DE SCHOOL EN DE HORECA
Vijfentwintig jaar belevenissen van een horecadocent
VAK VERBREDING

De maadsgappei veranderd en dus is het onderweis voordurent in beweeching. Reechelmatig leezen we in de krand dat het basisonderweis weer een nieuw vak erbei kreicht. Als ik al die facken die in de loop der jaaren volgens de wensen van al die deskundoloochen bij elkaar tel, sgad ik dat er op het oochenblick per week zoon dertich fakken sein. Het is daarom dan ook niet verwonderleik dat deze wel zeer breede opleiding er toe leid, dat zelfs leerkragten de meest elementère reechels van de nederlandse taal niet geleert hebben. (Ongeveer dertig fouten nu, mijn rekenonderwijs was ook niet al te best.)

Ook binnen het horeca-onderwijs zien we deze verbreding van de opleiding. Een gastheer is binnenkort in staat, om met de bestudering van de psychologische aspecten van zijn vak, zijn 'cliënt' niet alleen van drank en spijs te voorzien maar hem ook te begeleiden bij zijn honger-, lust-, frustratie- en statusgevoelens. Persoonlijk ga ik overigens ook liever naar een restaurant om mijn frustraties weg te eten, dan (zoals in Amerika) naar de psychiater.

In een befaamd restaurant in het Gooise, heeft het voltallige personeel tijdens het kerstdiner een Christmas carol ten gehore gebracht. ('Dat zijn de voordelen van sous-vide koken, zullen ze gedacht hebben.')
Maar toch heb ik ook zo mijn vraagtekens bij deze ontwikkelingen. In een etablissement in de omstreken van Amersfoort, was men van mening dat 'een kerstdiner gezellig moet zijn en als het de gasten niet lukt, dan zullen wij de stemming er wel inbrengen.' Nadat de grosse-piece (hoofdschotel) door was, profileerde de chef de cuisine zich op de dansvloer om feestvreugde te verhogen. Dat bleek niet voldoende effect te hebben, waarop de hele witte en zwarte brigade in polonaise op de vloer verscheen. De gast van wie ik dit verhaal te horen kreeg, beaamde dat het personeel in opperbeste stemming verkeerde, maar had zelf wel een ander verwachtingspatroon.

Ik vraag me af of we in het beroepsonderwijs wel in staat zullen zijn om deze verbreding van het vak voldoende te kunnen realiseren. Ik zie het al voor me; Barry Stevens die een swingende, goedgemutste brigade adviseert om toch 'vooral door te gaan,' en Christine Deutekom die haar hele gewicht in de schaal legt om stijlvolle, zwartgerokte gastheren tot eenstemmigheid te brengen.

Wie bij wil blijven, moet dus de trends volgen (Je weet maar nooit waar het goed voor is!) En zo heb ik mij in de afgelopen maanden bekwaamd in het spelen van een middeleeuws kerstspel. Gezien mijn outfit kwam ik in aanmerking om Jozef te vertolken. We hebben het onder meer opgevoerd in de gevangenis.

Gelukkig heb ik niemand hoeven gijzelen om er weer uit te komen!
Januari/februari 93

MOTIVATIE

Enige jaren geleden mocht ik mijn school vertegenwoordigen tijdens een bijeenkomst van de Vereniging van scholen met een horeca opleiding. U moet me maar vergeven wanneer ik niet de juiste benaming gebruik, want er zijn zoveel vormen van samenwerking dat je langzamerhand door de bomen het bos niet meer ziet. Veel van die bijeenkomst is weg uit mijn herinnering, maar één onderwerp is me sterk bijgebleven. Op een bepaald moment werd de stelling geponeerd dat ons onderwijs van hoog tot laag in ieder geval de motivatie voor het beroep gemeen had. Een axioma dat uiteraard kwam uit de hoek van de middelbare of hogere hotelschool. Als je echter dagelijks in de lagere regionen vertoeft, dan moet je vaststellen, dat die these niet (meer) geheel juist is. Of dat jammer is of niet wil ik in het midden laten, maar een ding is zeker; De docent die ervan uitgaat dat leerlingen in het voorbereidend beroepsonderwijs hun motivatie van thuis meenemen, komt van een koude kermis thuis en zal een zware dobber hebben om zich te handhaven. Een school die zich in zijn totaliteit op het consumptieve onderwijs richt, zal het daarbij wat gemakkelijker hebben, dan de school waar een breed pakket van vakrichtingen wordt aangeboden. En dan heb ik het natuurlijk over het 'klimaat' in de school.

Voor de man die voor de klas staat, betekent het dat zijn eerste streven, het enthousiasme voor het beroep uitdragen, moet zijn. De beroepskeuze van veel van onze huidige leerlingen is ontstaan uit het wegstrepen van de mogelijkheden die niet voor hen zijn weggelegd, hoe graag ze dat ook zouden willen. Veel van hen twijfelen aan hun eigen vermogens en verbergen dat achter stoer of brutaal gedrag. Vooral voor een jonge vakbroeder (en dan denk ik aan mijn eigen ervaringen) valt het niet altijd mee om door die dikke schil naar binnen te kijken en dat kleine hartje weer wat vertrouwen in de eigen mogelijkheden te geven. Vooral als het wat langer duurt om er doorheen te komen, dan raakt het geduld op of begin je te twijfelen of je zo'n dwarskont wel onder de duim kunt houden.

Ik zie mezelf nog 'lesgeven' (zeg maar gerust 'overleven') in Utrecht op zolder tussen de balken en de houten wanden. De juffrouw van ernaast kwam vragen of het niet wat zachter kon. En ik had de bandrecorder voor me staan om te kunnen analyseren hoelang ik de zaak in de hand had. Ik begon met de brave Hendrikken aan me te binden en er steeds een paar meer bij te betrekken.

Door de jaren heen kon ik steeds meer bereiken met de moeilijkere figuren. (Soort zoekt soort!) Die dan ook prompt in mijn klas gedumpt werden. Als ik me weer eens flink druk heb gemaakt, zit ik thuis mijn strategieën te overdenken; Als ik er een van school moet doen, dan heb ik het verloren. En ik laat me toch niet door zo'n druiloor in de luren leggen!
Ik zie er nog een zitten achter in de klas: 'Meneer, waarom zou ik mijn best doen. Ik ben toch een stommerd, die niet leren kan!' Tegenwoordig is hij sous chef en staat regelmatig in het vakblad, wanneer hij weer met een wedstrijd mee heeft gedaan.

Van je vak kun je maar weinig kwijt in het vbo, maar ik heb intussen aardig wat van die eigenzinnige dwarsliggers afgeleverd, die zich een plaatsje veroverd hebben.
April 93

ENTHOUSIASME

Daar zit hij voor je: Jas aan, das om, hangend in een stoel, slapend op de bank, ongeïnteresseerd gapend, walkman op. Soms straalt de complete verschijning van zo'n leerling zijn weerzin uit tegen de school in het algemeen en jouw les in het bijzonder. De eerste gevoelens, die dan naar boven komen zijn duidelijk; je ergert je. Bij de stage bedrijven krijgt de leermeester er ook mee te maken; stagiaires waar niets vanuit gaat, die om elke onbenulligheid het af laten weten.

Het valt niet altijd mee om je vak met enthousiasme uit de dragen, bij zulke figuren. Een eerste vereiste voor onze leerlingen is, ze enthousiast te maken voor het vak. Dat is niet iets wat je over kunt brengen door vertellen, maar wat je vooral moet doen. Elk vak dwingt respect af. Ieder beroep heeft zijn belangrijke plaats in de samenleving. Dat respect moet worden uitgedragen, als een voorbeeldfunctie. Dan kun je zelf ook eisen stellen. Maar motivatie en betrokkenheid hebben niet voor iedereen dezelfde betekenis. Onze huidige maatschappij kweekt mensen voor wie de uitdaging er niet meer is. Dat zie je niet alleen in bedrijven maar ook voor de klas.
Herken jij ze ook?
- Degenen die zich als een vis in het water voelen; ze duiken mee in het diepe als er wat gedaan moet worden; volgen cursussen om hun bekwaamheid op hun vakgebied bij te houden of uit te breiden; hebben een plezierige band met hun leerlingen en zijn meestal goed gehumeurd.
- Degenen die hun territorium hebben afgebakend; achter de deur van het klaslokaal ligt hun terrein en wat daarbuiten gebeurt moet een ander maar uitzoeken. Ze zijn soms teleurgesteld door ervaringen; hebben in het verleden ook energie gestoken in hun school, maar zijn teveel tegen een muur gelopen. Ze vinden het lesgeven en omgaan met leerlingen meestal wel leuk.
- Degenen die hun vaste aanstelling binnen hebben en vinden dat ze genoeg scholing hebben gehad. Ze hebben een baan die hun geld oplevert en daarna gaan ze doen wat ze leuk vinden; hebben duizend excuses om niet bij vergaderingen en andere activiteiten te kunnen zijn, blijven voor iedere scheet die hun dwarszit thuis en zeuren over gebrek aan taakuren en grote werkbelasting. Hun kan niets meer gebeuren, want ontslagen wordt je toch niet.
- Degenen die lijdzaam hun tijd uitdienen en in alle opzichten zijn uitgeblust. Het zijn de mopperpotten en kankeraars in de lerarenkamer. Bij hen zijn leerlingen en directie de oorzaak van alle problemen die zich voordoen. Zelf hoeven ze niet meer te veranderen, ze hebben de pijp allang aan Maarten gegeven.
Misschien heb je jezelf al in een bepaalde categorie ingedeeld, een collega herkend of met de nodige irritatie dit stukje heb gelezen.
'Voor het leraarschap moet je voor de volle honderd procent aanwezig zijn. Voor tachtig procent gaat niet.' zei eens een oud collega bij zijn afscheid. Daar sluit ik me van harte bij aan.
Mei 93

LANGE MESSEN

We maken het allemaal wel eens mee bij een bijeenkomst; de felle discussies over niet uitgesproken ergernis, die plotseling tot uiting komt. Een school is wat dat betreft een evenbeeld van de maatschappij. Als er geen deskundige voorzitter is die de agressie kanaliseert en de aanzet geeft voor een oplossing, lopen zulke gebeurtenissen uit op een blijvende controverse, waarbij de grootste mond of de 'machtigste' partij de dienst bepaalt. Beide partijen trekken zich terug op hun stellingen totdat zich de volgende gelegenheid voordoet om op de barricaden te gaan. Zo kunnen tegenstellingen jarenlang doorsudderen zonder tot een oplossing te komen. 'Hoe krijg je je zin of gelijk', is de vraag die beide belanghebbenden zich voortdurend afvragen.
Wie wat meer in het vergadercircuit thuis is, kent het fenomeen van de 'verborgen agenda'. Dat betekent zoveel als; 'Daar gaat het eigenlijk om, maar daar kunnen we niet over praten, dus overleggen we met andere argumenten, waarmee we hetzelfde doel hopen te bereiken.
Zo gebeurde het dat door de fusie van onze school nieuwe regels moesten worden vastgesteld, waarbij een oude competentiestrijd weer om de hoek kwam kijken. Geen van de partijen had er behoefte aan, om weer in conflict te raken met de 'tegenstander'. Net als een goede wijn hebben jaren een rijpende werking en zijn er meer zaken die binden dan scheiden. De ene partij had duidelijk besloten om zelf niet meer op de barricaden te gaan, maar anderen de kastanjes uit het vuur te laten halen, natuurlijk wel met een goede briefing vooraf. 'Lobbyen' wordt zoiets tegenwoordig genoemd. De andere partij die aan hetzelfde euvel leed, had ook besloten om zelf de strijdbijl niet ter hand te nemen, maar werd vertegenwoordigd door een collega, die met een veelheid van vriendelijk bedoelde woorden zijn visie trachtte door te drukken. Steeds opnieuw speelden de macht van het getal, de verworven bevoegdheden en oud zeer een belangrijke rol. Zo vormde zich een reeks van bijeenkomsten, waarop het scherp van de snede de strijd werd uitgevochten, waarna men zich terugtrok voor overleg met de achterban, om zich te beraden op de volgende stap. Uiteindelijk werd de zaak op papier gezet, voor de afsluitende bijeenkomst.
Een zaak waarbij iemand sterk emotioneel betrokken is, geeft aanleiding om direct te reageren als de voorstelling van zaken naar zijn mening niet helemaal juist is. Het is dus zaak om kostte wat kost je mond te houden, want wie reageert, graaft zijn eigen graf. Verschillende keren zag je de sterke neiging om zich in de strijd te mengen, maar de monden bleven verzegeld. Tot het moment dat een van de opponenten zich niet meer kon bedwingen en vervolgens ongenadig werd neergesabeld. De strijd was beslist, maar de controverse was daarmee niet echt de wereld uit. Die openbaarde zich weer opnieuw nadat de eerste stappen van de nieuwe afspraken aan de praktijk werden getoetst. Toen kwam de echte agenda om de hoek kijken en kwam het tot overeenstemming.
Juni 93

ALLE BEGIN IS MOEILIJK

Ik heb praktijkles in de keuken en een collega van motorvoertuigentechniek komt vragen of hij wat te eten kan krijgen, want hij blijft op school voor een vergadering. Nog niet zo lang geleden heeft hij voor mij de band van een kruiwagen geplakt die ik maar niet kon repareren. (Ieder zijn vak!) In de keuken moet alles mogelijk zijn dus ik tover er een stukje vlees bij. Hij is enthousiast over de maaltijd en de sfeer in de klas. Zelf merk ik dat niet zo; ik ben veel meer bezig, om te zorgen dat het diner vlekkeloos doorgaat.
Het is de eerste keer dat ik met mijn nieuwe klas keuken draai met gasten. Er schuilt ontluikend culinair talent in mijn 'brigade'. Iets om te koesteren en zorgvuldig op te kweken; soms schetterend waarom 'ze het nou toch verkeerd doen, terwijl je het toch zo goed heb voorgedaan', de andere keer zorgvuldig naar woorden zoeken en een compliment gevend om te bereiken waar je naar toe wilt. Ze werken in parties, dus je moet je ogen op duizend plaatsen tegelijk hebben. Zoals de chef alle tafels in zijn hoofd heeft, ben ik gepokt en gemazeld in de fouten die leerlingen steeds opnieuw maken. Als de crèmesoep klaar is, staan ze verbaasd te kijken naar de mirepoix (“groentenmix) die nog gesneden op de bank staat. 't Zijn meesters in de cremeerkunst, toch is dat een keukentechniek die niet in het examenprogramma voorkomt. Geblancheerde aardappelschijfjes veranderen binnen de kortste keren in puree en de slagroom is in de boter, terwijl je toch duidelijk hebt laten zien wat je met 'yoghurtdikte' bedoelt. Een waaiertje wordt aan de verkeerde kant ingesneden, zelfs als je hebt laten zien hoe het niet moet.
Ach ja, alle begin is moeilijk. De tijden veranderen en ook de leerlingen. Vroeger zat ik als een veldheer op een hoge kruk midden in de keuken, het slagveld overziend en vanuit de hoogte aanwijzingen gevend. Vandaag de dag is het noodzakelijk overal als de kippen bij te zijn, als je tenminste een redelijke maaltijd door wilt geven. De leerlingen hebben meer gelegenheid om te zitten als de meester. Ik denk nog wel eens terug aan het verleden toen de lts werd bevolkt door mavo en havo leerlingen die het vak wilde leren. Tijdens de les had je alle tijd om wat korst te maken voor fleurons of soepstengels, of om garneringen te snijden uit aardappel of koolraap. Als je wat vertelde schreven ze het uit zichzelf op! Tegen de examentijd werd ik eens bij mijn collega in het restaurant geroepen. Vervolgens werden we op een brancard gebonden met een masker voor en door de hele school heen gesjouwd. Ik heb nooit geweten dat we zoveel verschillende plafonds in het gebouw hadden! En de trap af met je hoofd naar beneden is ook geen pretje. Maar goed, toen we tamelijk geradbraakt weer beneden werden afgeleverd, was het restaurant netjes opgedekt en de lunch klaar. Vandaag aan de dag is dat welhaast een onmogelijkheid geworden. Maar toch, als je in staat bent om je ploeg enthousiast te maken voor je vak, kun je veel bereiken. En wat is er nu leuker? Als alles van een leien dakje gaat, zonder dat je je er voor in hoeft te spannen, of een diploma uitreiking, waarbij je zelf het gevoel hebt ook een prestatie geleverd te hebben? Ik kies voor het laatste!
November 93

GRIEP

Terwijl ik van een korte vakantie aan het genieten ben, word ik halverwege door de griep geveld. Zo ben je nog fris en fruitig en het volgende moment lig je gestrekt. Pijn in al je gewrichten, beurtelings warm en koud. Alles wat je nog van plan bent om te doen verdwijnt plotseling achter een vage horizon. Je trekt je helemaal terug in jezelf en voor zover je nog bewegen moet, voltrekt zich dat alles in slow motion. Er blijft maar een ding over: 'horizontaal'. Maar ook daar blijf je in de greep van het virus. Je kunt niet in slaap komen en ligt maar te draaien. Telkens schiet je wakker uit een onrustige slaap. Allerlei gedachten schieten door je hoofd. Op een ander moment ben je goed in staat, om ze weer achter hun deurtje op te bergen, maar nu gaat dat niet. Met al die spooksels in je hoofd val je weer in slaap.
Plotseling ben ik in de Dordogne. Met vijf andere mensen ben ik opgesloten in een kooi. In de grote ruimte staan wel honderd kooien opgesteld, allemaal met mensen erin. Het stinkt er ontzettend, want de uitwerpselen vallen door het rooster op de grond beneden ons. Ook is het er erg warm want de zon brandt op het dak. Om ons wat frisse lucht te gunnen staan er grote schuifdeuren open. Buiten ziet de natuur er fleurig en vredig uit. Er klinkt geluid, een stoet van allerlei bontgekleurde vogels komt een kijkje nemen. De gans die klaarblijkelijk de leiding heeft legt uit, hoe mensen hier opgefokt worden om straks als smakelijk hapje dienst te doen op de dis. Door de open deur kan ik nog net zien dat hij op een warme trog wijst waarin maïs met mensenvet wordt gebroeid. Dan gaan de lichten aan in de hal en wekken de mensen in de kooien uit hun apathie. Ze worden onrustig. Op het moment dat de gans een machine met een vultrechter naar voren tussen de rijen rijdt, klinken angstkreten en wringt iedereen zich in de verste hoeken. Aan de belangstellende toehoorders legt de gans precies uit wat er allemaal gebeurt. Drie keer per dag worden de mensen gevoederd en in drie weken tijd is hun lever dan tien keer zo zwaar geworden. Onverstoorbaar, grijpt de gans de eerste mens bij zijn kladden en duwt hem in een klem, zodat hij zich niet meer bewegen kan. Vervolgens trekt hij het hoofd naar achteren en zet ook dat in een klem. Nu wordt er een trechter van zo'n dertig centimeter in de keel gestoken en wordt de brei van mensenvet en maïs naar binnen gedraaid.
Als ik aan de beurt ben, spoelt mijn droommechanisme het nare gedeelte snel door. Maar wanneer mij het mes op de keel wordt gezet om mijn gezwollen lever te bemachtigen word ik badend in mijn zweet wakker.
En dan te bedenken dat ik nooit naar horrorfilms kijk. De werkelijkheid is soms erger als in je stoutste dromen!
December 93

LERARENOPLEIDING

De lerarenopleiding is bepaald geen sinecure. Als man van de praktijk moet je je omscholen tot vakmatige pedagogelaar. Voor wie niet in het bezit is van een bewijs van algemene ontwikkeling duurde de opleiding in het verleden in totaal zeven jaar. Daar is moed voor nodig. Hoe anders was het toen de vaklieden van mijn generatie aan hun docentschap begonnen: 's Zondags nog in de keuken van het horecabedrijf en 's maandags voor de klas. De Rijksinspecteur van het Voortgezet Onderwijs deelde mij mede dat ik gezien mijn vooropleiding voldeed aan de OBAO-opleiding. (Bewijs van algemene ontwikkeling.) En van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen ontving ik een bevoegdheids-verklaring (artikel 114). Mij restte slechts de studie voor het pedagogisch diploma. Zoals iedere vakman die kritiek heeft op de scholen die leerlingen afleveren, pakte ik het onderwijs rigoureus aan. Ik was daar zo druk mee bezig dat er van studeren niet echt veel terechtkwam. Veel van de lessen die mij maandelijks werden toegestuurd bleven ongelezen in de verpakking, terwijl ik met mijn bandrecordertje in de klas zat, om vast te stellen hoelang dat 'zootje ongeregeld' hun snavels dichthielden. Na enige tentamens die ik wonderwel haalde, kwam het examen in zicht. De leerlingen van de Middelbare Horeca School Wageningen, waar ik mijn proefles mocht geven, waren door Onze Lieve Heer zelf geïnstrueerd om zich rustig te houden en geen moeilijke vragen te stellen. Ik haalde dan ook met glans een zeven. Daarna volgde het schriftelijke gedeelte. Als enige kandidaat zat ik tussen toekomstige bakkers. De toeziende docent stelde me op m'n gemak, terwijl hij mijn opgaven inzag: 'Je hebt toch wel gehoord van ... en hij noemde de naam van een waarschijnlijk wereldberoemd pedagogelaar.' Helaas was me dat even ontgaan, dus noemde hij nog een naam, waarop ik al weer het antwoord schuldig moest blijven. Hij klakte een paar keer veelbetekenend met zijn tong tussen zijn tanden en wenste me veel succes. Ik stortte me vol overgave op de opgaven en schreef het ene na het ander vel vol. Tot ik ongeveer op de helft was ... Toen kwam de dip. 'Waar ben ik in godsnaam mee bezig', schoot het door mijn hoofd, 'had dan ook beter gestudeerd.' Mijn engelbewaarder fluisterde mij dezelfde woorden in die ik aan mijn leerlingen meegeef bij hun examen: 'Wie schrijft, die blijft.' En zo sleepte ik me met de moed der wanhoop naar het einde. Mijn hoofd was leeg en alle deurtjes waren gesloten, maar toch volgde er nog een mondeling gedeelte waar ik me bij de directeur der school en een gecommitteerde moest verantwoorden voor mijn werk. Ik was volkomen dichtgeklapt en alle antwoorden moesten eruit getrokken worden. Ik vertrok met een buitengewoon negatief zelfbeeld. De daaropvolgende weken was ik uiteraard thuis niet te genieten, totdat degene met wie ik de echtelijke sponde deel, het zat was en de directeur van de school waar ik examen had gedaan belde. 'Tot mijn spijt mag ik hierover geen mededelingen doen,' was het antwoord 'maar ik mag u wel zeggen dat op ...dag de diploma uitreiking is!'

Het was een prachtige zonnige dag toen we ons voor de diploma uitreiking naar de grote collegezaal van de Hogeschool begaven. Naast een nieuwe lichting toekomstige bakkerij eigenaren en -leraren, leverde voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een Middelbare Horeca School zijn eerste leerlingen af en dus was iedereen die ook maar iets met Horecaland te doen heeft, aanwezig. Een grote rij sprekers strooide een stortvloed van fraaie woorden over ons uit. Vervolgens kreeg ieder van de gediplomeerden nog enige wijze woorden toegevoegd bij het uitreiken. De sessie duurde zo lang, dat ik me toch weer ongerust begon te maken. Als laatste werd ik als een wel zeer buitensporige gebeurtenis geannonceerd: 'Er was nog iemand die op een wel zeer bijzondere wijze zijn diploma had gehaald, en wel voor het leraarschap van de horeca.' Onder luid applaus van alle aanwezigen schreed ik de trappen af om mijn 'bul' in ontvangst te nemen.
Soms denk ik nog wel eens: 'Ze moesten eens weten!'
Februari 94

BEDRIJFSBLINDHEID

'Een prachtbedrijf. Maar ik snap niet hoe je erin kunt werken. Wat een rommeltje. Komt de Keuringsdienst van Waren wel bij je langs'. Kritische opmerkingen die je niet vaak tegenkomt omdat 'mooi weer spelen' voor gasten en collega's in de horeca tot een ware kunst is verheven', lees ik in Misset”s Horeca. Zelf krijg ik regelmatig een stapel oude vakbladen. Vaak nog met de wikkel eromheen. Van iemand die het intussen wel weet en geen behoefte meer heeft aan informatie. 'Bedrijfsblindheid' wordt dat genoemd. Er is geen behoefte aan nieuwe ideeën en men wordt niet meer enthousiast door te lezen wat anderen met hun vak doen. Ze zijn misschien wel uitgeblust. Hoe het met zo'n bedrijf gaat laat zich raden.
Toch komt dat 'mooi weer' spelen niet alleen voor in de horeca. Ook op school kom je bedrijfsblindheid tegen, vooral waar het de opvoedende taak betreft. Leerlingbegeleiders of directie worden dagelijks geconfronteerd, met de zaken die wij als 'opvoeders' niet zelf kunnen regelen. Voor sommige docenten betekent het diploma lerarenopleiding het einde van hun scholing. Wie leest er nog een vakblad over onderwijs? Ja, wanneer er wat geschreven wordt over salaris! Maar artikelen over de omgang met leerlingen? Vaak liggen die vaktijdschriften ongelezen op tafel in de lerarenkamer. Het woord 'vakblad' roept op de eerste plaats associaties op met 'horeca' en ik denk dat bij de meeste 'vakmensen de gedachte aan het eigen beroep het eerste naar boven komt. Maar door te kiezen voor het leraarschap heb je eigenlijk een ander beroep gekozen. Van 'vakman(vrouw)' ben je plotseling tot pedagogelaar gepromoveerd. Zeker als je op een vbo school (voorbereidend beroeps onderwijs) werkt.

Toen ik mijn eerste wankele schreden op het lerarenpad zette, ging een van de eerste artikelen die ik las, over het beroep dat vbo leerlingen tien jaar na hun opleiding uitvoerden. Het bleek dat 80% een ander beroep had, dan waar ze voor waren opgeleid. Ik heb dat altijd in mijn achterhoofd gehouden als ik voor een klas stond. Hoeveel leerlingen weten al precies wat ze worden willen, als ze op een vbo school komen? Dat zijn er toch maar weinig. De eerste opgave van een docent is dan ook om leerlingen enthousiast te maken, voor een beroep.
Wie zich op de eerste plaats vakman voelt, kan mettertijd een teleurstelling ervaren als blijkt dat leerlingen niet met hun opleiding doorgaan en een ander beroep kiezen. Wie zich realiseert dat je aan vbo leerlingen met behulp van jouw vak een heleboel kan meegeven waar ze in het leven mee vooruit kunnen en wat ze in elk vakgebied kunnen gebruiken, boekt altijd resultaat. En dan is het mooi meegenomen als je door jouw inzet toch een aantal van die leerlingen weer in het horecabedrijf terugziet.

'Echte koks zijn artiesten, mensen die het in hun vingers hebben. Behoorlijk koken kun je leren, maar een goede kok wordt geboren. Iemand met een slecht humeur kookt slecht. Een echte kok komt naar de keuken als er iets te leren valt. Hij wil mensen laten genieten,' sprak Henri Andeweg (oud president van de Nederlandse Club van Chef-koks) bij zijn afscheid. Met een kleine variatie van het beroep is die uitspraak ook geldig voor docenten.
Maart 94

MOUNTAINBIKE

Een jongetje kreeg voor zijn verjaardag een schitterende mountainbike. In plaats van een uitroep van verbazing over zo'n duur cadeau, was de reactie: 'Die wil ik niet, die is van de Makro!' De maatschappij verandert. De generatie jongeren van vandaag de dag worden door de ene als 'krijgers' omschreven (en daarmee worden bepaald niet vechters bedoeld) en door de ander als 'rovers'.
Als je je oor te luisteren legt, dan hoor je dat jongeren geen uitdaging meer hebben, om iets te worden om iets te doen. Waarom zou je ook, als de stereotoren, de walkman, de televisie, de pc en al die andere wonderen van onze technische maatschappij zonder problemen door Pa worden gefinancierd. Niet voor niets moet de dagbladpers de krantenjongen tot held opwaarderen om voor elkaar te krijgen dat 's morgens bij ons de krant in de bus ligt.
Je kunt je voorstellen dat het voor de leraar die vandaag de dag voor de klas staat, niet gemakkelijk is om het aan zijn zorgen toevertrouwde kroost te motiveren. Eerlijk gezegd, ben ik wel eens ten einde raad hoe ik dat volkje tot studie- en beroepsmotivatie moet brengen. Natuurlijk is het gemakkelijk om iedere leerling die niet in jouw stramien past van school te sturen. Maar daarmee los je het probleem in wezen niet op, hooguit je baan. En dus ga je maar weer eens bij Jan en allemaal te rade, over wat je zou kunnen doen.
In dat kader was ik in de les bij een collega van een andere school, waar getracht wordt onze drop-outs en andere moeilijke figuren toch weer in het gareel te krijgen. Tijdens haar les realiseerde ik mij; 'Hé, dat deed ik ook.' En dat overkwam me verschillende keren. Als je maar lang genoeg meedraait, ontwikkelt zich vanzelf de kokerblik en heb je niet meer in de gaten wat waar je aanpak is verstard. Met die wetenschap ben ik maar weer eens aan de slag gegaan. En gelukkig liet het resultaat niet op zich wachten. Een van die druiloren waarvan ik de moed al lang had opgegeven en die alleen nog op school mocht blijven omdat hij leerplichtig was en niet lastig, is vlak voor de vakantie plotseling aan het studeren gegaan. 'Hoe houd ik dat vuurtje warm,' dacht ik en stuurde hem in de vakantie een kaartje van Loesje dat precies bij hem paste: 'Ik denk altijd goed na voordat ik iets stoms zeg! Op de achterkant heb ik hem gefeliciteerd en aangeboden om het volgend jaar de deur van de school open te houden, als hijzelf de deur naar zijn hersens openliet. Die tactiek bleek te werken. Misschien een idee voor een uitgedachte en uitgeprate collega; “Als je met praten niets bereikt. Neem dan de pen ter hand om tot communicatie te komen!”
April 94

ZAALVOETBAL

Deze keer mag ik verslaggever zijn bij een zaalvoetbalwedstrijd tussen leraren en leerlingen. Degenen, die mij enigszins kennen, zullen verbaasd zijn, want ik heb net zoveel verstand van voetballen als van het huwelijksleven van een Eskimo. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Toen ik nog kroegbaas was in Spekholzerheide ging ik ook mee naar Roda, en aangezien mijn leerlingen in dat opzicht niet veel verschillen van mijn vroegere klantenkring ...
Een van mijn collega's was zo vriendelijk mij uit te duiden, waar het sportcomplex verstopt was. Bij aankomst volgde ik de bordjes en ontwaarde achter een steekwagen een bebaarde
grijsaard in een shirt van de school. Het bleek de leraar Duits te zijn, die me door de catacomben naar de zaal verwees. Daar renden een stuk of tien jongens rond. (Een aantal kwam zelfs zo'n vijftig km weg! Waar halen ze de motivatie vandaan, vraag ik me dan af.) En een stuk of wat docenten lichamelijke opvoeding.
Afgefloten werd er niet... Tenminste, dat heb ik niet gemerkt. Een scheidsrechter was er ook niet, maar dat was ook niet nodig, met zoveel deskundologen. De jongens storten zich vol overgave op de bal en renden het hart uit hun lijf. Voortdurend werden er vanaf de kant aanwijzingen gegeven, want de beste stuurlui staan natuurlijk aan wal. Ook werd er voortdurend gewisseld. Een van de boys hield nauwlettend zijn horloge in de hand. Die ijver werd beloond met een eerste goal voor de leerlingen. Het bejaardenteam (of bejaarde team,) bleek niet opgewassen tegen de flitsende aanvallen. Daarna duurde het weer een tijdje voor er weer wat gebeurde. Maar toch werd het 1-1. Het wisselen tussen de leerlingen begon trager te verlopen. De opmerkingen van de kant werden vinniger. Bij de wissels ging het niet meer om het samenspel, maar in de trant van:"Ik zal wel eens even laten zien hoe het moet". Dat lukte even, maar toen begonnen de helden echt vermoeid te raken. Daar had de concurrentie op gewacht. Zoals het een goed leraar betaamt, verslapte de concentratie niet en bleven ze for better and for worse op elkaar letten. Totdat ze alle energie uit de boys hadden geblazen en met een schitterend samenspel (je zou willen, dat het op school ook zo ging) ze de tegenstanders inmaakten met 8-5. Er zal die avond thuis, maar weinig meer gepresteerd zijn, maar het moet toch een tevreden gevoel hebben gegeven. De jongens zaten de volgende morgen weer aan hun toetsen te blokken. Ik vrees dat het Engels slecht gemaakt is.
Mei 94

DIETSCHE TAVEERNE

Het is vakantie en door de radio klinkt ' Cast your fate to the wind.' Voor mij nostalgische klanken uit de flower power tijd. Ik runde in die tijd de 'Dietsche Taveerne' in Spekholzerheide. Een naam die aangaf dat er een Hollander in de kroeg stond. Deze weidse naam vond ik wat passender klinken dan 'Palermo Bar', zoals mijn voorganger dit etablissement gedoopt had, alhoewel ik ook de zeeën bevaren heb.
Mijn clientèle bestond uit dezelfde leeftijdsgroep wie ik nu lesgeef. Een prima basis voor het leraarschap. Eigenlijk zou het verplicht gesteld moeten worden bij de opleiding. Wat ze leren van alles bij de lerarenopleiding, behalve wat voor vlees ze straks in de kuip krijgen!
De Akerstraat waar onze broodwinning gevestigd was, was in die tijd de Korenmarkt of het Rembrandtplein van Kerkrade, met de bijnaam Reperbahn. De kroegjes en dancings struikelden over elkaar. Onderaan lag de Willem Sophie oftewel de 'koel', waar veel autochtonen hun brood verdienden door het zwarte goud op te delven. Fraai volkje was het niet altijd, want wie zich in de oorlog misdragen had, werd naar de mijnen gestuurd. Naar goed Limburgse gewoonte werd een flink deel van het inkomen omgezet in het edele nat. Net zoals de Belg beleeft de Zuiderling zijn sociale contacten voor een groot deel buitenshuis, wat meteen ook de grote hoeveelheid horecabedrijfjes verklaard.
Op maandagavond kwam een volleybalclubje van plaatselijke aankomende notabelen op bezoek, enkele onderwijzers, wat journaille en de kapelaans (toen kon je nog een blik opentrekken) van de tegenoverliggende parochie. Zo verkreeg ik ook kerkelijk goedkeuring.
De Dietsche Taveerne stond te boek als studenten café. En in Spekhei was iedereen die verder leerde dan de lagere school student. Uiteraard mocht ik ook een echte student vereniging tot mijn vaste gasten rekenen met de naam Aphrodio. Een samentrekking van twee Griekse goden, waarin gezien de leeftijd, de liefdesgod de boventoon voerde. Ook was er naar goed Limburgs gebruik een spaarclub. Een kastje aan de wand waar zondag morgen, na de kerk, bij het Frühschoppen wat geld in werd gestopt.
Bij het frühschoppen kreeg je drie bier voor een gulden. Een drankje kostte rond de vijftig cent. Toen ik eens de euvele moed had om de alcoholvrije dranken met vijf cent te verhogen, brak de pleuris uit. Een vat gerstenat kostte rond de vijftig gulden, dus rijk ben ik er niet van geworden.
Hoogtepunt van het jaar was de carnaval. Ieder café had een eigen wagen waarmee in de optocht werd meegereden. Kerkrade heeft een van de oudste carnavalsverenigingen van Nederland en ik bewaar dan ook met enige trots de onderscheidingen die als 'kale Hollander' heb ontvangen. Zo'n carnavals onderscheiding lijkt trouwens verdacht veel op een lintje dat ik voor mijn prestaties in de keuken heb gekregen, waarmee dan weer de betrekkelijkheid van al dat vlagvertoon wordt aangegeven.
'De goeie ouwe tijd', gelukkig onthoudt een mens de leuke dingen gemakkelijker als de minder geslaagde. Ach ja, "Cast your fate to the wind' en alles zal op z'n pootjes terecht komen.
Juni/juli 94

WERELDBAAN

Heel onderwijs gevend Nederland is aan het fuseren en ook mijn werkplek is daar niet aan ontkomen. Met de fusie hebben enige collega's van de gelegenheid gebruik gemaakt om afscheid te nemen van hun werk. Een daarvan hoorde ik in de lerarenkamer heel cynisch afscheid nemen van zijn 'wereldbaan'. Eigenlijk ben je te beklagen, als je een leven lang werk gedaan hebt waar je eigenlijk geen zin in had. Een mens moet doen wat ie graag wil doen en als je werk geen voldoening geeft moet je je jas aantrekken en afnokken.

Juist het voorbereidend beroepsonderwijs biedt een geweldige uitdaging om te kunnen ervaren wat je allemaal met dwarskonten, luilakken, stommerds, stiekemerds en ander asociaal gespuis, maar ook timide, minder weerbare, vaak contactarme, soms ook misbruikte jonge mensen middels je vak kunt doen om ze te helpen een plaatsje te vinden in de wereld. We kunnen niet alleen een leerfabriek zijn, waar alleen de cijfertjes tellen. Daarom doet 't soms pijn als je meemaak hoe sommige leerlingen op school bijna systematisch tot tweedegraads mensen worden gedegradeerd door volwassen opvoeders.
Zo kwam er een leerling met een briefje van thuis dat hij ziek was geweest. 'Keurig' denk je dan, 'maar waarom komt hij er mee bij de leerlingbegeleiding?' Het bleek dat hij al verschillende lessen had gevolgd en steeds het briefje aan de betreffende leraar had laten lezen. Totdat hij bij zijn klassenleraar kwam. Toen hij het briefje gaf, kreeg hij als antwoord: 'Ga jij je maar melden bij de directeur, voor jouw zwaait er wat!' Vervolgens meldde hij zich bij mij. Hij was ten einde raad want wat hij ook probeerde bij die leraar kon hij niets goed doen. Er waren al gesprekken geweest met thuis, maar ook dat had niet geholpen. Hij was de pispaal en daarmee was de sok af. Wat moet zo'n joch, die al nota bene drie jaar zonder problemen en met plezier op school is en alleen als handicap heeft dat hij geen knappe bol is.
Of nummer twee die doordat zijn oma in 't ziekenhuis lag, van streek was en daarom een paar weken geleden tegendraads had gereageerd en uit de les was gestuurd. Tot drie keer toe had hij zich bij de leraar vervoegd om het uit te leggen. Die weigerde om naar hem te luisteren. Intussen heeft hij al vier lessen gemist en zwerft door de school. Totdat hij zelf om raad kwam vragen.

Gelukkig wordt lief en leed gedoseerd. Een van mijn oud-leerlingen, die vorig jaar tussentijds van school is gegaan, kwam op bezoek en heeft de hele middag geholpen in de keuken. (Uit onderzoek blijkt dat de meesten ook zonder diploma aan de bak komen en dat de horeca daarvoor een dankbare werkgever is. Dat meld ik er maar even bij, voor diegenen die menen dat ze voor niets hun best hebben gedaan, als een leerling zonder diploma van school gaat.) Hij heeft ook een 'wereldbaan' en moet heel hard werken. 'Dat viel in het begin zwaar tegen.' maar hij heeft zijn auto al besteld. Soms verlangt hij nog wel eens terug naar school 'toen alles zo relaxt ging.'
Oktober 94

LESGEVEN

“Wat gebeurt er eigenlijk nog op school? Als ik naar de schriften van m”n zoon kijk, dan maakt hij de stomste fouten. Wordt er eigenlijk nog wel lesgegeven?” Zo begon het telefoontje dat ik op een avond thuis kreeg. En dan moet je duidelijk gaan maken dat de school zo langzamerhand van een leerfabriek van doorgaans gemotiveerde leerlingen is veranderd in een opvang van kinderen die eigenlijk niet weten wat ze willen worden en waarvan de beroepskeuze doorgaans tot stand is gekomen door het afstrepen van andere mogelijkheden.
In het voorbereidend beroepsonderwijs staat het aankweken van motivatie naast een goede relatie met de leerling op de eerste plaats en van daaruit kun je dan aan studiemotivatie gaan werken.
In Den Haag kunnen ze dan wel eisen dat Engels een verplicht examenvak is, maar er zijn nu eenmaal leerlingen die al de grootste moeite hebben om zich in hun moedertaal uit te drukken. Dat betekent niet dat ze later geen waardevolle bijdrage aan onze maatschappij kunnen leveren en straks niet in hun eigen onderhoud zouden kunnen voorzien. Meestal beschikken ze wel over een paar handjes die ze goed kunnen laten wapperen.
Voor de leraar die een vak moet doceren dat niet direct in relatie staat tot het gekozen beroep, is het daarom een zware opgave om iets aan leerlingen over te brengen. Maar ook de vakdocent moet alle zeilen bijzetten. Zo kreeg een van mijn collega”s een proefwerk retour van een mavo leerling met de opmerking: “Belachelijk. Waar haalt u het vandaan om zoveel op te geven in een keer!” , gevolgd door een schuttingwoord.

Een school is niet alleen een leerinstituut, maar vervult ook een sociale en opvoedende functie. Sfeer kan heel bepalend zijn. Leerlingen die in een te strak keurslijf worden gedwongen, uiten zich onder ander door stiekeme vernielingen. Of er is voortdurend een sfeer van oorlog in de school.
Het is niet altijd even simpel om leerlingen te motiveren. Onze welvaartsmaatschappij kweekt mensen die, zonder dat ze er een prestatie voor moeten leveren, toch wel krijgen wat ze willen hebben. Waarom zou je er dus iets voor doen? En als je dan na een aantal gesprekken met de ouders een briefje in je hand krijgt geduwd waarin ze je meedelen “dat hun zoon van vijftien zelf verantwoordelijk is voor zijn opleiding”, ben je als leerkracht aan het einde van je mogelijkheden.

Primair reageren op dit soort gebeurtenissen, leidt ertoe dat je het als docent na een aantal jaren niet meer ziet zitten. Wanneer je je niet voortdurend bezint op je eigen situatie en je eigen functioneren, heb je aan het onderwijs een zware dobber. Soms ben ik wel eens jaloers op mijn collega's in het middelbaar onderwijs, want die hebben tenslotte leerlingen die weten wat ze willen en die daar op aangesproken kunnen worden. Maar ik vrees dat die uitspraak voortkomt uit de gedachte dat het gras altijd groener is aan de andere kant van de heuvel.
November 94

KRENTENKAKKERS

'Himmel, Herrgot, Sakrament!' Een aanroep van machteloosheid die onze Oosterburen gebruiken, als het eens niet helemaal meezit. En aangezien ik enige tijd van mijn jonkheid heb versleten in Hamburg, schoot die kreet door me heen toen ik van de week een brief van 'het bevoegd gezag', zoals dat zo mooi heet, door mijn brievenbus geschoven kreeg.

Mijn contacten met 'Den Haag', zijn toch ik al niet van dien aard dat ik loop te juichen als ik post van hen krijg. Dat heeft ertoe geleid, dat ik mijn salaris afschrift ongeopend aan mijn betere helft overhandig. Ik wil mij goede humeur niet laten bederven door de zoveelste maatregel, die er alleen maar op neer komt dat ik minder in mijn portemonnee krijg. Bovendien erger ik mij aan die papiervretende bureaucraten die met hun maatregelen en notities alleen hun eigen pluche warm proberen te houden. Als ik zie hoe onze school steeds verder verpauperd en er steeds minder mogelijk is terwijl in Den Haag de bomen nog steeds tot in de hemel groeien en achter iedere stoel een juffrouw staat om de winden op te vangen, dan krijg ik daar behoorlijk de sik van.

Niettemin ben ik zo dwaas geweest om enige tijd geleden in een van hun smoesjes te trappen. Er zou geld beschikbaar komen voor docenten die door bezuinigingsmaatregelen in het verleden eigenlijk tekort gekomen zouden zijn. De zogenaamde 'na hossers' Persoonlijk ervaar ik die kreet meer als een verlengd carnaval, maar u zult het met mij eens zijn dat Den Haag een vette tien verdiend voor kretologie en verbloemen van de werkelijkheid.

Maar goed... Aangezien ik in die periode en studie Speciaal Onderwijs van twee jaar heb gevolgd, dacht ik nu ook in aanmerking te komen voor een douceurtje. U kunt het antwoord wel raden: 'Nee dus.' Een wel op grond dat ik niet op een school zat voor speciaal onderwijs en er geen les aan gaf. Begrijpelijk dat ik voor die redenering weinig respect kan opbrengen, daar mijn klassen al jaar en dag zijn gevuld met kindertjes uit dat onderwijs en dat ik ook nog enige uren les geef op een school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen. (Het zal u niet verbazen, dat ze zich bekwamen in het edele koksvak!) Helaas, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk en die van Den Haag onbegrijpelijk.

Gelukkig laat ik mijn humeur niet bederven door dat stelletje muggenzifters en krentenkakkers. Ik heb een wereldbaan met mijn klas van negen 3de jaars, vier 4de jaars en drie 5de jaars leerlingen. Zolang er nog tussen lopen die na hun stage dag in het bedrijf, op school vragen of ze er ook op zaterdag mogen werken, omdat het werk zo leuk is en ze graag hun vak willen leren, dan houd ik het nog best een tijdje vol. Ook zonder douceurtje.

Vakbroeders in het bedrijf en op school: 'Hou de vlag in top en tot op de barricaden!
December 94

FUSIE!

Het toverwoord dat de bezuinigingen in het onderwijs gestalte moet geven. Al die 'kleine' scholen omvormen tot scholengemeenschappen en gemeenschappen van scholen. Voor de buitenstaander is daartussen natuurlijk geen verschil, maar voor de doorgewinterde papiervreter maakt het heel wat uit. Helaas moet ik jullie dus ook het antwoord schuldig blijven. Plotseling zit je als eenvoudig vbo docent op een 'college'! Een vlag die de lading niet dekt. Het enige wat ik en mijn collega's merken is dat gemotiveerde collega's worden ontslagen ondanks een toename van het leerlingenaantal in de afdeling; dat we zelf de lokalen schoon moeten maken; dat de koffie uit de automaat komt en ieder kopje moet worden betaald, dat voor een kopje heet water 35 cent in rekening wordt gebracht; allerlei klassen samen worden gevoegd en leerlingen dus tekort komen; dat de warmte uit de school verdwijnt en dat allerlei maatregelen over onze hoofden heen worden beslist.
Ach ja, in Den Haag hadden ze ook eens bedacht dat al die rondzwervende medelanders maar samen in grote kampen moesten worden gezet en nu moeten al die mensen weer in kleine kampjes in de wijk. Zo hou je 't pluche onder je eigen gat warm. En zo zal een commissie over vijftien jaar wel weer tot de conclusie komen dat die grote scholenconcentraties niet werken en het veel beter en efficiënter is om kleinere scholen in de regio te hebben.
Maar ook mij heeft de fusie in haar greep!
Juist had ik me, na alle bezuinigingsmaatregelen, er op voorbereid dat ik tot mijn vijfenzestigste op de barricaden moet, als er een brief van de baas op de deurmat ligt. Als de nieuwe fusie doorgaat... dan bestaat de mogelijkheid voor een beperkt aantal docenten om het strijdperk te verlaten. Het staat je vrij om nog bij te werken, ook binnen de eigen school. Mijn eerste reactie is enthousiast. Stel je voor; van nu af aan andere dingen gaan doen die je leuk vindt, maar vooral dingen mogen laten, waar je minder zin in hebt!
Maar dan wordt ik me bewust van de ander kant van de medaille; Alle werkzaamheden die je voor school doet krijgen opeens een heel andere dimensie. De contacten en waardering van ouders, leerlingen en leermeesters zul je moeten missen. De voldoening als je met veel moeite toch een leerling over de streep hebt geholpen.
Bij het maken van een proefwerk realiseer ik me, dat het nog maar de vraag is of ik dit proefwerk nog nodig zal hebben. De harde schijf van mijn computer zal plotseling heel leeg worden. De derde klassers, die ik net zo leuk aan het opfokken ben, zal ik niet meer naar het diploma begeleiden. Die leuke contacten met leermeesters in de bedrijven zullen tot het verleden behoren. Geen leerlingbegeleiding meer, dat plekje waar je bij tijd en wijle in de zieltjes van de jeugd mag kijken en weer herinnerd wordt aan de tijd dat je zelf aan het puberen was.
Maar misschien is het nog niet zover. Slechts acht van de tien collega's, die gezien hun leeftijd, het huiswerkboekje op kunnen bergen kunnen van deze regeling gebruik maken. En laat ik nu net de jongste zijn. Gelukkig voorspelt de horoscoop me een voorspoedig 1995 met veel leuke dingen om te doen.
Februari 95

ZEUREN

Via een persoonlijke brief werden we uitgenodigd. Tien man sterk in de 'bestuurskamer', zoals deze ruimte vanuit de regententijd van ons eerbiedwaardig instituut heet. Aan de kop van de tafel de personeelsdirecteur van het College van Bestuur (mèt HOOFDLETTERS), geflankeerd door de stafdirecteur personeelszaken en organisatie. En daarnaast weer als strikje aan het cadeau de Unit directeur. Voorwaar een gezelschap dat ontzag in moet boezemen. Naar het zich liet aanzien zouden in het kader van de volgende fusie (we hebben er al een achter de rug) een aantal collega's gezien hun leeftijd gebruik kunnen maken van een regeling om het onderwijs (zeg maar strijdperk) te verlaten. 'Dat is onverwacht en ongedacht goed nieuws!' dacht ik en begon met gezwinde spoed aan een geheel nieuwe toekomst te werken. Sollicitatiebrieven schrijven, hier en daar visjes uitwerpen en lobbyen. De toekomst krijgt plotseling een geheel ander perspectief. En alle zaken waar je je in twintig jaar onderwijs groeiend aan geërgerd hebt, komen in een ander daglicht te staan: ' Je overleeft het wel, over zo'n zes maanden zijn de scherpe kantjes eraf geslepen en kun je er met genoegen op terugzien.'
Tot zo'n twee weken later een van de collega's van de MR me erop attent maakte, dat het hele feest niet doorging, omdat ze niet goed op de hoogte waren van de regels. Logischerwijs verwacht je dan weer een bijeenkomst van het zelfde kaliber om uitvoerig excuses aan te bieden voor zo'n stomme streek. Maar nee, die lieten op zich wachten. Wel kreeg ik via de wandelgangen te horen, dat mijn collega de stafdirecteur personeelszaken had opgebeld en op het hart had gedrukt ons dit officieel mee te delen. Die kwam niet verder dan te stamelen dat ze de Unit directeur daartoe opdracht zou geven. Zo delegeren we de rotte klussen aan een ander. Begrijpelijkerwijs bedankte die voor de eer. Ongeveer nog een week later lag er een brief in ons postvakje met de mededeling dat het feest niet doorging. Het woord 'excuses ' ben ik niet tegengekomen. Wel heb ik thuis nog een prachtige nota liggen over personeels- en seniorenbeleid, maar de cursus 'Hoe ga ik op correcte wijze om met mijn personeel', hebben ze niet gevolgd.
Rudolf Steiner schreef het al: 'Men hoede zich voor specialisten en professionele bestuurders. Zij staan niet meer in het werk met de leerlingen. Ze hebben geen voeling meer met de hoofdstroom van de school. Ze zitten achter hun bureau te besturen. Dat kan alleen maar tot bureaucratie leiden, dodelijk voor elke creativiteit.'
Zo, ik heb mijn gram van me afgeschreven. 'Maar hoe nu verder?', dacht ik. Tenslotte behoor ik slecht tot de menselijke soort en zo'n gebeurtenis is een behoorlijke tegenvaller.
'We kunnen onze eigen spiraal van wanhoop scheppen, of we kunnen een trampoline creëren van geluk en prestaties. Tel op wat je hebt, niet wat je mist' Een toepasselijke uitspraak die ik ergens las. Tenslotte verkeer ik nog in blakende gezondheid, heb ik een prettig inkomen en werk waar ik me helemaal in kwijt kan, leerlingen waar ik het prima mee kan vinden en veel goede collega's. Ik heb een eigen huis en een leuk autootje, heel wat meer vakantie dan de gemiddelde Nederlander, een lieve vrouw waar ik bijna dertig jaar mee getrouwd ben, een moordgriet van een dochter met een leuke vriend. Dus wat valt er eigenlijk te zeuren?
April 95

SALOMONSOORDEEL

Midden onder het diner kwam mijn collega de keuken instuiven: 'Deze jongeman heeft in mijn soep gespuugd!' Een van de leerlingen uit het restaurant had het gezien en mijn collega erop attent gemaakt. Opeens moet je uit je rol van chef-kok/docent, overspringen naar leerlingbegeleider. Ik was verbijsterd; hoe haalde een van mijn meest gemotiveerde leerlingen het in zijn hoofd om in de soep te spugen? Maar eerst moest het diner verder door want 'the show must go on.' Toen ik mijn plaats achter de kachel kon verlaten, begon het een beetje bij me door te dringen. Wat had Ronald op het spel gezet, om de flinke bink uit te kunnen hangen? Er bleef me op dat moment niets anders over dan hem te schorsen en na het weekend eens verder te overleggen. 's Avonds belde ik eerst de ouders op om ze van het gebeurde op de hoogte te stellen.
Na het weekend sprak mijn collega me er weer op aan: 'Ik ben van mening dat Ronald van school moet.' Een heel begrijpelijke reactie; wie zo respectloos met voedsel omgaat voor anderen, begrijpt niet wat het wil zeggen in de keuken te werken en verdient het niet bij ons op school te zitten. Ook was er in het verleden als een leerling vanwege hetzelfde vergrijp van school verwijderd. Maar toch had ik er in dit geval grote moeite mee; een jochie van veertien jaar dat altijd met groot enthousiasme over zijn vak sprak, in zijn vrije tijd naar zijn stagebedrijf ging 'om wat te leren', ook al een baantje in een ander bedrijf had. De leeftijd in zijn groep varieert tussen veertien en negentien jaar, om 'erbij te horen', had hij laten zien hoe flink hij was. Waar moest hij naar toe, als hij niet mocht blijven? Ik kaartte het aan bij de staf, met in mijn achterhoofd de hoop, dat het bij de schorsing zou blijven. Dat pakte echter anders uit, want de verwijdering werd bevestigd. Voorafgaande aan het gesprek met de ouders begon een intensieve zoektocht naar een andere school, maar de wijze waarop ons lesprogramma is ingedeeld is tamelijk uniek en hij zou er altijd op achteruit gaan. Na een nachtje slecht slapen (ook voor mij), kwam moeder op school, terwijl we nog niets gevonden hadden.
Op dat moment kwamen mijn eigen schoolverleden en uitspraken van leerlingen bij mij boven drijven: 'De school of de leraar krijgt toch altijd gelijk.' En helaas moet ik vaststellen dat dat soms klopt. Je ruilt gemakkelijker een leerling in dan een leraar!
Ik stond voor een dilemma; de regels van de school of het belang van de leerling. Dat vereiste een Salomonsoordeel. Terwijl Ronald op de gang wachtte, moest ik zijn moeder vertellen dat hij niet op school mocht blijven. Tja.. en toen heb ik ze er maar meteen bij verteld, dat ze zich daartegen kon verzetten bij de Inspectie. 't Heeft nog heel wat voeten in aarde gehad, maar toevalligerwijze zou de inspecteur de volgende dag op bezoek komen.
Ronald is nog op school. Hij was ontzettend geschrokken en heeft z'n lesje goed geleerd. Hij zag zijn hele toekomst in duigen vallen. En ik vraag me af: 'Zou ik hetzelfde hebben gereageerd als ik zelf niet zoveel scholen had afgewerkt en ook een keer van school was gestuurd.' En: 'Was het nu echt toevallig dat de inspecteur de volgende dag op school moest zijn.' Zo blijven er altijd vragen in 't leven!
Mei 95

Naar de volgende columns