DE SCHOOL EN DE HORECA
Vijfentwintig jaar belevenissen van een horecadocent
HET BEGIN

's Zondags stond ik in de keuken en 's maandags voor de klas.” Zo zette ik in 1974 mijn eerste schreden zette op het lerarenpad.
Een levensweg loopt niet langs gebaande paden, maar wordt sterk beïnvloed door onverwachte gebeurtenissen. Zo ging dat ook bij mij. Geboren in een horecafamilie, wordt het horeca vak in al zijn facetten je met de paplepel ingegoten. Mijn jongste zus lag in de keukenla te slapen, terwijl mijn moeder kookte.
Zoals een goed horecaffer in die tijd betaamde, heb ik eerst een tijdje over de wereld gezworven, voordat ik uiteindelijk trouwde en in Limburg neerstreek. Een provincie, waar mijn hart nog steeds naar uitgaat, vanwege zijn gemoedelijkheid en Bourgondische aard. Ik heb daar in verschillende bedrijven gewerkt, totdat ik aan het punt kwam waar je niet verder kunt.
En dan begint de frustratie. Wat moet je? Ik sprak er met verschillende mensen over, die allemaal tot hetzelfde advies kwamen: 'je moet leraar worden.'
In het begin leek me dat een onwaarschijnlijk idee. Dertien scholen, waarvan drie kostscholen, heb ik in totaal versleten. Van eentje ben ik afgetrapt, omdat ik in de kerk niet op mijn beide knietjes zat en niet ter communie ging. Met mij moest het wel verkeerd aflopen, ook al omdat een van de fraters vond dat ik een prettig lichaam had. Dat ik dan ook nog eens voor de klas zou komen te staan, was wel het laatste wat ik verwacht had. De leraren die mij in de klas hebben gehad, hebben er zeker grijze haren aan overgehouden, zo niet er een plaatsje in de hemel mee verdiend. Andersom kun je ook zeggen: 'wie op dertien scholen heeft gezeten, heeft een brede ervaring in onderwijsland. Dat klopt, ik maak dankbaar gebruik van mijn ervaringen uit het verleden. Ik betrap me er nog wel eens op dat ik eerder de leerling geloof dan de leraar, maar dat kan ook niet anders na zo”n schoolloopbaan.
April 91

SOLLICITATIE

Een gebeurtenis die voor altijd in mijn geheugen gegrift staat is mijn sollicitatie bij het onderwijs.
Uit maar liefst 150 kandidaten, waren er drie uitverkoren, waaronder ik mezelf mocht rekenen.
Voor het sollicitatiegesprek zaten we gedrieën broederlijk te wachten tot we voor de commissie mochten verschijnen. Een van mijn collega's vertrouwde mij toe, dat de onregelmatige en late werktijden en het gebrek aan gezinsleven, voor hem de aanleiding vormden, om het bedrijfsleven uit te stappen. Voor een toekomstig leraar is dat nu niet bepaald een goede motivatie. Een bestuur dat zichzelf respecteert, zoekt naar bevlogen en vakbekwame mensen, die er op gebrand zijn hun vak uit te dragen.
Mijn concurrentiepositie zou aanzienlijk worden versterkt, als mijn vakbroeder zijn verhaal aan de sollicitatie commissie zou vertellen.
Hij tekende zijn eigen vonnis en ik stapte in augustus 1974 vanachter de kachel, voor de schoolbanken.

Het was de eerste Algemene Technische school in Utrecht. Ik kan er u met een gerust hart over vertellen, want de school is er toch niet meer. De directeur begeleidde me naar mijn lokaal. Door donkere gangen ging het naar de eerste verdieping. Twee enorme deuren vormden de toegang. Daar stond ik, met voor mij een nest jonge honden van veertien, vijftien jaar, die ik de eerste beginselen van het koken bij moest brengen. Mijn pedagogische scholing bestond uit de leermeestercursus die in die tijd gegeven werd door Berenschot in opdracht van de SVH. (Stichting Vakonderwijs Horeca)
Mijn eerste les - uit de losse pols - ging over de inrichting van de keuken. Van enige begeleiding binnen de school was totaal geen sprake. Je zocht het maar uit.
In de weekenden, moest ik gaan werken bij mijn baas. U kent dat slag wel, die je wil dwarsbomen om iets anders te gaan doen. Hij weigerde mij een ontslagbewijs te geven. Daardoor kon de school me geen aanstelling verlenen. Na enige weken schreef de directeur een dikke brief. Waarna het probleem werd opgelost.

Het schoolgebouw zelf was ronduit onbeschrijfelijk. Alle toiletten zaten op slot. De helft werkte niet meer. Toiletpapier moesten de leerlingen bij de conciërge halen. Als er ergens een plafond naar beneden kwam, werd de rommel opgeruimd. Van reparatie was geen sprake meer. We mochten onze auto's niet onder de ramen parkeren. Als er een raam uitviel, werd dat niet door verzekering gedekt. Het kooklokaal was totaal vervallen. Het had een houten vloer. Schrobben kon dus niet. In één hoek mocht je niet komen, anders liep je het risico om door de vloer te zakken. Het water van de afwas moest je in etappes weg laten lopen. Anders dan volgde beneden een overstroming. Dat die omstandigheden gevolgen hadden voor leerlingen en leerkrachten, laat zich raden.
Mei 91

PIZZABAKKER

Werken op school is precies hetzelfde als bij de pizzabakker van Iglo; je moet onderaan beginnen. De school in Utrecht leende zich daar bijzonder goed voor. Wie niets van het onderwijs wist, kon daar meteen in het diepe springen en een brede ervaring opdoen. Zo'n school waar helemaal niets meer aan gebeurt, heeft ook invloed op zijn bewoners. Het lerarenteam kwam van heinde en verre, maar niemand was van plan om richting Utrecht te verhuizen. Je diende je tijd uit, of zocht met bekwame spoed een nieuwe betrekking. De personeelsraad leidde een actief leven. De directie werd letterlijk weggehoond uit vergaderingen. Wat ik me vooral herinner aan die beginperiode, zijn de vergaderingen. Als doener uit het bedrijf, was ik stomverbaasd waarover je je allemaal druk kon maken. Toen realiseerde ik me al, dat er een tijd zou komen, dat ik daaraan gewend zou raken.

Zo'n gebouw en zo'n lerarenteam waren een prima voedingsbodem voor een bepaald soort leerlingen. Die kwamen net als hun leraren, van dichtbij en van ver. Als je ergens niet meer gewenst was, kon je altijd nog in Utrecht terecht. Misschien vergis ik me daarin en was ik niet gewend aan stadse leerlingen. Ik kan me in ieder geval nog als de dag van gisteren herinneren, dat er ruzie was tussen een leerling in het restaurant en een uit de keuken. Alle twee bomen van kerels, die me met gemak uit het lokaal zouden kunnen dragen. De “gastheer” nam door het officeluik (“ruimte tussen restaurant en keuken) een snoekduik in de keuken en daar stonden ze tegenover elkaar, ieder met een koksmes in de hand. Mijn engelbewaarder heeft me vast en zeker bijgestaan, want ik begrijp nu nog niet hoe ik in staat ben geweest om een van de vechtersbazen uit de keuken te loodsen. De ander heb ik naar huis gestuurd. Daarna ging ik de hele school door, op zoek naar een directielid. Maar ik kon nergens iemand vinden. Het meeste heb ik me kwaad gemaakt op de directeur die de volgende dag vroeg waarom ik niet naar hem was toegekomen.
Praktijklessen overleefde ik nog wel, hoewel er weinig van de maaltijd in het restaurant terechtkwam. Theorielessen waren heel leerzaam, vooral voor mij. De theorielokalen waren op zolder. De afscheiding met het volgende lokaal bestond uit een houten wand. Orde houden was een probleem. De juffrouw die naast me les gaf kwam regelmatig op bezoek, om te vragen, of het wat zachter kon. Ik wilde wel, maar het nest jonge honden niet! Die hadden na een kwartier genoeg gehoord en hadden zo hun eigen idee over de invulling van de rest van de tijd. Ik nam een bandrecorder mee, om te zien hoe lang ze wilde luisteren en daaraan mijn lessen aan te passen. Wat dat betreft zijn leerlingen nog niets veranderd. Ze moeten wat te doen hebben, dan zijn het engeltjes.
Een van de prettige dingen van het leraarschap vond ik het salaris. In die tijd groeide de bomen nog tot in de hemel. En het salaris groeide mee, zonder dat ik bij de baas moest vechten voor waar ik recht op had. Dat was een hele verademing. Na een jaar heb ik Utrecht verlaten. De collega voor wie ik was ingevallen, kwam weer terug. Ik was in ieder geval een unieke ervaring rijker.
Juni 91

DE BOULEVARD

Ik solliciteerde naar de Hubertusschool in Amsterdam en de Boulevard in Arnhem en werd bij alle twee aangenomen. De keuze viel op Arnhem bij de toenmalige directeur meneer Jasper. Dat jaartje ervaring in Utrecht was mooi meegenomen. Net als de school in Utrecht was De Boulevard was een van de dertien scholen in Nederland met een horeca opleiding. De leerlingen kwamen uit de hele provincie en daarbuiten om hun vak te leren. Ook het leerlingstelsel volgde bij ons de lessen. Zo kreeg ik leerlingen in de klas die later collega”s werden. In het begin gaf ik ook kooklessen aan groepen tweede klassers van zo”n vijfentwintig kinderen. Dat viel onder handvaardigheid. Pas in de derde klas werd de daadwerkelijk beroepskeuze gemaakt. Begrijpelijkerwijs waren tweede klassers dus niet altijd gemotiveerd. Dat merkte ik toen op een keer meneer Jasper mijn lokaal binnenkwam met armen vol spatels, garden en schuimspanen. De spoelbakken waren achter in het lokaal en in plaats van dit gereedschap af te wassen kieperden ze het door de open ramen naar buiten. Vanuit zijn kamer had de directeur een prachtig uitzicht op dat door de lucht vliegend keukengereedschap. Zo leer je hoe je je lessen in moet delen. Vanaf die dag bleven de ramen dicht en ik werd een beetje minder goed van vertrouwen.
Een collega die dezelfde lessen verzorgde had een prachtige instructie gegeven hoe je een puddinkje in elkaar moest zetten. Toen het zover was dat de leerlingen zelf aan de slag konden, kieperde een van de leerlingen alles bij elkaar in een bekken en begon het op te kloppen. Mijn confrater raakte helemaal buiten zinnen; “zo heb ik je het toch niet voorgedaan” schreeuwde hij. “Och meneer, wat kan u dat nou schelen. Ik word toch fietsenmaker,” antwoordde de leerling.
Zulke antwoorden zijn voor een docent een prachtige graadmeter voor de interesse voor zijn lessen. De kookles had altijd een groot voordeel. Aan het eind van de les mochten de leerlingen hun product opeten.
Om iets over te brengen aan leerlingen die in het koken helemaal niet thuis waren, kon je goed geprogrammeerde instructie gebruiken. Stap voor stap de handelingen vastleggen. Maar dat moest dan wel in begrijpelijke taal. Zo had ik eens de stappen voor het maken van salpicon (“ soort ragout) op papier gezet. Een van de leerlingen deed het verkeerd en ik riep: “waarom lees je dan ook niet.” Ik heb precies gedaan, wat hier staat meneer”, was het antwoord. En hij had nog gelijk ook. “t Was maar net hoe je het las. Dat heeft me geleerd om heel precies te omschrijven van wat de bedoeling was.
In keuken en restaurant was het de gewoonte van de docenten om na de service samen in het restaurant te eten. Die prettige traditie wilde ik niet doorbreken, tot de dag dat ik terug kwam uit het restaurant en alweer meneer Jasper in de deuropening stond. Hij liet me weten dat hij daar al z”n half uur stond, omdat er nogal werd gekeet. Toch maar niet meer in het restaurant eten dus.

HYGIËNE


Eens zag ik met stijgende verbazing zag hoe een leerling een pudding uit het vormpje loste. Hij maakte met zijn vinger aan één kant de pudding van de vorm los en blies vervolgens in de opening, om 'lucht achter de pudding te krijgen'. De wens 'smakelijk eten' krijgt dan wel een heel aparte betekenis. Ik kwam net uit het bedrijfsleven en was heel benieuwd, van wie hij deze buitengewoon onhygiënische en onsmakelijke methode geleerd had. Het bleek een collega docent te zijn, die het ook weer van zijn leermeester had overgenomen. Zulke incidenten zijn geen uitzondering; voedsel in opengemaakte blikken bewaren, oud en niet gezeefd frituurvet gebruiken, werktafels 'schoonmaken' zonder sop, snijmachines met dagen oud afsnijdsel achter de afdekplaat, likken uit pannen, consumptie-ijsmachines die 'vragen' om besmetting; zijn slecht enkele onderwerpen uit de reeks die uzelf wel aan kunt vullen. Het kwalijke van de zaak is, dat wij onze leerlingen daarmee aanleren, dat hygiëne een ondergeschoven en onbelangrijk kindje is in de horeca. Uiteraard wordt er in lesboeken (te weinig) aandacht aan hygiëne besteed. Wat in boeken staat, blijkt iets te zijn wat je moet 'leren' en niet wat je moet 'doen'. Zulke leerlingen stappen het bedrijfsleven in zonder voldoende besef over de gevolgen van hun onhygiënisch gedrag. De daders staan echter voor de klas. Als excuus moge dienen, dat zij het zelf ook niet geleerd hebben.

Te weinig aandacht voor hygiëne bleek op meerdere scholen voor te komen, stond in het informatiebulletin Consumptieve Techniek. Van de docenten die aan het project Hygiëne meewerkten zijn de inzichten over hygiëne drastisch gewijzigd. Hun kennis werd 'belegen' genoemd en scholing bleek dringend noodzakelijk.
Een uitspraak die met het oog op de toenmalige bezuinigingen, directies als muziek in de oren hebben moet klinken is, dat onderhoudshygiëne door leerlingen plaats moet vinden binnen het lesprogramma.
December 91

LORD WANHOOP

Zo nu en dan word je heen en weer geslingerd tussen flink boos worden en begrip hebben. Dat was ook het geval bij Japie. Hij kwam te laat bij het examen. Gelukkig had hij algemene dienst en geen examen. Dat maakte het minder erg. Zijn ouders waren kortgeleden gescheiden en hij zat alleen op een kamertje. Voor hem reden genoeg om weinig aandacht te hebben voor schoolse zaken. Toch stoorde het me dat hij te laat was. Als klas vorm je een team en heb je verantwoordelijkheid voor elkaar.
De verdeling van het werk was hem op het lijf geschreven. Binnen korte tijd stond het rooster op het bord. Ondertussen examineerde ik en dacht de organisatie aan hem over te kunnen laten. Hij had het prima voor elkaar, maar de eerste die pauze had, was hijzelf. Ik begon me te ergeren. Toen hij terug kwam heb ik even duidelijk verteld wat ik ervan dacht. Zoals ik al zei, hij was een jochie met kijk op de zaken. Hij zag precies wie de lijn trok en hij meende dat kenbaar te moeten maken, door het keukenlokaal heen te schreeuwen dat hij het niet meer deed en dat die anderen nu eerst maar eens moesten werken. Toen werd ik echt giftig. Ik had wel wat anders te doen dan politieagent te spelen. Hij kreeg flink de wind van voren. Dat hielp.
Toen ik de volgende morgen wakker werd, kwam het voorval direct weer in mijn gedachten. Ik moest - als goed pedagogelaar - er toch even op terug komen. Hoe zou ik dat nu aanpakken? In de gang kwam ik hem tegen, hij had net examen Nederlands gedaan. ”Loop jij maar eens even mee”, zei ik, terwijl ik naar het restaurant liep.
”Er was eens een leraar”, begon ik, ”die het hele jaar zijn best had gedaan om zijn leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op het examen. Nu was het zo ver en de nacht daarvoor had hij niet zo best geslapen. Toen het examen begon, was een van de leerlingen die moest helpen bij het examen niet op tijd aanwezig. Dat vond de leraar niet leuk, tenslotte waren zijn klasgenoten de dupe. Die leerling maakte een werkrooster waarbij hij zelf het eerste vrij was. Toen de leraar hem nodig had, was hij verdwenen. Tijdens het examen stond hij ook nog door het lokaal te schreeuwen. Hoe denk jij dat die leraar dat ervaren heeft?”.”Waardeloos meneer,” zei hij uit de grond van zijn hart. ”Maar mag ik nu bij u helpen in het restaurant?” Tegen zoveel oprechtheid was ik niet opgewassen. Als een echte chef de buffet heeft hij zijn taak gedaan. Ik heb hem niet gehoord die avond en de afrekening van de drankjes klopte tot op de stuiver.
Juli/augustus 91

APENHERSENS

“Mijnheer,” zei een van mijn leerlingen, “Ik heb een video gezien, waarop mensen apenhersens aten! Eerst werd de aap dronken gevoerd en daarna met een speciale klem, op een keurig gedekte tafel gezet. Zijn kop werd opengebroken. En de gasten aten de warme hersens.”
Tja, mensen hebben rare voedingsgewoontes. Het vreemde is, dat we ons verbazen over de gewoontes van anderen, maar ons niet bewust zijn van onze eetcultuur. In Peru eten ze rauwe vis, zodat er dood aan gaan. Wij eten rauwe haring en vinden dat heel gewoon. Veel van alles wat over de aarde kruipt en springt wordt wel door de een of ander geconsumeerd.

Als je voor de klas staat wordt je, via leerboeken en gesprekken met leerlingen, voortdurend met de omgang met dieren geconfronteerd. In Pauli (“bekend studieboek) kun je heel eufemistisch lezen, dat de ganzen voor de paté de foie gras 'op een speciale manier worden gekweekt.' Wat die speciale manier inhoudt, daar wordt niet over gerept. Als geïnteresseerd vakman heb ik me in wat achtergronden verdiept. Ik kan u vertellen, dat de paté daarvan niet lekkerder wordt. De ganzen zitten in kooien. De nek van het beest wordt naar boven getrokken. Vervolgens wordt er een trechter in zijn strot geduwd en met behulp van een molen wordt er in ganzenvet gebroeide maïs naar binnen gedraaid. Het beest krijgt zulke grote hoeveelheden vet naar binnen, dat het een zieke en zeer vergrote lever heeft. Er schijnen zelf ganzen met hun snavel op een plank vastgespijkerd te worden. Eerlijk gezegd, is voor mij deze delicatesse passé.
Op een van de Franse eilanden in de Stille Zuidzee wordt hond gegeten. Ieder zijn smaak, hoor ik denken. Het beest wordt zo opgehangen, dat hij nog net op z'n achterpoten kan springen. Een vreselijk einde, maar dáár denken ze dat het vlees er mals van wordt.
Ver weg. Maar hoe beschaafd zijn we zelf? Een levende kreeft in het kokende water gooien, is dat beschaafd? Wij menen te 'weten' dat het dier direct dood is.
En wat te denken van de écrivisse die nadat zijn darmkanaal uit z'n lijf is getrokken, levend in de sauteuse gaat. En hoe dierwaardig is onze bio industrie?
Laten we eerlijk zijn, eigenlijk lezen en horen we die verhalen liever niet. Maar misschien helpt het om te bepalen welke kwaliteiten we van onze producten verwachten en wat we al dan niet op onze spijskaart zetten.
November 91

NIEUWJAAR

Afschuwelijk hè, zo'n begin van het nieuwe jaar. Als je net gewend bent om weer lekker uit te slapen, moet je 's morgens om zeven uur achter de wollen broek vandaan om handjes te schudden. Ik was een beetje laat op school en een wakkere collega die het bakkers métier uitdraagt, schiep er een zichtbaar genoegen in om me de weg naar de lerarenkamer te versperren. Hij had zich waarschijnlijk lang niet op een stukje deeg kunnen uitleven. Gelukkig was er koffie om wakker te worden en werd er zo hard in mijn hand geknepen, dat ik genoodzaakt was om mijn ring maar even af te doen. Na de speech van de directeur was ik aan de beurt om nog twee uurtjes kookles te geven. Onze keuken is net totaal gerenoveerd, waar bij ook voldaan is aan alle veiligheidsnormen. Dat heb ik geweten! Het gevolg was, dat ik een half uur ben bezig geweest om vijf gaspitjes aan te steken. De rest zat verstopt door de al te ijverige schoonmaakwoede van voor de vakantie. Omdat ik gelukkig al voor hetere vuren gestaan heb, leed mijn humeur er niet onder. Jullie zullen begrijpen, dat het tamelijk rommelig was in de les. Ik maakte met de leerlingen een ragout voor een pasteitje (als ze wat te eten en te doen hebben, heb je het minste last!) Dat betekende dat ik ook het leeghalen van het korstbakje moest demonstreren. Toen ik aan het tweede bakje begon, sprong er een dikke muis uit de doos. Er volgde een herhaling van oudejaarsavond; vier gillende keukenmeiden renden het lokaal uit en stonden achter de ramen te griezelen. Met de rest van de club ging ik op muizenjacht.
Als lid van de dierenbescherming met respect voor alles (nou laten we zeggen; veel) van wat er op de aardbodem rondkruipt, wilde ik de muis naar buiten drijven, zodat hij daar van de schrik kon bekomen en een goed heenkomen zoeken. Net hadden we hem met veel moeite in het portaal gekregen, toen mijn collega uit het restaurant op het gegil van de keukenmeiden afkwam. Hij overzag het slagveld, en greep meteen de kans om zijn opgekropte frustraties eens flink uit te leven. (Het leven van een gastheer gaat tenslotte ook niet altijd over rozen, maar de show must go on.) Wellustig greep hij een bezem en drukte die op de muis. Die zat klem, maar was nog niet dood. Vervolgens vroeg hij met bloeddoorlopen ogen, wie de muis wilde pletten...
Er waren geen gegadigden, dus zette hijzelf de punt van z'n schoen op het arme beest, dat terstond sneefde. (Ik zal u de onsmakelijke details besparen.) Ik was verbijsterd, dat iemand die in het restaurant altijd de hoffelijkheid zelf is tot zulke gruweldaden in staat is. (Hopelijk is het geen beroepsdeformatie.) Voorwaar, stille waters met diepe gronden.
O ja, de pasteitjes... slechts enkele leerlingen hadden daar nog zin in, de rest had al gegeten en gedronken.

In de pauze dacht ik even bij te kunnen komen van de hectische gebeurtenissen, maar ook dat was me niet gegund. Net toen ik achter de koffie zat, schalde door de luidsprekers dat ik in de aula werd verwacht voor auladienst. Een goed begin van het nieuwe jaar!
Januari/februari 92

VUURWERK

Invallen voor collega's op school is in bepaalde periodes van het jaar schering en inslag. De jongere generatie blijkt niet dezelfde constitutie te hebben als de oude hap. Ze liggen nogal eens in de lappenmand.
Een ouderwetse veelzijdige praktijkopleiding (keuken en restaurant) blijkt voor de roostermaker soms een uitkomst. Hij kan dan een collega uit een ander vakgebied voor de klas zetten, tot verdriet van de leerlingen die geen vrij krijgen.
Het is nu al weer enige tijd geleden, dat ik na enige externe herhalingsoefeningen, voor het eerst op school de honneurs in het restaurant waarnam. Geheel vreemd is mij deze zijde van de horeca niet. Voordat ik voor de klas stond, heb ik minstens zoveel tijd aan de "voorkant", als aan de keuken besteed.
Mijn equipage bestond uit zes leerlingen en als aanvulling, vier leerlingen uit de derde klas die het best wel spannend vonden om 's avonds een echt stukje horeca mee te maken. Een ervan was in het bezit van serveerkleding en dus had ik hem achter het buffet gezet. Als een ware generaal overzag hij het slagveld en hield precies de stand van alle drankjes bij. Zijn moeder had in het verleden de cursus strijken overgeslagen, wat duidelijk zichtbaar was aan zijn jasje, waarvan de revers maar niet op hun plaats wilden zitten. Z'n overhemd was vijf maten te groot. Door het elastiek van zijn strikje, zat het om z'n hals als een Spaanse kraag. Zijn enthousiasme (en het dimlicht achter de bar) zorgden ervoor, dat je een kniesoor was, als je daarop lette.
Van hogerhand was er toezicht op het verloop van de les door een adjunct-directeur en zijn gade. Terwijl ik met mijn rug naar zijn tafel stond, hoorde ik mijn bovengeschikte zachtjes - maar indringend - roepen. De hele réchaud stond in lichterlaaie. De vlammen sloegen er aan alle kanten uit. 117 jaren beroepsopleiding stonden op het spel. (Niet jaloers worden. Ik kan het ook niet helpen, dat de school al zolang bestaat.) Het programma "Doet ie 't, of doet ie 't niet" schoot door mijn hoofd. IJzeren zelfdiscipline en daadkrachtig optreden waren hier geboden. Dit was mijn kans om door te stoten naar de top. Met ware doodsverachting en twee droge doeken greep ik de réchaud. "Achteruit lopen", zei de adjunct. Maar ik brandde toch mijn vingers. Geheel in de stijl van de omelet Vesuvius, bracht ik de krater naar veiliger oorden, alwaar ik de vlammen doofde. Even later stond ik met bibberende handen een fles wijn uit te schenken.
De gasten waren unaniem enthousiast, maar dat lag natuurlijk aan de smakelijke maaltijd en het gratis vuurwerk.
Maart 92

CIJFERS

Mijn les begint meestal met een proefwerkje dat ik de vorige keer heb opgegeven. Tijdens het proefwerk loop ik tussen de banken door, om mijn toegewezen kroost niet op verkeerde gedachten te brengen. Saskia is een van de betere leerlingen uit de klas, ze was vrij snel klaar met haar toets. Ik nam het papier mee en legde het op mijn tafel. Nadat ik nog een ronde door de klas gemaakt had, viel mijn oog op haar werk. Er stond onder: "De groetjes van Saskia." Ik reageerde hardop met: "De groetjes terug". Ze antwoordde met: Amaar, u snapt het niet.” Dus wierp ik nog een blik op haar proefwerk. Onder haar eerste antwoord stond: "Meneer, ik kan me niet concentreren, ik maak het een andere keer wel." Er kunnen allerlei redenen zijn, die meer aandacht vragen dan een proefwerk. Dus ik reageerde er niet verder op en ging verder met het bespreken van de les. Mijn ogen dwaalden door de klas en bleven hangen bij Jan, een roodharig, teruggetrokken jochie. Een tijdje geleden had ik hem uit de doeken gedaan hoe hij moest studeren, want ook hij meende dat de stof vanzelf in je hoofd komt, als je het boek voor je neus hebt. Dat gesprek had resultaat gehad; hij was me enthousiast komen vertellen dat het nu veel beter ging. Ik dacht dat het een goed moment was om hem eens aan te spreken over de slecht onderhouden fietsenstalling die hij in zijn mond had. Zo'n gebit zou hem beslist parten spelen bij een sollicitatie. Nu kon er misschien nog wat aan gebeuren, over een jaar of twee was het te laat. Dus vroeg ik hem na de les nog even na te blijven.
Het vriendje van Saskia, dat naast haar zat, stond plotseling op en vroeg of hij en Saskia mij even konden spreken. Saskia zat achter in de klas te huilen. Ik nam ze even mee naar de gang en Saskia stortte haar hart uit; ze werd door haar gescheiden moeder heel kort gehouden en mocht de deur niet uit. Een keer in de maand mocht ze naar haar zus die thuis was weggegaan, omdat ze het ook niet uit kan houden. Redelijk praten met haar moeder was niet mogelijk. Nu kende ik wat van de achtergronden van haar. Saskia was op zeer jonge leeftijd slachtoffer van incest geweest. Dat was haar ook aan te zien, ze had beslist niet het gezicht van een vijftienjarig meisje dat nog aan het leven moest beginnen. "Ik probeer om redelijk met mijn moeder te praten, maar ik mag nooit iets. Dan denk ik aan wat er vroeger allemaal gebeurd is en dan wil ik niet verder. Dan wil ik dood."
Daar sta je dan in de gang, vijftien jaar en al geen zin meer in het leven. Niet bepaald een probleem, dat je even tussendoor kan oplossen. Gelukkig kon ik haar wat perspectief bieden, zodat ze toch ook weer even lachen kon. Ze wilde graag haar zus bellen, of ze daar mocht komen. Ik gaf haar een kwartje voor de telefoon en ging weer verder met mijn les. Aan het eind kwam Jan bij mij en zei zacht: "Meneer, u wilde me toch even spreken?"
"O ja, ik ben blij dat het nu goed gaat met je studie, maar het is ook van belang dat je later een goede kans maakt op een baan. En jouw gebit zou je daarbij best wel eens in de weg kunnen zitten," zei ik. "Poets je wel regelmatig je tanden en ga je naar de tandarts, was je je wel iedere dag?" "Nou meneer, niet iedere dag," zei hij timide. "Ik moet 's morgens altijd kranten rondbrengen en dan heb ik niet goed geslapen, want mijn ouders maken altijd ruzie. Mijn moeder is al drie keer weggelopen naar een Ablijf van mijn lijfhuis”, als ze dan terugkomt, zegt ze; "Ik blijf voor de kinderen." Ik kan bij een vriendje gaan wonen, mijn zusje is ook al thuis weggegaan. Als ik wegga, gaan ze scheiden en dan ben ik de schuld daarvan. Wanneer mijn ouders ruzie maken, neem ik mijn lievelingsbroertje mee naar boven en dan ga ik op mijn kamer zitten. Gisteren hebben ze weer twee uur ruzie gemaakt over een lamp die was blijven branden, dat is toch niet normaal?"
Je begint over tanden poetsen en waar loopt het op uit? Ook voor Jan had ik geen pasklare oplossing, ik ben maar begonnen om een gesprek te regelen met maatschappelijk werk.
Lesgeven heeft vele facetten en in de klas zitten mensen, dat vergeten we soms wel eens even, in onze ijver om cijfertjes te vergaren!
April 92

THEA EN THEO

Op de 'open dag' kwam ik hem tegen in de gang. Hij had intussen het postuur van een echte kok gekregen. Voor het gemak zal ik hem maar Theo noemen. Het koksbloed zat er al in toen hij als net vijftienjarig straatschoffie bij ons op school kwam. Ik haalde het er fotoalbum met de klassenfoto's bij en we haalden herinneringen op. In zijn klas zat ook een jongedame die, hoewel ze met een lichte hersenbeschadiging ter wereld was gekomen, precies zo was geschapen als Onze Lieve Heer het bedoeld had. Ze liet de overdadige belangstelling van al die jongens als Gods water over Gods akker lopen. Ook haar normen en waarden liepen beslist niet parallel met wat algemeen gangbaar genoemd wordt. Haar zeer korte rokjes maakten niet alleen de jongens zenuwachtig. Een reden temeer om haar Thea te noemen. Zo kon het gebeuren dat Thea in de wekelijkse praktijkles in het restaurant, (zij het achter de schermen) in een levenslustige bui haar blouse omhoog deed, om aan de aanwezige ontdekkingsreizigers wat ontboezemingen te doen. Theo greep deze gelegenheid aan om aanstalten te maken, zijn rits naar beneden te doen. Dat werd natuurlijk net iets te spannend en Thea gaf een gil. Daarmee zou dit sexperiment aan de vergetelheid zijn prijsgegeven, ware het niet dat mijn collega uit het restaurant, (die zijn toneelstuk altijd met grote ernst opvoerde) deze gil een ernstige inbreuk op het scenario vond. Thea kreeg straf, omdat ze gegild had. Hevig verontwaardigd kwam ze bij mij. Ik ken mijn pappenheimers. Als bekend zou worden, wat er precies gebeurd was, zouden er koppen rollen. Ik bezwoer haar dus, om de straf maar voor lief te nemen en het gebeurde met de mantel der liefde te bedekken. Helaas, Thea kon haar verontwaardiging niet bedwingen en beklaagde zich bij haar ouders over de straf. Vader die zich nog nooit met de vele problemen van zijn dochter had bemoeid, wierp zich plotseling op als zedenmeester en belde op hoge poten de school op. En toen was de beer los! Theo moest van school en mocht alleen nog terug komen om examen te doen. Thea begreep er niets van, dat had ze toch niet gewild. Om te zorgen dat ze beiden hun diploma haalden, mochten ze bij mij thuis de proefwerken inhalen, waarbij ze dan heel gezellig ieder aan een kant van de tafel zaten. Gelukkig zijn ze allebei geslaagd. Van Theo kreeg ik twee flessen wijn met glazen, hij is bezig aan het vierde jaar van de voortgezette opleiding. Thea werkt in de winkel van een bakkerij en van haar knappe moeder kreeg ik een dankbare blik. Mijn collega uit het restaurant heb ik maar nooit verteld, wat er nu precies gebeurd was. Hij zou het niet overleefd hebben. Intussen is hij verkast naar een middelbare hotelschool en daar gebeuren zulke dingen gelukkig niet!? Of toch...
Mei 92

BUFFET

'Denk erom, niet alles erbij doen,' waarschuwde ik hem nog. En richtte mijn aandacht op de volgende 'culinaire kunstenaar in de dop'. Als je een flink koud buffet hebt op school, ben je goed in de aap gelogeerd. Met de organisatie en het werk van een diner zijn de leerlingen doorgaans goed op de hoogte, maar afwijken van de dagelijkse gang van zaken is een crime. Je loopt als een gek door de keuken om steeds nieuwe instructies te geven. En net als je meent klaar te zijn, is de eerste dat ook weer. 'Is het zo goed meneer?' hoor ik hem vragen, maar het leed was al geschied. In het grote bekken met cocktailsaus waren een paar handen met délices de mer (“ zeevruchten) verdwenen. In mijn hoofd vormen zich dan tekeningetjes met stripfiguren die bijzonder boos zijn, zoals schedels, gekruiste botten en bliksemstralen. En beetje van die boosheid komt soms naar boven, dan praat ik achter uit mij keel, of ik zink op mijn knieën, maak een kruisteken en vraag Onze Lieve Heer, wat ik toch misdaan heb, dat Hij mij zo straft. De show die ik dan opvoer heeft in ieder geval resultaat dat leerlingen nooit meer vergeten wat wel de bedoeling was.
Eigenlijk ben ik boos op mezelf. De leermeestercursus uit een ver verleden borrelt weer naar boven: 'doet de leerling het verkeerd, dan is het hem niet goed geleerd!' Stap voor stap instructie moet duidelijk zijn en daar had het nu juist aan gemankeerd. Voor mij was het volkomen duidelijk dat er een gedeelte van de cocktailsaus bij de zeevruchten kwam, maar mijn onervaren uitvoerder had het precies andersom begrepen.
Plots schoot me een gebeurtenis uit de tijd dat ik zelf de eerste wankele schreden op het kokspad zette, in herinnering. Een van mijn taken bij het sluiten van de keuken in Prinses Juliana, was het doorkoken van de bruine fonds. Dat gebeurde in een drietal oude aluminium pannen. Als alles was doorgekookt, passeerde ik het geheel. Dat er verschillende bruine fonds waren, was nog niet tot mijn culinaire kennis doorgedrongen. De chef (Kees Preide) was die dag druk bezig geweest met de voorbereidingen voor een partij, waarvan consommé de queue de boeuf (“ossenstaartsoep) een onderdeel vormde. Het resultaat had hij klaargezet in een van de aluminium pannen. De afloop kun je nu wel raden. 's Avonds heb ik alle pannen doorgekookt en gepasseerd en de volgende dag was de chef aan het zoeken waar zijn bouillon was gebleven. Ik las verbijstering in zijn ogen toen hij het ontdekte, maar hij hield zich goed. Er kwam geen onvertogen woord over zijn lippen. Voor zover ik me kan herinneren, was dat de enige keer dat ik hem gebruik zag maken van conveniënce food. Je moet je tenslotte weten te redden!
Juni 92

TONEEL

'The world is a stage and each must play his part', zong Elvis Presley. Van dat toneel is het horeca vak een exponent. Zo sprak ik iemand die als gast regelmatig in de 'betere zaken' verkeert. Hij ging niet meer naar bepaalde bedrijven, omdat 'hij niet langer gedwongen wilde worden om aan het daar opgevoerde toneelstuk deel te nemen.' Hier en daar zullen nu wel wenkbrauwen worden gefronst; 'wat voor soort gast dat dan wel mag zijn, die zo over onze edele bedrijfstak durft te praten.' Misschien heeft die mijnheer toch wel gelijk. In het streven naar perfectie wordt gastheerschap soms tot een dogmatisch ritueel en voedsel een middel tot extravagante decadentie; 'de nieuwe kleren van de keizer.'
'Ik wil geen deel uitmaken van een cast die mee doet aan het theater in de culinaire wereld. Dat overdreven gedoe hoeft voor mij niet meer. Ik wil mezelf zijn,' aldus Marc Paesbrugghe uit Antwerpen en leverde zijn twee Michelin sterren in. In zijn restaurant mag weer gelachen worden tegen een betaalbare prijs.
Daarom kan relativeren op zijn tijd helemaal geen kwaad; waar gehakt wordt, vallen spaanders en er is niets verkeerd aan om daar zo nu en dan naar terug te kijken.
Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een school. Op iedere school gebeurt er wel eens iets, waarvan we maar liever hebben dat het niet wereldkundig wordt. Of dat nu het voortijdig bekend worden van landelijke examens, het strippen van een juffrouw door de directeur, of ondeugden van leerlingen of docenten zijn. Daarmee is de school in kwestie niet direct tot een slechte school gedegradeerd. (Wie bepaalt overigens wat een goede school is?) Tenslotte is zo'n gebeurtenis een momentopname en ook de beste breister laat wel eens een steek vallen. Persoonlijk vind ik het een goede gewoonte om naast alle serieuze inzet voor je leerlingen en je vak, eens met de helikopterview te kijken naar de dagelijkse gebeurtenissen op zo'n leerinstituut. En met een knipoog naar de werkelijkheid, een wat satirische beschrijving daarvan te geven, of eens beschouwend naar ons eigen functioneren te kijken. Ter leringe ende vermaeck van eenieder die dat tot zich wil nemen.
Het is daarom leuk om te merken dat datgene wat je aan het papier toevertrouwd door anderen wordt gelezen. De reacties daarop kunnen echter nogal eens verschillend zijn. Zo mocht ik enige tijd geleden van een journalist vernemen, dat een van mijn 'kollums' (werd gepubliceerd als Karel”s Kollum) een juweeltje was. En van een collega kreeg ik kritiek, met alle respect voor zijn mening, omdat ik volgens hem niet mocht schrijven over warme apenhersens en de manier waarop paté de foie gras tot stand komt.
Uit het voorgaande mag u duidelijk zijn dat sommige lezers zich soms aangesproken voelen door mijn bespiegelingen. Ik kan hun maar één goede raad geven: 'trek het je niet aan, er gebeurt genoeg op ons (school)toneel om je echt druk over te maken.' De 'cornichon aigre' heb ik nog lang niet verdiend en wie 'Karel' niet pruimt, kan er hetzelfde mee doen als met de Playboy of de EO gids, om maar eens twee uitersten te noemen; 'niet lezen of bekijken.' Daarom wens ik vriend en vijand:
'May the road rise to meet you.
May the wind be always at your back.
May the sun shine warm upon your face,
the rains fall soft upon your fields
and, until we meet again, may God hold
you in the palm of His hand.'
Juli/augustus 92

WERKWEEK

Slaperig en rillerig kruip ik om halfvijf 's morgens uit mijn tentje. Dat doet misschien denken aan een lange zonnige vakantie, maar helaas die is voorbij. De harde werkelijkheid van de werkweek roept. Vandaag wordt een bezoek gebracht aan de veemarkt in Doetinchem, en aangezien die al om vijf uur 's morgens begint, moeten de werkweekgangers er vroeg uit. Gisteren was het ook al een lange dag geweest. Eerst verzamelen op school en vervolgens met de fiets naar Braamt, de plaats van bestemming. Een dag vol activiteiten die pas eindigde om halftwaalf. Voor mij lag het vervoer wat gemakkelijker, want mijn taak bij de werkweek bestaat hoofdzakelijk uit de ravitaillering en dus transporteerde ik mijzelf comfortabel in mijn automobiel. Ik behoor dan ook tot de klasse leeftijdgenoten, die lid kunnen worden van de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen en heb mijn sporen met de werkweek reeds lang verdiend. Hoe doorkneed het programma er ook uit mag zien, het kan nooit voldoen aan alle inventiviteit van onze leerlingen. Vooral het hoofdstuk; 'wat beslist niet mag,' is uit te breiden met een oneindige lijst. De creativiteit van leerlingen is onbegrensd. Zonder in conflict te komen met het voornoemde hoofdstuk, is er nog zoveel rottigheid uit te halen, die niet uitdrukkelijk is verboden. Je zou wensen dat ze diezelfde creativiteit aan den dag legde bij het bestuderen van de lesstof, maar vaak dient daar alleen de bus- of treinreis naar school voor. De ervaring heeft mij geleerd dat vooral de eerste nacht bijzonder geschikt is om de beest uit te hangen. Hoe moe ze ook zijn, die nacht moet worden uitgebuit. Naast de reguliere kussengevechten is ook het onderspuiten van slapende lotgenoten met tandpasta een geliefd tijdverdrijf. Voor 'begelijders' blijft er niets anders over dan ertussen te gaan zitten en ieder die zijn mond opendoet naar buiten te verwijzen, totdat hij of zij slaap genoeg heeft. Meestal vergeefs overigens. Daarom heb ik vorig jaar het wijze besluit genomen, om elders mijn tent op te zetten, zodat ik tenminste enige nachtrust geniet. De genoegens van de nachtelijke wake moet ik dan helaas overlaten aan mijn jongere collega's.

Terug naar mijn ongewassen hoofd dat uit de tent kwam; vol verbazing keek ik naar het gebouw waar de meute was ondergebracht. Overal brandde licht en zag ik mensen rondlopen. Door het natte gras baande ik me een weg tot ik binnen was. Het bleek dat het een van mijn collega's, overigens ook een doorgewinterde rot, toch even teveel was geworden, na een nacht waarin hij geen oog had dichtgedaan. 'Eruit jullie,' had hij geschreeuwd; 'we gaan naar huis!' Sommige leerlingen waren al druk met tassen en koffers aan het sjouwen. Gelukkig wordt de soep nooit zo heet gegeten, als hij wordt opgediend. Wel werd er een aantal harde afspraken gemaakt over het dagprogramma, die duidelijk maakten waar de grenzen van hun mogelijkheden lagen. Nadat de meute op hun stalen ros vertrokken was, heb ik nog maar even de binnenkant van mijn oogleden bekeken, zolang had ik ook niet geslapen en voorlopig waren ze nog niet terug. Om drie uur kwam de club behoorlijk suf binnen. 'Niemand mag op bed gaan liggen, hier mag je een spelletje doen of lezen, maar je mag niet niks doen', luidde het parool. Daar zaten de helden te knikkebollen boven een boekje of een spelletje. Toen het na het eten donker werd volgde er nog een bosspel in de regen. De volgende nachten hebben die lieve jongens en meisjes allemaal lekker geslapen. En wij ook!
Oktober 92

STAGE

Er is een tijd geweest, dat ik met leerlingen alleen praktijklessen zonder gasten draaide. Vier keer in de week koken voor jezelf. Natuurlijk zijn zulke lessen belangrijk. Je kunt zonder de druk van gasten alle aandacht besteden aan het inslijpen van technieken. Ook een aantal sociale vaardigheden komt ruimschoots aan de orde; netjes een tafel opdekken, behoorlijk aan tafel zitten, weten welk bestek je moet gebruiken, netjes eten, je collega's bedienen, wachten totdat iedereen wat op zijn bord heeft voordat je begint, je bord niet tot de rand toe vol scheppen, zodat iemand anders niets heeft en vervolgens datgene wat je niet lust laten staan. Allemaal bekwaamheden die veel van onze leerlingen niet direct van thuis meekrijgen. (Ik voel me dan ook vaak meer pedagogelaar dan vakdocent!)
Tussen een praktijkles koken en serveren, of houtbewerken, metselen of een ander fraai beroep is een groot verschil. De timmerman in de dop heeft nog niets te maken met zijn klant en als het werk vandaag niet af komt dan de volgende week maar weer. Bij de horecalessen op school komt echter ook de praktijksituatie aan de orde.
Het nadeel is van een praktijkles zonder restaurant, bleek op de keer dat ik met mijn leerlingen voor gasten moest koken. De pudding was mislukt en moest dus opnieuw gemaakt worden. Je kunt nu eenmaal niet een gast vertellen dat het nagerecht niet doorgaat. De 'patissier' vertikte het echter om opnieuw aan de gang te gaan. Hij werd even geconfronteerd met een stukje echte horeca en was meteen genezen. Binnen een week was hij van school.

Tegenwoordig lopen onze leerlingen stage. De stage maakt het beroep tot realiteit. Dat merk je vooral in de praktijkles. Je haalt de 'echte' koks er zo uit: ze controleren of ze hun mise en place compleet hebben, nemen zelf de taak van annonceur op zich, helpen bij het doorgeven van de hoofdschotel, kortom ze willen graag een deel van de verantwoordelijkheid van je overnemen in de keuken.

Ik heb groot respect voor al die mensen in de bedrijven die naast hun drukke baan ook nog met plezier energie willen steken in de opleiding van jonge koks en gastheren. Soms kun je met moeite een afspraak maken, maar als je dan komt, krijgt vaak het hele bedrijf te zien. Ze vertellen graag hoe alle reilt en zeilt, waarbij ieder bedrijf zijn eigen kwaliteiten heeft. Je merkt ook dat de er kentering is over het denken en omgaan met personeel. De kreet: 'de horeca is een roeping,' doet nog steeds opgeld, maar de belangen van de leerlingen die er in het verleden toe leidden dat ze na enige jaren massaal de horeca verlieten, worden niet langer onder geschoffeld.

Daarbij is het als docent ook goed om regelmatig contact te hebben met het bedrijfsleven. Vooral als je al heel wat jaren in het horecaonderwijs meedraait is het gevaar van 'bedrijfsblindheid' groot. De maatschappij en dus ook de horeca verandert steeds sneller en de beroepservaring van een ver verleden past niet meer naadloos in de tegenwoordige tijd.
Er zit echter ook een klein probleempje aan die stagebezoeken. De koffie komt je soms de neusgaten uit!
November 92

BOERENKOOL

Het is vakantie. De school is even uit je gedachten verbannen. Geen cijfers, vergaderingen, telefoontjes en lessen. Je vraagt je af hoe het toch komt dat je anders zo druk bent. Alle spanning en stress zijn verdwenen.
Daar gaat de bel van de voordeur. Dat móét ik horen, want op hetzelfde moment starten mijn honden een oorverdovend geblaf. Welke onverlaat waagt het om hun domein te betreden? Het is de buurman die in het bestuur van de basisschool zit. Hij vraagt of ik iemand ken, die genegen is om voor vierhonderd kinderen boerenkool te bereiden. 'n Tikkeltje sneaky is dat wel, want met die 'iemand' bedoelt hij mij natuurlijk.
Maar wat zeg je dan op zo'n ondoordacht moment, terwijl je lekker uitrust van de schoolse beslommeringen? Je vergeet hoe druk je het eigenlijk hebt, hoe lastig het is om tussen allerlei werkzaamheden door, extra bezigheden te verrichten en je zegt; 'ja'. De tijd heeft tenslotte geleerd, dat wat er ook gebeurt, je altijd in staat bent om op tijd de zaken voor elkaar te hebben.
Na wat afspraken met de groenteman en de slager, zijn de financiële aspecten snel afgerond. Personeel is een andere zaak. Als er wat te verdienen valt, zijn leerlingen er als de kippen bij. Maar gratis werken is niet erg geliefd. Niettemin zijn er twee bereid, om kosteloos hun medewerking te verlenen.
En zo sta ik na de vakantie op een morgen om acht uur in de keuken, met toch wel een beetje schrik in de benen. Gelukkig heeft zich nog een extra vrijwilliger aangemeld, toen ik een wel betalende job in het vooruitzicht stelde. Met drie man moet het karwei toch te klaren zijn.
De groenteman zeult twee enorme teilen, vol met geschilde aardappelen binnen. Daarachter aan nog eens drie reusachtig emmers, alles bij elkaar Honderd vijftig kilo. Dan volgt een enorme hoeveelheid boerenkool. De schrik slaat me om het hart. Krijg ik deze voedselberg in vier uur tijd omgetoverd tot een boerenkoolmaaltijd? Dat is andere koek dan met twaalf leerlingen voor vierendertig gasten koken! De schrik wordt nog groter, als blijkt, dat er niet genoeg pannen zijn. Tot overmaat van ramp, komt een van mijn hulpjes niet op dagen. Als dat in het bedrijf gebeurt, was het meteen zijn laatste werkdag geweest.
Ik zal u niet vermoeien met alle details, maar de pannen worden alsnog gebracht. Een door Onze Lieve Heer gezonden, reddende engel komt vragen, of ik nog een paar strafklanten kan gebruiken. Om elf uur staat de slager met de warme worst voor de deur en om twaalf uur, is alles in kannen en kruiken.

...Ik was even vergeten dat de tijd heeft geleerd, dat wat er ook gebeurt, je altijd weer in staat bent om op tijd de zaken voor elkaar te hebben!
December 92

ETIKETJE

Bij het 'schonen' van het leerlingenbestand kwam ik haar naam tegen op de achterkant van een etiket. Het was de dochter van een collega van de streekschool, die in de voetsporen van haar vader trad. Om te beginnen door zich te bekwamen in het horeca vak. Ze was al een aantal jaren uit het zicht verdwenen. In een klas met voornamelijk jongens kon ze zich goed staande houden en wist precies de maat te bepalen voor iedere van haar medeleerlingen. Het was een stevige, vrolijke meid, met lichtjes in haar ogen een rode blos op de wangen en blond haar. Haar zachte 'g' verried haar Brabantse accent en dat betekent in ieder geval voor mij een pré. Ik ben altijd op zoek naar een gezamenlijk aanknopingspunt om mijn discipelen in het juiste spoor naar een diploma te krijgen.

Zoals het een school betaamt, die is gebouwd toen de bomen onder een voortvarend P.v.d.A bewind, nog tot in de hemel groeiden, beschikt ze over een zwembad. En dat is nu juist een van de gelegenheden waarbij een informeel contact met leerlingen gemakkelijk tot stand komt. Zo'n relatie ontstaat niet alleen tussen leerkracht en leerling, maar ook tussen de leerlingen onderling. En zo kon het gebeuren dat er iets moois opbloeide tussen Theo en de mooie Brabantse. Theo had in zijn jeugd een vervelende ziekte gehad, waardoor zijn haardos nogal uitgedund was. Zijn wilde haren was hij misschien daardoor verloren, maar zeker niet zijn goede humeur. Die onvolkomenheid beschouwde zij overigens, door de liefde die blind was, als onbelangrijk. Gezien haar en zijn leeftijd was het 'de eerste echte prille liefde' en ik zie ze dan ook, in gedachten, telkens weer met z'n tweeën in het ondiepe van het zwembad staan. Soms elkaar een bal toegooiend en anders eindeloos kletsend, over van alles en nog wat, wat jonggeliefden elkaar te vertellen hebben.

Ach, we maken dat allemaal mee in de klas. Jongedames die met volle overgave de jongens van een klas afwerken, om een brede ervaring op te doen. En in het kader van de e-man-cipatie geldt dat natuurlijk ook voor de heren der schepping. Edoch daarmee haal je niet de kolommen van Annoncée. Het bijzondere van deze relatie bestond juist hierin, dat ze een blijvende was, althans voor zover ik ze heb kunnen volgen. Ook nadat ze de school verlieten bleef het vuur der liefde branden en vochten ze zich gezamenlijk een weg door de streekschool heen. Regelmatig werd ik door diverse leerlingen, die bij tijd en wijle hun oude leermeester nog eens komen bezoeken, op de hoogte gehouden. Ze waren intussen een beetje uit mijn herinneringen verdreven door de indrukken die nieuwe handenbindertjes op mij maken, maar ... wat is het leven van een leraar toch mooi als je de narigheid van alle dag vergeet en mooie herinneringen aan het verleden levendig kunt houden door een etiketje!
Januari 93
Begin 1999 kreeg ik een uitnodiging voor de bruiloft. Op een lang en gelukkig leven!

Naar de volgende columns