Die is er niet. Het is essentieel dat de docent zijn eigen manier vindt. Kinderen worden knettergek als ze steeds hetzelfde type voor zich krijgen.'
  3. 'Als je het nodig vindt om te straffen, doe dat dan op een logische manier. Bouw je strafmaatregelen op en bedenk wat je er mee wilt bereiken. Niet in ťťn keer iemand eruit sturen, maar eerst waarschuwen. Anders komt de straf als een donderslag bij heldere hemel en heeft een leerling niet de kans het foute gedrag te corrigeren.'
  4. 'Opdrachten moeten duidelijk zijn. 'Snappen we het allemaal' of het bekende 'Vragen ? geen vragen,' hebben geen zin. Iedereen snapt altijd alles. Zo niet, dan zullen ze dat niet laten merken aan hun klasgenoten. Het is de leeftijd van de uiterlijkheden, ook van de schaamte. Controleer of de boodschap is overgekomen door iemand persoonlijk te vragen.'
  5. 'Een docent moet veel bewegen. Loop veel, maak veel gebaren, wees dynamisch.'
  6. Spreek leerlingen persoonlijk aan, niet als groep. De groep voelt zich namelijk vaak geen groep. De een voelt zich niet verantwoordelijk voor het gedrag van de ander. Een centrale strafregels als: 'Wie nu nog iets zegt, vliegt eruit,' pakt bijna altijd verkeerd uit. In het nadeel dan van de onschuldigen. Niet doen dus.
  7. Juist onze vorm van onderwijs (vmbo) biedt een geweldige uitdaging om te kunnen ervaren wat je allemaal met dwarskonten, luilakken, stommerds, stiekemerds en ander asociaal gespuis, maar ook timide, niet weerbare, contactarme, misbruikte jonge mensen middels je vak kunt doen om ze te helpen een plaatsje te vinden in de wereld.
  8. We kýnnen niet alleen een leerfabriek zijn, waar alleen de cijfertjes tellen.
  9. Wie zich op de eerste plaats vakman voelt, zal mettertijd een grote teleurstelling ervaren als blijkt dat leerlingen er niet mee doorgaan. Wie zich realiseert dat je aan leerlingen met behulp van je vak een heleboel kan meegeven waar ze in het leven mee vooruit kunnen en wat ze in elk vakgebied kunnen gebruiken, is een gelukkig mens. Hij boekt altijd resultaat.
* * *

'Wat hebben wij schoolmeesters de mensen toch dwaas weten te krijgen met onze gewichtigheid. Hoe hebben wij allen, van de kleuterjuf tot aan de professor toe, de mensheid een verwrongen kijk op het leven weten te bezorgen. Met onze examens, diploma's, getuigschriften en rapporten met onze waarderingscijfers van 62 of 7-. Maar wŗŗr blijven de wijze grijsaards die toch wel geleerd hebben te lachen om de suggestie der school? Waarom laten zij, die ons toch wel doorzien, niet een glimpje van de eeuwigheid lichten over de belachelijke ernst, waarmee we het vingerhoedje kennis-en-weten waar wij voor zorgen, willen gerespecteerd zien als een scheepslading nuttige wijsheid? Ze laten ons maar heersen.
Zo'n moeder Hellendoorn, in plaats van onbekommerd te juichen om het grote feit dat ze Koba nog heeft, zit in angst dat ik over een half jaar zal komen met het verschrikkelijke vonnis, dat Koba nog niet goed een of andere malle taaloefening kan invullen...
Mijn vrouw heeft bij de wieg van ons dochtertje al van die vage zorgen, dat het later op school wel eens niet helemaal vlot kan gaan, en poogt zichzelf gerust te stellen dat ik als vader, zelf gelukkig schoolmeester ben en dus als redder kan optreden...
Mijn buurman heeft een prachtjongen op de HBS - toen de jongen verleden jaar is blijven zitten, heeft in dat gezin dagenlang een Godslasterlijke droefenis geheerst, een begrafenisstemming, alsof er iets wezenlijks gebeurd was.
Hoe hebben we onze arme medemensen zo dwaas kunnen krijgen. En hoe houden we die dwaasheid er zo in?'
Bewerking uit: 'Schoolland' van Theo Thijssen
* * *

De enige taak van de leraar is om een keuzepakket aan te bieden van alle bekende en onbekende methodes, die het leren voor een leerling kunnen veraangenamen. Het is waar, dat een bepaalde leesmethode zoals bijvoorbeeld door het lezen uit ťťn boekje, het lesgeven voor de leraar een stuk eenvoudiger en aangenamer wordt en de schijn wekt van een zekere orde en regelmaat. In ons systeem echter scheen deze methode velen niet alleen moeilijk maar zelfs onmogelijk toe. Hoe kan men raden wat iedere leerling specifiek nodig heeft, en hoe kan men beslissen of de eis van een ieder gerechtvaardigd is of niet. Hoe is het mogelijk dat leerlingen niet de kluts kwijtraken in deze bonte menigte die aan geen enkele regel onderworpen is. Mijn antwoord hierop luidt, dat de moeilijkheid slechts schuilt in het feit, dat wij niet kunnen afstappen van ons oude vooroordeel, dat de school niets anders is dan een compagnie gedrilde soldaten, waarover vandaag de ene en morgen de ander het commando voert.
Voor een leraar die is ingeburgerd op een vrije school, is iedere leerling een individu met zijn eigen specifieke verlangens, die slechts bevredigd kunnen worden door vrijheid van keuze. Zonder deze vrijheid of schijnbare wanorde bij ons op school, waar sommigen zo vreemd tegen aan kijken, zouden we niet alleen nooit op deze vijf leesmethodes zijn gestuit, maar zouden we zelfs nooit in praktijk hebben kunnen brengen of veranderen naar de wensen van de leerlingen en dan zouden we ook nooit die schitterende resultaten bereikt hebben, welke we afgelopen tijd bereikt hebben met lezen.
Uit: Jasjana van Lev Tolstoi
* * *

De manier van studeren geeft geen enkele aanleiding om studie en student zijn met elkaar te verbinden. De meeste docenten vertellen hun verhaal en vragen na afloop of er nog vragen zijn. Nou die zijn er natuurlijk niet. Je hebt net ontzettend veel stof voor je kiezen gehad, die heb je nog niet kunnen verwerken. Een docent zou veel meer moeten prikkelen, vragen of iemand de stof nog eens naverteld. De eigen ervaring wordt altijd buiten de studie gehouden. Dat leidt alleen maar tot subjectiviteit, zo wordt er geredeneerd. (-) Het ligt ook aan de studenten. Veel van hen hebben geen enkele behoefte om op een andere manier met hun studie om te gaan. Het ontbreekt hen aan een onderzoekende houding. (-) Misschien kun je beginnen met een of twee keer per jaar een motivatiegesprek te voeren. Laat aspirant studenten eens opschrijven waarom ze gaan studeren. Daardoor dwing je mensen voordat ze gaan studeren echt op een rijtje te zetten waarom ze dat gaan doen: wie ben ik en wat wil ik?
Merlijn Trouw in 'Op zoek naar de mens achter de studie. Jonas 21 juni 1995
* * *

Het verbaast me altijd dat mensen naar een restaurant gaan en verwachten dat ze als mens behandeld worden maar zelf de bediening niet als zodanig behandelen. Ik ben zelf ober geweest en ik kan je vertellen dat de meeste mensen een merkwaardig gedrag vertonen in een restaurant. Er zijn mensen die je meteen een prettig gevoel geven, en dan besteedt je meer tijd aan ze - onafhankelijk van de fooi die je al dan niet krijgt. Het is plezieriger om bij iemand te zijn die je aardig vindt dan bij iemand die je niet mag, of die je zelfs niet eens opmerkt. Stel je voor dat je een ober bent en iedereen doet net of je niet bestaat. De beste manier om goed behandeld te worden in een restaurant is eerst de ober goed te behandelen en de rest volgt dan vanzelf wel.
Uit: Hoe haal je het in je hoofd. NLP. Richard Bandler
* * *

Het verbaast me altijd dat leraren naar school gaan en verwachten dat ze als mens behandeld worden, maar zelf de leerlingen niet als zodanig behandelen. Iedereen kent wel een docent die een merkwaardig gedrag vertoont op school. Er zijn leraren die je meteen een prettig gevoel geven, en dan ben je meer gemotiveerd voor hun vak. Het is plezieriger om bij iemand te zijn die je aardig vindt dan bij iemand die je niet mag, of die je zelfs niet eens opmerkt. Stel je voor dat je een leerling bent en de leraar doet net of je niet bestaat. De beste manier om goed behandeld te worden op school is eerst de leerling goed te behandelen en de rest volgt dan vanzelf wel.
Bewerkt uit: Hoe haal je het in je hoofd. NLP. Richard Bandler
* * *

Het verbaast me altijd dat leerlingen naar school gaan en verwachten dat ze als mens behandeld worden, maar zelf de leraar niet als zodanig behandelen. Iedereen kent wel een leerlingen die een merkwaardig gedrag vertonen op school. Er zijn leerlingen die je meteen een prettig gevoel geven, en dan ben je meer bereid om er energie in te steken. Het is plezieriger om bij iemand te zijn die je aardig vindt dan bij iemand die je niet mag, of die je zelfs niet eens opmerkt. Stel je voor dat je een leraar bent en de leerling doet net of je niet bestaat. De beste manier om goed behandeld te worden op school is eerst de leraar goed te behandelen en de rest volgt dan vanzelf wel.
Bewerkt uit: Hoe haal je het in je hoofd. NLP. Richard Bandler
* * *

Helaas hebben mensen een perverse tendens. Als men iets doet en het werkt niet, dan blijft men meestal doorgaan, maar nu luider, harder en vaker. Als een kind iets niet begrijpt, zal een ouder dikwijls dezelfde zin luider zeggen, in plaats van een andere woordkeus te proberen. En als straf niet helpt, dan is de gebruikelijke conclusie dat het niet voldoende was dat er meer gestraft moet worden. Ik heb altijd gedacht dat als iets niet werkte, dat er dan iets anders geprobeerd moest worden.
Uit: Hoe haal je het in je hoofd. NLP. Richard Bandler
* * *


'Het onderwijs moet voortdurend in beweging blijven, dat zorgt ervoor dat het levend blijft.'
Deze wijze woorden werden uitgesproken op een voorlichting-bijeenkomst over de komende nieuwe ontwikkelingen, die ik afgelopen dinsdag met een collega bezocht. Om heel eerlijk te zijn wordt ik soms wel eens moe van al die veranderingen, die niet altijd verbeteringen zijn. Na zoveel jaar wordt alles weer teruggedraaid. Het lijkt soms of die veranderingen alleen dienen voor de werkgelegenheid van papiervreters. 'Woonwagenbewoners moeten in grote kampen bij elkaar,' hoor ik ze nog zeggen, met een hele lijst van argumenten. 'Het consumptieve onderwijs moet algemeen worden', is nog zo'n kreet. En nu zijn we weer bij af. Toch kunnen we niet zonder dit soort ontwikkelingen. Het dwingt ons tot nadenken over ons werk.
Dat geldt niet alleen voor het vakinhoudelijke aspect, maar ook voor ons functioneren als docent-opvoeder. Als we de raad van iedere leerkracht zouden opvolgen, dan zou ons leerlingen aantal drastisch verminderen (en daarbij het aantal collega's). Zo nu en dan een artikeltje lezen over onderwijs en dat tegen het licht houden van je eigen functioneren, kan heel verhelderend werken, problemen met leerlingen oplossen, het plezier in je werk behouden en bovendien je werkgelegenheid. Daarom wil ik het artikeltje van de leerlingbegeleiding van harte aanbevelen.
Kees van den Brink in Boulevaria
* * *

Motivatie
'Waar komen die verhalen over gedesillusioneerde docenten, die het altijd maar hebben over ongemotiveerde jongeren vandaan?' vraagt Victor Deconinck zich af in het Algemeen Dagblad. 'Dan praat je over docenten en scholen die in feite achterlopen. Als leraren niet met hun leerlingen op voet van gelijkheid kunnen onderhandelen, gaat het fout. Wie niet probeert door te dringen in de leefwereld van jongeren krijgt te maken met conflicten. Anders gezegd: Docenten die nog altijd van de autoritaire bevelsstructuur uitgaan komen in de problemen.' volgens de hoogleraar jeugd en adolescentie Wim Meus.
Die mening is ook Chris Struicksma van het Pedologisch Instituut in Rotterdam toegedaan. Jaarlijks komt hij met honderden kinderen in contact, waarmee het op school fout is gegaan. Verhalen over ongemotiveerde en lastige leerlingen - waarbij de leraar zelf vaak buiten schot blijft - kunnen hem kwaad maken. 'Dan krijg je een kind hier dat inderdaad volkomen gedemotiveerd is. Maar als je dan die rapporten ziet met alleen maar opmerkingen in de trant van 'harder werken', 'niet zo slordig', en 'beter je best doen'. Tegen zo'n kind wordt alleen gezegd, dat hij of zij het niet goed doet. Het tast dan in het duister. Als je samen zoekt naar manieren waarop het wel zal lukken, blijkt zo'n knul of meisje er weer helemaal in te gaan geloven.' Daar waar leraren het gesprek met hun leerlingen aandurven, open staan voor het proces van onderhandelen, ziet hij de motivatie met sprongen omhoog gaan. 'Anders met leerlingen omgaan betekent niet dat je geen eisen meer hoeft te stellen. Maar je kunt wel samen praten over hoe het einddoel kan worden bereikt. En de leraar moet vertrouwen geven, laten blijken dat hij erin gelooft.'
Motivatie wordt door veel leraren gezien als een eigenschap die de leerling moet inbrengen. 'Motivatie is echter het resultaat van deskundig handelen van de leraar. Het is de opvoeder die motiveert. Leerlingen krijgen vaak in de les een didactisch zwak onderbouwd standaardverhaal te horen. Dat past niet meer bij de wijze waarop ze zijn opgevoed. Veel winst kan worden geboekt als leerkrachten leren de signalen van leerlingen op te vangen.'
'Eťn ding staat vast. Een leraar moet tegenwoordig keihard werken, altijd de handen laten wapperen. Het gesprek aan durven gaan. En ook eisen stellen, want ze komen voor een diploma. Kinderen zijn net zo aardig als dertig jaar geleden, maar wŤl mondiger. Maar daar moet de leraar of school niet defensief op reageren. Iedereen heeft behoefte aan veiligheid, erkenning, trots, lol, maar ook aan prestaties. Aan al die zaken moet je op school aandacht besteden. Door goed onderwijs, door te zorgen dat ze op tijd komen, door het mentoraat, door buitenschoolse activiteiten, door contacten met de ouders. Het werk van leraren kun je vergelijken met een Chinese jongleur die zeven bordjes tegelijk draaiende moet houden. Als docent spring je van het ene bordje naar het andere, om zoveel mogelijk kinderen zoveel mogelijk kansen te geven. En het hangt vaak van hele subtiele dingen af. Die aardige docent met die speciale blik van: ik ben trots op je ... Als kinderen dat op school kunnen ervaren ...
Kees van den Brink in Boulevaria
* * *

Leren in vrijheid.
'Laten we onze kinderen helpen te leren met vrijheid om te gaan. Laten we hen aanmoedigen blij te zijn met wie en wat ze zijn. Laten we onze kinderen niet meer leren bang te zijn voor verandering en vast te houden aan de bestaande situatie. Laten we hen leren vragen te stellen en te debatteren. Om te vragen tot ze een antwoord krijgen. En dat kunnen we doen door het traditionele schoolsysteem te veranderen.
In ons onderwijssysteem doet men zijn best de creatieve instelling van kinderen te negeren en te onderdrukken. Het leert hen kritiekloos naar gezagsdragers te luisteren, benadrukt dat leren niets anders is dan kennis verwerven en dat een opleiding tot doel heeft een baan te vinden. Het stimuleren van verbeeldingskracht en ontvankelijkheid voor anderen, het aanmoedigen van niet-gewelddadig gedrag, respect, intuÔtie en een gevoel van ontzag en bewondering worden overgeslagen. Als we een morele ontvankelijkheid voor zorgzaamheid ontwikkelen in plaats van voor dwang, kunnen we misschien een einde maken aan de praktijken die ertoe hebben geleid dat miljoenen kinderen zwaar werk moeten doen, dat er legers zijn die van kinderen moordenaars maken en die verantwoordelijk zijn voor de snelgroeiende bedrijfstak van de kinderprostitutie.'
Anita Roddick, oprichter van The Body Shop en auteur van diverse boeken, waaronder Trek het je aan, in Resurgence (september/oktober 2004)
* * *

Wat voor leerlingen hebben we?
Vrijwel allemaal hebben ze last van een slecht concentratie, van onrust. Zo' 60% heeft lees- en taalproblemen. Veel leerlingen gaan al snel verloren in een grote groep. Ze zijn wat chaotisch. Weten niet wat ze 's morgens in hun tas moeten stoppen. Sommige zijn te vroeg geboren (ADHD). Kinderen met lees- en taalproblemen nemen soms anders waar, of springen anders met de ruimte om. De maatschappij is ingewikkeld. Kinderen hebben het soms moeilijk om hun plek te vinden. Vroeger wist iedereen wat zijn vader deed, nu is dat voor veel kinderen absoluut onduidelijk. Terwijl ze aan de ander kant worden overspoeld met informatie. Vaak zie je op school dan die negatieve spiraal. Er is faalangst maar toch wil je je manifesteren. Dus hang je de bink uit. De leraar reageert, er wordt over je gepraat in de lerarenkamer.
Checklist
  • Bied leerlingen een warm klimaat.
  • Zorg voor een band met de leerlingen.
  • Zorg voor een ordelijk en rustig klimaat in de klas. Dat wil niet zeggen dat als iemand over de streep gaat, er meteen moet worden toegeslagen. Je moet er flexibel mee omgaan.
  • Wat gebeurt er in de klas? Geef je werkelijk les, volg je het programma?
    Geef je gestructureerd onderwijs, presenteer je de leerstof helder en duidelijk? (Vooral in het onderwijzen van basisvaardigheden zijn leraren meer effectief, wanneer ze:
    - de leerervaringen structureren;
    - in kleine stappen vooruitgaan;
    - maar in hoog tempo gedetailleerde en overvloedige instructie en uitleg geven;
    - een hoge frequentie hebben van vragen stellen en het praktisch inoefenen bevorderen;
    - feedback en correcties geven, vooral in de eerste fase bij het aanleren van nieuwe leerstof;
    - een succesratio van tachtig procent of hoger hebben, vooral in de eerste fase van het leren;
    - oefenstof in kleine onderdelen opsplitsen en manieren ontwikkelen om dit herhaaldelijk te kunnen controleren;
    - en ervoor zorgen dat leerlingen bij voortduring oefenen.)
  • Neem je maatregelen om leerlingen die leerdoelen niet bereiken, alsnog tot het gewenst niveau van kennis en inzicht te brengen?
  • Geef je vakkundige hulp bij leerproblemen?
  • Kun je je manier van lesgeven aanpassen aan de leerstijl van de leerling?
  • Hoe pluriformer de klas, hoe meer leerstijlen. Sommige kinderen zijn meer visueel ingesteld, andere auditief. Instructie kan worden aangepast aan de leerling. Moeilijk lerende kinderen moeten meer herhaling hebben, minder prestatiegericht, meer begeleide praktijk.
Bert P. Creemers, Effectieve instructie
* * *

Ontwikkeling van de leerkracht
De mate van volwassenheid van de leerkracht bepaald, zijn vermogen om met de leerlingen om te gaan en leerstof aan hun over te brengen.
De gang van het leven kun je zien als een dikke telefoonkabel. De hele kabel is de levensgang. Elk draadje verzinnebeeldt een eigenschap of vaardigheid die ontwikkeld wordt. De ene eigenschap wordt meer ontwikkeld als de andere. Hoe meer eigenschappen iemand ontwikkelt, des te meer wordt hij volwassen. Mensen kunnen minder leuke of negatieve eigenschappen tot aan het einde van hun leven blijven houden. Er zijn ook mensen die menen dat ze nu eenmaal zo zijn en zichzelf niet kýnnen veranderen. Je kunt ook bewust werken aan je ontwikkeling.
De mate waarin je als leraar in staat bent eigenschappen te ontwikkelen, (volwassen te worden) is bepalend voor het vermogen om contact te hebben met je leerlingen en ze te motiveren en inspireren om zichzelf te ontwikkelen. Als je leerlingen voorhoudt, dat ze niet moeten roken, maar het zelf wel doet, leer je leerlingen dat regels er zijn voor anderen, maar dat je niet voor jezelf. Als je druk van aard bent, zal je klas niet rustig zijn tijdens jouw les. Als je les geeft zonder echte kennis van de lesstof en/of interesse voor de leerling, zal de leerling er weinig of niets van oppakken. Zijn voorbeeld is ongeÔnteresseerdheid. Leerlingen die toch aandacht aan hun werk besteden, doen dat omdat ze ongeacht de leerkracht, echte interesse voor de leerstof hebben, of bepaalde eigenschappen in meerdere mate ontwikkeld hebben dan de leerkracht. Iedere leraar herkent bij zijn leerlingen eigenschappen, die zij in hogere mate beheersen als hijzelf.
Hoe meer eigenschappen de leraar zich verworven heeft, des te meer zullen zijn leerlingen hem als autoriteit aanvaarden en bejegenen. Hij heeft geen autoritair gedrag nodig om de rust en de motivatie in zijn klas te handhaven. Hij heeft aanvaard gezag.
Het onderkennen van je eigen onvolwassenheid is niet moeilijk; iedere keer wanneer zich een situatie voordoet, waarin je jezelf tegenkomt. De oplossing van het probleem neemt vaak veel meer tijd in beslag. Werken aan jezelf kan een levenslang duren. Bekijk het probleem van alle kanten om tot een voorlopig besluit of handelwijze te komen. Aan de hand van de ervaringen blijkt dan wel, of je het juiste besluit genomen hebt. Zo niet, dan begin je weer van voren af aan. Succes gegarandeerd, maar je moet wel een lange adem hebben en de moed niet opgeven.
Structuur
Een leraar moet in de huid van de leerling kruipen: Welke stappen (soms terug) moet ik nemen, om iets aan mijn leerlingen duidelijk te maken. Welke middelen staan mij daarvoor ter beschikking.
Kees van den Brink
* * *

VERGELIJKEND WARENONDERZOEK

Als je op een verjaardagsfeestje zit, komt het onderwerp vakantie of auto al gauw ter sprake. Misschien wel omdat je je daar niet zo gemakkelijk een buil aan valt. Zo vertelde kortgeleden een buurman mij over zijn slechte ervaringen met een garage. Eerst werden hem koeien met gouden hoorns beloofd over de toekomstige inruilwaarde van een nieuwe automobiel, waarvoor hij uiteraard zwichtte. Maar toen hij twee jaar later naar aanleiding van fraai foldermateriaal, zich voor een nieuwe auto meldde, kreeg hij het deksel op de neus. Bovendien was de service allerbelabberdst geweest. De garage had een hele doos met smoezen, waar naar believen uit getrokken kon worden; het was vakantietijd, er waren zieken, afspraken werden niet nagekomen en last but not least; hoge rekeningen voor weinig prestatie. En steeds kreeg hij maar fraaie foldertjes in de bus. Toen hij in arremoede zich vlak voor de vakantie bij een andere garage meldde, werd hij direct vriendelijk ontvangen. Ondanks dat het bijna sluitingstijd was, werd hij toch nog geholpen. Vervolgens bleek de rekening maar eenvierde te bedragen van zijn vorige reparateur. Je mag drie keer raden waar hij zijn volgende auto kocht. Leuk (of niet) verhaal zul je denken maar wat heeft dat nu met school te maken.
Welnu!
Afgelopen week hadden we met decanen, administratie en leerlingbegeleiding een vergadering, om tot een zo goed mogelijke afstemming te komen bij de aanname van nieuwe leerlingen. Daarbij kwam ook de public relations aan de orde. Nadat tal van ideeŽn de revue waren gepasseerd, verzuchtte een van de aanwezigen; 'Wat moet je nu toch doen, om leerlingen binnen de school te krijgen.' 'Zorgen dat we een goede school zijn voor onze leerlingen!', hoorde ik opeens naast me roepen. Iedereen barstte in lachen uit. (Waarom eigenlijk, vraag ik me af of hebben we daar onze bedenkingen over?)
En daar zijn we dan aan de vergelijking met de garage toegekomen. Want wŗt we ook verzinnen, als we de doelstellingen van onze school niet concreet maken - een leerling (ook de lastige) is meer dan een cijfertjes producent - dan kunnen we ons de moeite van reclame besparen.
'Een leraar moet het gesprek aan durven gaan. En ook eisen stellen, want ze komen voor een diploma. Iedereen heeft behoefte aan veiligheid, erkenning, trots, lol, maar ook aan prestaties. Aan al die zaken moet je op school aandacht besteden. Door goed onderwijs, door te zorgen dat ze op tijd komen, door het mentoraat, door buitenschoolse activiteiten, door contacten met de ouders. Het hangt vaak van hele subtiele dingen af. Die aardige docent met die speciale blik van: ik ben trots op je ... Als kinderen dat op school kunnen ervaren ...', schreef iemand in het AD. Voor iedere probleem is er op school wel een werkgroep; Commissie van Goede Diensten, Personeelsraad, staf, leerlingenreglement, leerlingenstatuut, leerlingbegeleiding, Medezeggenschapsraad, ouderraad, examencommissies, coŲrdinatorenoverleg, commissie aannameprocedure, allerlei vakgroepen en vul het rijtje zelf maar verder aan. Maar dat ene onderwerp, waar de hele school om draait, waar het allemaal om begonnen is: echt goed onderwijs voor onze leerlingen, daarvoor is geen enkele werkgroep. En dan kun je denken aan:
  • hulp voor die collega's die problemen bij het lesgeven hebben;
  • gestructureerde deskundigheidsbevordering door cursussen, zodat onze hulp niet alleen bestaat uit 'gesprekken' hebben met leerlingen en ouders over gedrag, inzet en vorderingen, maar dat we daar ook planmatig iets aan doen;
  • studiebegeleiding, want het jongvolk dat onze school herbergt blijkt daar helemaal geen kaas van gegeten te hebben;
  • waar moet ik allemaal rekening mee houden, als ik les geef aan de minder begaafde leerling (en dat zijn er heel wat binnen onze school), om toch tot resultaten te komen. (De kreet: 'Dat is een goed jong, maar hij is zwak, is genoegzaam bekend. Maar meestal blijft het bij die kreet en gebeurt er niets, behalve dat hij een cijfer krijgt op A niveau (want het is zo'n aardig joch) en mocht hij toevallig lastig zijn, dan zijn we plotseling geen geschikte school meer voor hem en moet hij verkassen.)
Zo zijn er vast nog meer nuttige zaken te bedenken.

Het is heel wonderlijk, dat datgene wat gebeurd als de deur van het lokaal dichtgaat aan het begin van de les, in een school niet besproken wordt/ bespreekbaar is, of - als het mis gaat - als een heet hangijzer aan de directie wordt overhandigd. Terwijl in het bedrijfsleven iedereen voortdurend wordt bijgeschoold, als hij tenminste mee wil blijven draaien. Als we in onze folder konden zetten, dat we ons daarvoor inspanden en dat ook verwezenlijkten, dan zouden we waarschijnlijk helemaal geen reclame hoeven te maken.
Kees van den Brink

* * *

GOED LES GEVEN?
  • Dan een korte instructie. Liefst niet langer dan vijftien minuten. Leren is niet alleen opnemen, maar ook iets doen.
  • Houdt overzicht. Als op de buitenste bank wordt gevraagd om uitleg, ga dan niet met je rug naar de rest toestaan.
  • Eenvoudig, maar heel bruikbaar: stel eerst de vraag en zeg daarna pas voor wie hij bedoeld was. Op die manier voorkom je dat een deel van de klas niet meer oplet.
  • De docent bepaalt waar de leerlingen zitten: hij stuurt het leerproces. Overleggen mag natuurlijk altijd, als maar duidelijk is wie er de baas is.
  • De docent is als eerste bij zijn lokaal. Het kan het begin van een les ingrijpend beÔnvloeden. Dus: bij de deur gaan staan, de leerlingen persoonlijk welkom heten en als het ware naar hun plek begeleiden. Binnenkomen met bezweet voorhoofd en wapperende haren kan echt niet.
  • Stel je op als professional. Een chauffeur past zich aan aan druk verkeer, een goede leraar aan de klas. Verlies nooit de grip op de situatie.
* * *

DE TIEN GEBODEN VOOR EEN LERAAR.
  1. Wees voor je leerlingen een vriend, vader en vertrouwensman, naar gelang je leeftijd of je aard.
  2. Beschouw jezelf meer als opvoeder dan als overdrager van kennis en vaardigheden van jouw vakgebied. Je zult zien dat je in die volgorde toch je vak kwijt kunt.
  3. Cijfers alleen, zijn niet bepalend voor de kwaliteiten van een leerling. Verdiep je in alle achtergronden van je leerlingen. Pas dan kun je een gefundeerd oordeel vormen.
  4. Draag je vak met enthousiasme uit. Stel eisen en houd je eraan. Dwing respect af door je handelen en niet door autoritair gedrag. Geef zelf het goede voorbeeld.
  5. Bouw zelf je talenten uit, om de talenten van je leerlingen tot ontwikkeling te brengen.
  6. Laat de positieve eigenschappen van de leerling de richtlijn zijn van je gedachten. Schenk aandacht aan de kleine veranderingen. Gun ze de tijd. Je bent zelf ook niet van de ene op de andere dag volwassen geworden.
  7. Praat in conflictsituaties eerst met de leerling en dan met collega's. Schakel indien nodig de ouders in. Bedenk samen met de leerling of anderen, strategieŽn om iets te veranderen. Geef niet de leerling de schuld van jouw onmacht of ondeskundigheid, maar zoek de juiste hulp.
  8. Leer je leerlingen hoe ze moeten leren. Besteed alle aandacht aan leermiddelen. Denk zelf na. Durf van platgetreden paden af te wijken en je bakens te verzetten.
  9. Het leraarschap stelt hoge eisen, meet ze niet in tijd of geld, dan zal je altijd tekort komen.
  10. Heb eindeloos geduld, een goed humeur en plezier in je werk. Achter de wolken schijnt de zon.
Kees van den Brink
* * *

Voor de klas
Het mooiste meisje van de klas
verschikt onwennig bij haar schouder
een bandje van haar bustehouder.
Ze draagt dat rare ding maar pas.

De meester, achter brillenglas
ziet toe, ontroerd en denkt: wat zou
d'r gebeuren als zij iets ouder
en ik eens iets jonger was?

Ach, hij vergeet hoe hij verdorde
en hoe haar leven net begint.
In stilte wordt door hem bemind
de schone vrouw, die zij zal worden.
Dan praat ze wat, het lieve kind
en streng roept hij haar tot de orde
Driek van Wissen

* * *

De grauwsluier van de late regendag hangt buiten
en omhult de gaande en staande dingen.
Geborgen in mijn kamer
poog ik helder mijn daden van de dag
te overzien en te groeperen,
en als Gods zetbaas voor de klas
kantelen rond mijn broos bestaan
naar vast stramien te repareren.

Het beste deel van de avondstilte
reikt naar paleizen ijl en ver,
die buiten sluiers glanzend rijzen
en als een dia verder drijven
naar wie-weet-waar.

Wat was 't profijt van deze dag?
Is het in cijfers vast te leggen?
Is het in woorden uit te zeggen?
Hoe vaak ging ik wel overstag?
Hoeveel is zeventig maal zeven?

Paul Montaan
* * *

Verloren Paradijs
Door harmonie van Englenzang
bezield tot inspiratie
schiep God in grootse scheppingsdrang
de kroon op zijn creatie:

een wezen boven mens en dier,
volmaakt en onwaardeerbaar,
een symfonie van lijn en zwier,
Gods meesterstuk: DE LERAAR!

En Satan zag vol afgunst neer
op zoveel geest en gratie;
riep al zijn machten in 't geweer
tot tegen-topprestatie.

Hij zocht en vond een tegenstuk
in 't kwade zonder weerga
en schiep, vervuld van hels geluk,
zijn oeuvre: de collega.
John O'Mill
* * *

Ode aan de conciŽrge
Hou schoolconciŽrges in de gaten.
Dikwijls is het eng gebroed,
boordevol van kinderhaat en
stapelgek op kinderbloed.

Ze zitten streng en sacherijnig
bij de ingang van de school.
Ze houden net zoveel van kinderen
als drollen in 't riool.

Altijd mopperen en vitten,
want er is geen kind dat deugt.
Ach wie heeft hem uitgevonden,
die verknoeier van de jeugd?

Als je 't waagt te laat te komen,
de conciŽrge barst van nijd.
Want hij waant zich koning, keizer,
rector, God en Vader Tijd.

Als je voor de Grote Avond
hem nodig hebt voor licht, geluid,
o wat heeft hij dan de smoor in:
het liefst voert hij geen donder uit.

En maar schelden en maar tieren,
hij zou je doodslaan als je kon.
Hij deugde niet voor officier,
dus werd hij schoolspion.

Hij is een meester in 't verklikken.
Dat is het schoolsysteem gewend.
Maar directeuren die dat pikken,
deugen ook niet voor een cent.

Hou de conciŽrge in de gaten.
Is hij een bruut, een sacherijn,
dan houdt hij rustig in zijn eentje
een hele school vol kinderen klein.

God schiep regen, zon en wind.
God schiep rector, leraar, kind.
God schiep eigenlijk dit versje,
maar wie voor de donder schiep de conciŽrge?
Hans Dorrestein.
* * *