DE SCHOOL EN DE HORECA
Vijfentwintig jaar belevenissen van een horecadocent
LEERLINGBEGELEIDING

Een hectische dag op leerlingbegeleiding. 't Begint 's morgens al direct als de computer vastloopt. Intussen blijven er leerlingen binnenstromen. 'Meneer, ik kom me beter melden.' 'Meneer, ik ben te laat en er is geen conciërge.' 'Ik kom me ziek melden.' 'Ik ben eruit gestuurd.' 'M'n tas is gepikt.' Ondertussen belt het Jongeren Advies Centrum; een van onze leerlingen is na een daverende ruzie weggelopen en is nu spoorloos. Is hij soms op school? Nee dus. Even later belt zijn moeder ongerust, of wij soms iets weten? Een leerling komt zich beklagen omdat hij voor de zoveelste keer door een klasgenoot in elkaar is getremd. Overleg met de mentor en vervolgens schorsen, brieven schrijven. Weer telefoon; leerplichtzaken, wat moeten we met die leerling, wat doen we met een andere? Ondertussen wordt er aan de computer gemorreld en schrijf ik de notities, die ik hopelijk later op de dag alsnog kan invoeren. 's Middags gaat het verder met intakegesprekken; nieuwe leerlingen voor het volgend jaar. Twee telefoons rammelen ononderbroken . Help, ik wil even tijd om een gesprek te houden. Ik doe de deur op slot, dat scheelt een slok op een borrel. De telefoon laat ik rinkelen. Toch kom ik ogen tekort, want de papa en mama van een van mijn nieuwe aanmeldingen hebben hun jongste meegenomen, die overal met zijn graaivingertjes aan zit, laden opentrekt, papieren op de grond gooit en in een bloembak met het veger en blik speelt. Ik ben er al aan gewend, dat we vaak de ouders ook nog op moeten voeden.
De zon schijnt tegen de klippen op en we worden langzaam gestoofd. De computer heeft het opnieuw af laten weten en er wordt een andere gebracht. De lijst van in te voeren gegevens groeit nog voortdurend; als ik dat nog maar redt.
Om vijf uur geef ik de pijp aan Maarten. Morgen kunnen ze weer met een schone lei beginnen en ik ga vanavond lekker met mijn dochter en haar vriend dineren op de Middelbare Horeca Vakschool in Wageningen. Maar nu eerst naar huis om me feestelijk uit te dossen.
We worden ouderwets gastvrij ontvangen. Uit de ogen van de studenten straalt: "We hebben er zin in! Leuk dat u er bent!" Het is gezellig druk, alle twee de restaurants zijn bezet. Aan tafel bedient ons Charlotte Leenders. Ze heeft er net zeven weken keuken opzitten en duikt nu weer eenzelfde periode het restaurant in. Het is weer even onwennig; 'Wat moet ook weer het eerst, de toast of de salade?' Meneer Nijsink souffleert onopvallend en is overal aanwezig. Daarnaast vindt hij ook nog tijd om aan iedere tafel een praatje te houden. De 'personal touch', die iedere gast waardeert. Intussen laaien de vlammen hoog op, want het menu vermeldt Entrecote Stroganoff. Even vrees ik dat er iets te enthousiast met de Relsky wodka wordt omgesprongen door een gastheer, maar gelukkig heeft hij brandwerend haar. De Gâteau de bavarois à l'orange wordt binnengebracht. Charlotte is intussen 'ontdooit' en vertelt hoe lekker ze bavarois vindt. Ik kan dat alleen maar beamen. (Misschien Charlotte "Russe'?) Dus laten we een stukje over... Niet pedagogisch, maar wel lekker! Bij de koffie en de bonbon filosoferen we even na, over de culinaire escapades van meneer Buitenhuis en zijn brigade. Jammer dat Rudolf, Wim of Theo er niet waren, maar een volgend keer beter. O ja, hoe begon de dag ook al weer...?
Helemaal vergeten!
Augustus 95

KAMPEREN

Een vreemd volkje zijn we. Wat drijft ons ertoe om als equivalent voor de grote schoonmaak, terwijl de zon bijkans een hittegolf veroorzaakt en de mussen van het dak vallen, in al dan niet opvouwbare slaapdozen, massaal naar het zuiden te trekken? Hebben we plotseling net zoals zwaluwen en ooievaars last van de grote trek? Is 't het Bijenkorf- of DAF syndroom en hebben we plotseling massaal besloten de Franse economie te redden, nu de Fransen door hun kernproeven wereldwijd in een slecht blaadje zijn komen te staan? Is het een vorm van zelfkastijding of een soort saunakuur om urenlang in de brandende zon in de file te staan? Wat hebben zij daar, wat wij hier niet hebben?
Heb je wel eens meegemaakt, dat het hele gezin, na een lange hete dag in een koekblik te zijn opgesloten, de tent of caravan gaat opzetten? Het is de ideale manier om een eind te maken aan een toch al wankele relatie of huwelijk. Ik heb eens een dozijn haringen overgehouden aan een span dat stante pede hun tent uit de grond trok en met wapperende manen en beslist geen stille trom vertrok. Ook is deze bezigheid uitermate geschikt om de generatiekloof tussen ouder en kind in korte tijd te doen uitgroeien tot een heuse Grand Canyon.
Is het een vorm van exhibitionisme om met een rol toiletpapier onder je arm over de camping te banjeren, terwijl je thuis op iedere verdieping riant kunt zitten? Wat trekt ons aan in toiletten, gescheiden door een wandje van bordkarton, waar je heel voorzichtig moet manoeuvreren om geen onwelvoeglijke geluiden te laten ontsnappen, terwijl je thuis een zonder problemen een acht man sterke kopersectie kunt laten toeteren? En dan het hurktoilet! Wij hebben niet van jongs af aan geleerd om te mikken, zodat bij het doorspoelen het overschot van je diner over je sandalen spoelt. Waarom mensen, waarom?
Misschien zijn het masochistische trekjes als je, voordat je je kunt wassen eerst met een ontsmettend middel en een schuurspons de wastafel moet reinigen van allerlei menselijke resten voor je aan jezelf toekomt. Om maar niet te spreken over de watervoorziening; 'Zuinig met water', prima hoor, maar probeer je eens te wassen, terwijl het water onmiddellijk stopt als je de kraan loslaat. Natuurlijk alleen koud! Voor de douche moet je drie kwartier in de rij staan, om in een hokje waarin je je kont niet kunt keren, jezelf, je kleding en je handdoek nat te spetteren.
Ten koste van hoeveel rooie ruggen moeten we plotseling bruin zijn, terwijl je weet dat je je daarmee tot tweederangsburger degradeert?
Wat moet je thuis met een inductiefornuis en een magnetron als je daar ook op een tweepitter de Hollandse pot kunt laten aanbranden, of als je net halverwege bent het gas op is? En voor al die ellende moet je nog fiks betalen ook.
Wel eens samen met enige duizenden collega vakantiegangers naar de Franse supermarché geweest? Dan heb je ook vast thuis een body-builderscursus gevolgd en je geoefend in het uiten van krachttermen, om te zorgen dat ze er stevig uitkomen, want dan heb je het meeste kans om een wagentje te bemachtigen. Neem ook ruim de tijd, want je staat minstens drie kwartier in de rij om af te mogen rekenen, ook al omdat je dubbel zoveel tijd nodig hebt om uit dat rare geld te komen. Waarom kunnen ze dat niet gewoon doen, net als bij ons?
Uit armoe ga je dan buiten de tent eten. Iedere plek waar geen souvenirwinkel is gevestigd, is geschikt als horecabedrijf. 'Chez Loulou' in de Rue des Préservatifs 69. En alles is lekker, omdat 't Frans klinkt, je de smaak niet thuis kan brengen en denkt dat 't zo hoort.
's Avonds 'gezellig' voor de tent, terwijl de doffe klanken van de disco onafgebroken dreunen, maar wel met je trainingspak aan, anders wordt je opgevreten door de muggen en ander stekelig ongedierte. Vergeet vooral de wijn niet, want als je straks niet goed onder zeil bent, lig je te rillen in de binnentent, omdat je niet durft te kijken want er allemaal trippelt en over de grond schuift als het donker is.
En als je dan na al die ontberingen, weer thuiskomt en ziet dat alles groter en schoner is, ben je weer helemaal tevreden met wat je hebt ... tot volgend jaar. Mijn vrouw is al weer aan het uitstippelen waar we naar toe gaan.
September 95

VITAMINE B

Er zijn wel eens van die dagen dat 't niet echt wil lukken. Zo'n dag die je beter over kunt slaan, of diep onder de dekens door wilt brengen, omdat al op voorhand vaststaat dat er toch niets van terecht komt. Je horoscoop had het al duidelijk aangegeven. De Libelle en Margriet, zowel als de Story en je dagblad waren het er duidelijk over eens: ' Niet aan beginnen!' Maar jij bent eigenwijs, hebt last van calvinistisch plichtbesef en denkt aan al die kindertjes die smachtend op jou zitten te wachten en tot tranen toe geroerd zullen zijn, als jij er niet bent. Noodgedwongen zullen ze hun vertier moeten zoeken achter de speelautomaten in de stad of bij de friettent. Dus tegen beter weten in, kruip je achter de wollen broek vandaan om je in het dagelijks strijdgewoel te werpen. Het begint al meteen bij het opstaan. De stroom is 's nachts uitgevallen en je wekker dus ook. Vriendelijk knipogend staart hij je aan, met op zijn display de juiste tijd waarop de stroom is uitgevallen. Het zweet breekt je aan alle kanten uit; 'Hoe laat is het werkelijk,' vraag je je met angst en beven af. Met wat kunst en vliegwerk is het nog te redden en na een snelle wasbeurt knapt je veter bij het aantrekken van je schoenen. Nu begrijp je waarom sommige mensen zweren bij instappers. Om half negen moet je acte de présence op een vergadering geven en de hele stad zit dicht. Op de parkeerplaats zijn alle plaatsen bezet en van armoe zet je je bolide op het gras, met het risico van een flinke prent. De plaats van samenkomst is in diepe duisternis gehuld en op slot. Je kijkt nog eens goed in je papieren; Ja, hoor het klopt, half negen, juiste datum en juiste plaats. Je innerlijke hang en sluitwerk begint te rammelen. Je gaat op zoek naar een van de deelnemers, maar ook daar vang je bot; niemand thuis. 'Dat wordt nooit meer wat vandaag,' denk je. Dus maar weer naar huis om het ongenoegen weg te eten met een boterhammetje. Dan gaat de telefoon: 'Stond jij om half negen voor de deur? Ja, dus. En vervolgens veel excuses, maar of je toch maar op wil draven. 'Ik kan wel komen,' zeg je, 'maar ik moet om elf uur weg want ik moet vóór mijn lessen nog naar een stage adres. ' Kom toch maar,' is het antwoord, 'dan hebben wij minder wroeging.' En zuchtend vertrek je weer. De vergaderaars zijn ze zo druk, dat er maar met moeite een 'goedendag' vanaf kan. De koffie is trouwens ook al geweest. Om vijf voor elf verlaat je de vergadering. Buitengekomen staat er een auto voor het hek van de parkeerplaats, dus kun je er niet uit. Zeven kostbare minuten gaan verloren voor je aan de trip naar Nijmegen kan beginnen. Daar is het net zoals hier; de halve stad is opgebroken en alles wordt omgeleid. Met behulp van de stratengids kom je een heel eind, en de rest maar vragen; 'De Vlietstraat ? Nooit van gehoord!' 'Huize Sonnehaert ? Mij niet bekend.' Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Bij de laatste aanwijzing, blijkt de straat weer opgebroken te zijn. Je rijdt de wijk in om een ander weg te vinden. De eerste afslag... afgesloten met bloembakken. De tweede afslag..., afgesloten met een slagboom. Intussen is het zo laat geworden dat de chef-kok waarschijnlijk druk is met doorgeven van de lunch en je haast moet maken om weer op tijd op school te zijn voor je lessen. Bij de school staat er een auto dwars in het de toch al nauwe doorgang geparkeerd. Na veel manoeuvreren, wurm je er langs. Als je de hoek omrijdt staat de glazenwasser op zijn ladder en moet je wachten...
Wie durft daar te beweren dat gebeurtenissen alleen maar toevallig zijn? De les gaat over vitamines en je moet uitleggen wat neerslachtig betekent, want dat wordt je door een gebrek aan vitamine B6. Daar kan ik over meepraten!
Ik draag mijn lot vandaag in lijdzaamheid, maar de volgende keer toch maar naar mijn horoscoop luisteren.
Oktober 95

DYSLEXIE

Tijdens mijn opleiding Speciaal Onderwijs kreeg ik een stuk Griekse tekst voor mijn neus. Het was bedoeld om me een indruk te geven hoe iemand met dyslexie tegen een boek of krant aankijkt. Knap vervelend dus. Het is een stoornis waar bij de ogen de letters niet in de juiste volgorde kunnen waarnemen. Met intelligentie heeft het niets te maken. Je kunt er gewoon dokter of gastheer mee worden.
Ik herinner me een aanmeldingsgesprek waarbij ouders mij hadden gevraagd of hun zoon getest kon worden op dyslexie. Moeder vertelde over de lijdensweg die ze al die jaren op voorgaande scholen waren gegaan. 'Nee, er was niets aan de hand, met hun zoon. Hij had wel wat achterstand, maar dat zou in de loop van de tijd wel bijtrekken. U maakt zich werkelijk zorgen over niets.' De vruchteloze gesprekken hadden er zelfs toe geleid, dat de ouders als lastpakken werden afgeschilderd. De test wees uit dat hun zoon werkelijk dyslectisch was. De uitspraak greep hen aan; Eindelijk het verlossende antwoord. De tranen stonden in hun ogen.
Zo'n gebeurtenis zet je aan het denken. Hoe vlug hebben we soms onze mening klaar over de inzet van leerlingen. Hoe 'deskundig' menen we wel te zijn. In de derde klas had ik al gemerkt, dat het met schrijven en lezen van deze leerling niet bepaald vlot verliep. Maar dat kom je bij veel leerlingen tegen. Toch haalde hij goede cijfers. Dit jaar bleek het minder goed te gaan. Ik vroeg de ouders, waar dat in zat. "Dat komt door het leerboek. Het vorig jaar werkte hij uit de mappen van school. Dit jaar heeft hij een gewoon leerboek. Hij kan die kleine lettertjes niet lezen en ook de glanzende bladzijden spelen hem parten." In overleg met de en de inspectie hebben we zijn examen op de band ingesproken. Ook heeft hij een kwartier extra tijd gekregen, die hij overigens niet nodig had. De druk was van de ketel nu hij wist dat hij genoeg tijd had.
Niet lang geleden kreeg ik weer eens een oud leerling op bezoek. Tony had maar één passie: 'Koken!.' En al dat gezeur uit die boekjes, daar moest je hem niet mee lastig vallen. In 1984 heeft hij zijn diploma gehaald. Daarna is hij naar het Apollo hotel in Amsterdam gegaan, waar hij een jaar heeft gewerkt. Vervolgens 2,5 jaar bij het Hilton en daarna een jaar naar Amerika. Tijdens de Horecava deed hij mee aan een wedstrijd en behaalde de eerste prijs bij de showklasse pâté's. Ook heeft hij aan de Culinaire Show in Twente deelgenomen. Na zijn terugkomst uit Amerika, heeft hij eerst een weekje vakantie genomen. Toen maar 'ns op zoek naar werk. Dus schreef hij een sollicitatiebrief. De volgende dag al werd hij opgebeld. Niet door het bedrijf, waar hij gesolliciteerd had, maar een ander restaurant. Buitenlandse ervaring werkt door als een lopend vuurtje. Jullie hadden het natuurlijk al begrepen, Tony is ook dyslectisch. Maar met een beroemdheid als Winston Churchill en vele anderen prominenten, bevindt hij zich in goed gezelschap.
Je kunt er zelfs kok mee worden.
December 95

PUBLIC RELATIONS

Als je op een verjaardagsfeestje zit, komt het onderwerp vakantie of auto al gauw ter sprake. Misschien wel omdat je je daar niet zo gemakkelijk een buil aan valt. Zo vertelde een buurman mij over zijn slechte ervaringen met een garage. Eerst werden hem koeien met gouden hoorns beloofd over de toekomstige inruilwaarde van een nieuwe automobiel, waarvoor hij uiteraard zwichtte. Maar toen hij twee jaar later naar aanleiding van fraai foldermateriaal, zich voor een nieuwe auto meldde, kreeg hij het deksel op de neus. Bovendien was de service allerbelabberdst geweest. De garage had een hele doos met smoezen, waar naar believen uit getrokken kon worden; het was vakantietijd, er waren zieken, afspraken werden niet nagekomen en last but not least; hoge rekeningen voor weinig prestatie. En steeds kreeg hij maar fraaie foldertjes in de bus. Toen hij in arren moede zich vlak voor de vakantie bij een andere garage meldde, werd hij direct vriendelijk ontvangen. Ondanks dat het bijna sluitingstijd was, werd hij toch nog geholpen. Vervolgens bleek de rekening maar een vierde te bedragen van zijn vorige reparateur. Je mag drie keer raden waar hij zijn volgende auto kocht.

Zo kan het op school ook gaan.
Afgelopen week hadden we met decanen, administratie en leerlingbegeleiding een vergadering, om tot een zo goed mogelijke afstemming te komen bij de aanname van nieuwe leerlingen. Daarbij kwam ook de public relations aan de orde. Nadat tal van ideeën de revue waren gepasseerd, verzuchtte een van mijn collega's; 'Wat moet je nu toch doen, om leerlingen binnen de school te krijgen.' 'Zorgen dat we een goede school zijn voor onze leerlingen!', hoorde ik opeens naast me roepen. Iedereen barstte in lachen uit. (Waarom eigenlijk, vraag ik me af of hebben we daar onze bedenkingen over?)

En daar zijn we dan aan de vergelijking met de garage toegekomen. Want wàt we ook verzinnen, als we de doelstellingen van onze school niet concreet maken - een leerling (ook de lastige) is meer dan een cijfertjes producent - dan kunnen we ons de moeite van reclame besparen.
In de krant las ik: 'Een leraar moet het gesprek aan durven gaan. En ook eisen stellen, want ze komen voor een diploma. Iedereen heeft behoefte aan veiligheid, erkenning, trots, lol, maar ook aan prestaties. Aan al die zaken moet je op school aandacht besteden. Door goed onderwijs, door te zorgen dat ze op tijd komen, door het mentoraat, door buitenschoolse activiteiten, door contacten met de ouders. Het hangt vaak van hele subtiele dingen af. Die aardige docent met die speciale blik van: ik ben trots op je ... Als kinderen dat op school kunnen ervaren ...',
Daar kan ik me helemaal bij aansluiten.
Februari 96

DOEDAGEN

Vroeger waren het er dertien. Daarmee bedoel ik de lagere technische scholen waar horeca onderwijs werd gegeven. Daarnaast was er het leerlingstelsel en twee hogere hotelvakscholen. Maar de tijden veranderen. Tegenwoordig kennen we drie hogere -, negen middelbare -, en zo'n negentig scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) met een richting horeca. En ook in dit rijtje mag het cursorisch beroepsonderwijs (de streekschool) niet worden vergeten. Als we daar het gebruik en de gevolgen van de pil en de populariteit van de mavo (dat klinkt altijd nog beter dan vbo) nog bijtellen, begrijpt eenieder dat er een verwoede strijd wordt geleverd om de leerling. Ouders van spaarzaam kroost worden om de oren geslagen met kijk- en kennismakingsdagen, waarbij vaak een beeld wordt geschilderd dat niet geheel overeenkomt met de werkelijkheid. Hele hordes basisscholen rennen in begeleiding van de meester en wat leesmoeders door de 'grote' school, om te laten zien welke opleiding je zou gaan kunnen volgen. Wil je nog wat volk trekken en enthousiast voor je school maken, dan zul je iets nieuws moeten bedenken. Zo zijn bij ons de 'doedagen' ontstaan. Want wat is er mooier voor zo'n toekomstige brugpieper dan bij 'metaal' je eigen naamplaatje te slaan of een ring te maken. Bij 'grafisch' een T-shirt met je naam te drukken, of een mooie poster, of in het computerlokaal al je gegevens in te tikken met de vak richting die je interessant vindt, zodat de school er nog eens op terug kan komen. Bij de bakker wordt een pizzaatje gemaakt en de horecaffers lijmen de culinaire meesters in de dop met een frietje met mayonaise. Om het uur komen er twaalf van die jonge honden tegelijk het lokaal binnen. Je draait kort je verhaaltje af over wat we zoal doen in de les, want aan toespraken heeft de jeugd van vandaag geen boodschap meer. Daarna gaat het over tot de eigenlijke instructie. Steeds opnieuw vertel ik hoe duur een koksmes is een snijplank is, hoe ze met een dunschiller moeten werken en dat je goed op je vingers moet letten. Het vlees wordt door de school verstrekt, zodat ze er dus niets van zichzelf bij hoeven te doen. Vervolgens toon ik hen een van mijn vingers, waaraan wat ontbreekt omdat ik in mijn woede, (we hebben allemaal wel eens ruzie met de baas gehad,) even niet oplette bij het snijden. Om de dag wat soepel te laten verlopen, is er assistentie van enige horeca leerlingen. Na twee keer uitleg begonnen die te gapen en bij de derde keer wilden zij ook wel een wat vertellen, want mijn smoesjes kenden ze al. 't Viel me op dat er eentje was die mijn teksten en demonstraties vol vuur bijna letterlijk herhaalde. Waarlijk een toekomstig leraar in de dop. Die wilde ik wel eens de vuurdoop laten ondergaan. Dus bij de binnenkomst van de laatste ploeg, heette ik hen van harte welkom en vertelde dat Harrie de rest zou verzorgen. Hij liet zich niet kennen en droeg met verve zijn enthousiasme voor het koksvak uit. 'Dat hadden we eerder moeten bedenken!', zei mijn collega. Maar ja toen waren de doedagen al afgelopen.
April 96

DAG VAN DE SMAAK

Het is weer zover. De 'Dag van de Smaak'. Op het laatste moment heb ik alsnog besloten om mee te doen, vanwege de goede herinnering aan vorig jaar. Dit jaar zoek ik het wat dichter bij huis. Vlak in de buurt is een basisschool, waar ik al eens een boerenkoolmaaltijd voor verzorgd heb. Op een vrij moment ben ik de school ingestapt om hun bereidheid te toetsen. Naar mijn indruk wordt het basisonderwijs overstelpt met veel te veel vakken en activiteiten, die volgens de een of andere hotemetoot van belang zijn om de tere kinderzieltjes, te harden voor de maatschappij.
In het kader van de strijd tegen de smaakvervlakking speel ik vandaag zelf voor hotemetoot. Mijn initiatief wordt met enthousiasme ontvangen. Ik ben meteen aan de beurt. Het is een grote school met dubbele klassen (dat komt ervan als je in een nieuwbouwwijk gaat wonen!) en dat betekent dat ik twee keer zal moeten opdraven, want er mag niet gediscrimineerd worden. Door alle drukte vooraf heb ik weinig tijd gehad om me voor te bereiden. Zondagavond ben ik nog druk bezig met het maken van zoute, zure, bittere, zoete en pittige drankjes voor meer dan vijftig kinderen. Vervolgens moet er nog tomatenmoes gemaakt worden en kaas gesneden. 't Is twaalf uur geweest, voordat ik de echtelijke sponde met mijn levensgezellin kan delen. De volgende morgen weer fluks uit de veren om de laatste voorbereidingen te treffen. Op school staat het lokaal al keurig ingericht voor me klaar. Dat is een meevaller. Gelukkig zitten ze bij Euro-Toques (“Europese club van koks) niet te slapen en is de zaak goed voorbereid. Het is een keurige, gemotiveerde , enthousiaste groep leerlingen. Ze vinden het maar wat prachtig als er in kok in vol ornaat in de klas verschijnt. Ik weet niet wat me overkomt; Een en al aandacht en gedurende twee lesuren actief meedoen! Wat gaat er toch verkeerd in de tijd die verstrijkt tussen groep acht van de basisschool en de derde vbo? Laat ik me daar maar niet het hoofd over breken, maar genieten van het moment. Met ijver wordt er geproefd aan vieze en lekkere smaakjes. Vooral bij het zoute water spreken de gezichten van het proefpanel boekdelen. Vervolgens komen kaas en chocolade aan bod. Creativiteit alom, als er geraden moet worden wat er in de pot met gele inhoud moet zitten. 'Abrikozenjam, ananasjam, honing, meloen, appelmoes,' wordt er geroepen. Bij het proeven zijn er slechts twee die aan de smaak tomaat herkennen. Vervolgens laat ik ze een achtergehouden exemplaar zien. Wat kunnen we ons toch voor de gek laten houden met een kleurtje! Aan het eind van de les wijs ik nog even op de prijsvraag waarmee ze een mountainbike kunnen winnen. En loof ik zelf, op goed geluk, namens de school een taart uit voor het leukste opstel. 's Middags ben ik nog een keertje aan de beurt. Dan zitten er maar liefst drie kinderen in de klas van wie de vaders het edele koksvak beoefenen. Dat schept een band en een ervan kletst me de oren van de kop. Een paar dagen later kom ik weer in groot ornaat met twee grote taarten terug. Na uit verschillende opstellen wat leuks te hebben verteld, worden de genomineerden en vervolgens de prijswinnaars bekend gemaakt. Die krijgen een hand, een taart en een fraaie oorkonde waarmee ze als Meesterproever zijn opgenomen in het eerbiedwaardig Genootschap van Smaakmakers. Vervolgens krijgen ze de Zilveren Garde omgehangen en gaan samen met de genomineerden en Karel op de foto voor de krant. Kunnen ze straks ook nog pronken bij opa en oma!
Juni/juli 96

ALZHEIMER LIGHT

Maandagmorgen. Vanaf dit schooljaar heb ik mezelf een aantal uren uitgekocht en er een extra vrije dag in de week aan over gehouden. Toch rijd ik, met de slaap nog in mijn ogen op dit vroege morgenuur naar de stad. Ik moet mijn dia”s vandaag ontwikkeld hebben. De deadline voor mijn artikel is al overschreden. De “een uur service” waar ik altijd heen ga is op maandagmorgen gesloten. Maar onder de V&D zit ook nog een ontwikkelcentrale. Gewoontegetrouw parkeer ik mijn auto op de parkeerplaats voor de “een uur service” en wandel naar V&D. Hoewel de deur gesloten is zie ik een grote ventilator draaien. Er moet dus iemand binnen zijn. Ik rammel wat aan de deur en vanachter de schermen verschijnt een juffrouw. Ze is zo vriendelijk om de deur te openen. “Kan ik mijn dia”s laten ontwikkelen,” vraag ik. Helaas, het kan wel maar dan worden ze opgestuurd. Dat is pech hebben. Daar kan ik niet op wachten. Gelaten draag ik mijn lot en loop terug naar de auto. Dan maar wachten tot twaalf uur. Bij het wegrijden zie ik bedrijvigheid achter de ramen van de “een uur service”. Dat is een geluk bij een ongeluk. Ik rijdt van de parkeerplaats de straat in en zoek opnieuw een plaatsje. Dan loop ik terug naar de winkel. Ook hier wordt de deur voor me geopend. En hoewel het wat langer zal duren, omdat de machine nog niet is warmgedraaid, kan ik toch over twee uur mijn dia's ophalen. “De volgende keer gewoon je filmpje in een enveloppe door de brievenbus doen,” adviseert de verkoper me. “Goed idee,” denk ik, als ik opgemonterd de winkel uitloop naar de parkeerplaats. Als ik de plaats nader waar mijn auto stond, twijfel ik even. “Achter die zwarte Opel heb ik heb toch neergezet, “ denk ik. Dan gaat mijn verstand op nul: “mijn auto is weg... Dat kan niet. Wie zou nu mijn auto meenemen? Grote bakken, dure sleeën, dat is begrijpelijk. Maar mijn simpele Toyota? Nee, dat kan niet.
Ik ben totaal verbijsterd en loop als in een droom verder. “Mijn auto is gestolen,” kan ik nog uitbrengen, aan een medeparkeerder die juist weg wil rijden. “Dat is vervelend,” zegt hij nuchter. “Ik zou naar de politie gaan,” adviseert hij en rijdt weg. Met stomheid geslagen sta ik naar de lege plek te kijken. Ik denk aan een collega die hetzelfde overkwam en dat zonder veel ophef vertelde. Zo rustig ben ik bepaald niet. In mijn hoofd zijn alle stoppen doorgeslagen.
“Kan ik u misschien helpen,” vraagt een andere automobilist. “Ik ben de vader van Sandra”. “Zo zie je maar”, denk ik. “Als je braaf bent stuurt Onze Lieve Heer een engeltje, als je in de penarie zit”. Ik heb de goede man bij mijn weten nog nooit gezien, maar hij is de vader van een van mijn leerlingen. “Zal ik u even naar het politiebureau rijden?” vraagt hij. Zijn medepassagier gaat achter in de auto en ik mag voorin plaatsnemen. In de gordels begin ik weer tot mijn positieven te komen. Ik begin mijn verhaal te vertellen tot ik op het punt ben, waar ik opnieuw uit de auto ben gestapt. “Ik heb hem helemaal niet hier geparkeerd, maar in de straat hierachter,” bedenk ik. Ik ben te blij om me te schamen voor zo'n gigantische blunder. “Sorry voor de overlast”, zeg ik.”En de groeten aan Sandra.” Nog wat trillerig in de benen stap ik uit.

Op school doet het verhaal al gauw de ronde. Maar als ervaren pedagogelaar, weet ik hoe je dat het beste de kop indrukt: zelf vertellen.
O ja, de dia's. Nou die zijn nog op tijd aangekomen.
November 96

HART EN NIEREN

Zo”n tweeëntwintig jaar geleden bleek uit onderzoek dat tachtig procent van de lagere technische school leerlingen na tien jaar een ander beroep uitoefende, dan het vak waarvoor ze een diploma hadden behaald. De maatschappij is intussen zo veranderd dat dit percentage inmiddels nog wel hoger zal liggen. Een langdurige arbeidsovereenkomst komt steeds minder voor. Zelfs in het onderwijs heeft het contractonderwijs zijn intrede gedaan. Als de klus geklaard is, moet je weer op zoek naar wat nieuws. Wie niet heeft voldaan, verdwijnt sowieso uit het zicht. Niemand kan nog enige zekerheid ontlenen aan zijn “vaste” contract. De uitzendbureaus floreren als nooit tevoren. Natuurlijk heeft dat consequenties voor degene die in het voorbereidend beroepsonderwijs voor de klas staat. Wie denkt dat hij in het voorbereidend beroepsonderwijs voor een klas met gemotiveerde leerlingen staat, komt van een koude kermis thuis. Vandaag de dag moet je beginnen duidelijk te maken, wat voor een prachtig vak dat ze “gekozen” hebben. Voor veel leerlingen is het zelfs geen kiezen, maar een kwestie van afstrepen van mogelijkheden. Ik herinner me nog goed, dat een leerling het jaar nadat hij zijn koks diploma had gehaald, de school stond te schilderen. Ik was trots. In het begin van zijn schoolloopbaan had hij verschillende malen laten horen, dat er voor hem - net zo als zijn vader - toch geen baan inzat en dat hij thuis ging zitten en zijn hand ophouden. Als docent heb je gelukkig meer over te dragen dan alleen je vak.
Het is natuurlijk extra leuk als de vonk overslaat en een van die druiloren echt in het vak verder gaat. Zo “dichtte” ik in 1985 bij de diploma uitreiking:
Pim is een echte kok in hart en nieren,
Maar wat kon dat jong ontzettend klieren!
“Mag ik eerder weg voor m”n krantewijk?”
“Ach kerel hou toch op met dat ge...klets!”
Maar voor C niveau had hij alle kansen
En werkt nu dan ook bij “Juffrouw Jansen.”
(Juffrouw Jansen is een eethuisje in Arnhem.) We zijn nu elf jaar verder en Pim van Anholt heeft intussen al bijna anderhalf jaar zijn goedlopend eethuis “Mona”s Eet en Drinkfestijn” in de binnenstad van Arnhem. Na zijn diploma werkte hij bij verschillende horecabedrijven en verdween zelfs een tijdje naar Duitsland. Na zijn terugkeer werkte hij als “Chef” bij “Old Inn” waar hij zijn Mona ontmoette, die in de bediening werkte. Hij begon samen met een vriend en / 20.000 geleend geld een cateringbedrijf. Ze hadden zegge en schrijve één bejaarde voor wie ze kookten. Drie jaar later waren het er driehonderd. Pim liet zich uitkopen en startte samen met Mona een eigen zaak. Eigenlijk gewoon een aardige successtory, ware het niet dat Pim zijn schoolloopbaan met haken en ogen (en soms nog meer) was verlopen. Op leergebeid was hij geen ster en bovendien bepaald niet het gemakkelijkste jongetje van de klas. De directeur kwam er regelmatig aan te pas om hem in het rechte spoor te houden.
Maar vandaag laat hij ons met terechte trots zijn bedrijf zien, als we bij hem op bezoek komen. “Het draait als een tierelier,” laat hij ons weten. Onder het genot van een glas wijn genieten we van een extra grote kalfsbiefstuk, terwijl we herinneringen ophalen. Uit eigen ervaring weet hij dat “school” voor sommige mensen een grote handicap kan zijn. Een van zijn stagelopende koks werd van school verwijderd. Pim gooide de school eruit en nam de leerling in dienst. Zijn ogen glimmen wanneer hij vertelt over zijn ondernemerschap. En mijn ogen over zijn enthousiasme. Hij loopt met plannen rond om uit te breiden. De keuken naar boven en meer tafels in het restaurant. Ik heb nooit de indruk gehad dat hij zo goed was in rekenen!
“Slagen in het leven” heeft vele betekenissen. Het is niet uitsluitend afhankelijk van een diploma. Zelfvertrouwen en enthousiasme helpen ook. Maar vooral; “wie kom je tegen en wat kun je voor elkaar betekenen?” Het geeft een goed gevoel als je een ander wat hebt mee kunnen geven.
December 96

LESROOSTER

Wie in het onderwijs zit, heeft twee keer per jaar jaarwisseling. Het einde van het schooljaar wordt ingeluid met examens, examenstunts en bloemen en cadeautjes bij de diploma-uitreiking. Na een lange, lange vakantie, krijgt iedereen dan de kans om opnieuw met een schone lei te beginnen. Dit jaar schooljaar heb ik mezelf verwend door een dag minder voor de klas te gaan staan. De tijd die overblijft vul ik op een voor mij zeer prettige wijze in. Ik cross her en der door ons fraaie vaderland om de ontwikkelingen in de horeca op de voet te volgen en daar wat over op papier te zetten. Ik durf mijn collega”s in den lande bijna niet te vertellen hoe mijn rooster eruit ziet, zo ben ik door de roostermaker in de watten gelegd. De week begint met een vrije dag. Vervolgens - en dat is een kwalijke zaak - moet ik op dinsdag om zeven uur mijn bed uit. Mijn eerste les begint namelijk om half negen. Ter compensatie begin ik dan met informatica, wat niet bepaald een vermoeiende les is. De rest van de dag, tot kwart over twee, breng ik door met theorielessen. Woensdag mag ik om kwart over elf schoolmeester gaan spelen. Om half twee begin ik in het restaurant tot de laatste gast om half acht wel is verdwenen. De donderdag is stage dag. Mijn discipelen zijn dan over de regio verspreid van McDonald”s tot *** zaken. Daar moeten ze echt werken en dat valt sommigen zwaar tegen. Maar ja, we zijn allemaal onderaan begonnen. Elke week bezoek ik een paar bedrijven om te vragen hoe het er mee staat. De rest van de dag is van mij. Op vrijdag verschijn ik om half een op het strijdtoneel. Na een uurtje theorie gaan we de keuken in om het diner te verzorgen. Met twee leerlingen aan de afwas houd ik er nog zo”n acht over om een viergangen menu voor zo”n dertig gasten vanaf de grondstoffen te verzorgen. Om vijf uur komen de gasten binnen en moet alles klaar zijn. Dat is meestal even stevig aanpakken. Maar daarna mag ik dan ook weer drie dagen uitrusten voor ik me weer in het strijdgewoel meng.
De klas waarvan ik mentor ben bestaat uit elf leerlingen, die ik niet alleen de eerste beginselen van het koken, maar ook van het gastheerschap mag bijbrengen. Daarnaast verzorg ik hun stage en geef vak theorie. Elf leerlingen is toch wat weinig daarom geef ik aan een andere klas ook nog warenkennis. Die andere klas bestaat uit twee leerlingen. Dus ook dat is redelijk te overzien. En dan heb ik nog een klas van twee en twintig pupillen, die een uurtje in de week hun huiswerk op de computer zitten te maken. Die moeten wel alfabetisch gaan zitten, anders kom ik met hun namen in de war!
Als je als leraar het geluk hebt geen lesboer te zijn -de ene klas eruit, de andere klas erin - heb je vanzelf een zeer goede band met je leerlingen. Je hoeft nauwelijks politie agent te spelen. Iedereen weet precies waar hij of zij aan toe is. Je hebt alle gelegenheid om ze eens lekker op te jutten. Niet iedereen is natuurlijk even beïnvloedbaar. Maar rond deze tijd is het toch zover dat de meeste van mijn pupillen zich van hun goede kant laten zien. Ook dat is heel bevorderlijk voor de sfeer in de klas.
Vroeger kon je in de keuken de verantwoordelijkheid van het werk aan de leerlingen overlaten. Ik ben wel eens - als examenstunt - samen met mijn collega uit het restaurant op een brancard gebonden en de hele school door gesjouwd. Toen we weer terug op onze stek waren, was de lunch klaar en het restaurant opgedekt. Dat kan jammer genoeg niet meer zo. De goede wil is er wel, maar als ikzelf niet hard meewerk is het diner niet op tijd klaar. Als ik dan 's avonds thuis kom, ben ik aardig uitgeteld. In het restaurant is het niet veel anders. Ondanks alle aandacht die er van tevoren aan wordt besteed, valt er wel eens flesje fris over de kleding van een gast, wordt de gemengde salade recht voor de gast gezet, in plaats van links, wordt er port in bordeauxglazen geschonken en zijn de réchauds niet gevuld met spiritus. Ik wordt zo langzamerhand een meester om ongemerkt en met een vriendelijk woord, alles weer recht te breien. En als ik zie met hoeveel enthousiasme ze elkaar helpen, dan voel ik me toch een bevoorrecht mens.
Januari 97

AULANEREN

Voor wie niet zo thuis is in de schoolwereld; auladienst is het surveilleren tijdens de pauzes eventueel gevolgd door het opruimen van de aula met een klas. Een oud-collega omschreef deze werkzaamheid als aulaneren. Dat geeft duidelijk weer met welke enthousiasme veel docenten deze taak op zich nemen. Een noodzakelijk kwaad. Het valt niet mee om orde te houden als zo”n vijfhonderd leerlingen tegelijk rondlopen op binnenplaats, hal en aula. Ondanks het seniorenbeleid ben ik dit jaar op dinsdagmiddag de pineut. Deze keer verliep het echter wat anders dan gewoonlijk. Een paar meisjes had buiten onenigheid en lieten dat door naar elkaar te schreeuwen en te gebaren duidelijk merken. Terwijl ik mijn sleutel in de aanslag hield, om via een extra deur naar het slagveld te kunnen snellen, zag ik dat de dames het zonder vechten afkonden. Als er iets ongewoons gebeurt, reageren leerlingen onmiddellijk; direct plakten ze tegen de ramen als vliegen op de ..., maar de aandacht verflauwde omdat er niets gebeurde. De verstandigste van de bekvechtsters liep weg. Ik dacht net: “Daar zij we zonder kleerscheuren afgekomen,” toen nummer twee in volle galop achter haar aan ging en er op los begon te timmeren. Dat liet nummer een niet op zich zitten en goot haar blikje cola uit over haar opponent. Intussen stormde ik door de deur naar buiten en greep ze in hun kraag. “Jullie hebben allebei gewonnen” zei ik. Ik was er op tijd bij, want anders vormt zich binnen de kortste keren een hele meute fans, die het verder niet uitmaakt wie er wint, als er maar lekker gemept wordt. Wat is er tenslotte leuker als een partijtje vrij worstelen door twee leden van het vrouwelijk geslacht. Ik leverde het tweetal af bij de conciërge, waar bleek dat het om jalousie de métier ging; de ene volgde de bakkersopleiding en de andere de horeca. Stiekem was ik trots dat de toekomstige kokkin het verstandigst was geweest, maar zich ook niet op haar kop had laten zitten. Dat is de juiste mentaliteit! Terug in de aula kreeg ik van verschillende kanten complimenten voor mijn kordate optreden. Dat hadden ze niet gedacht van zo”n grijsbaard. Anderen betreurden het dat ik zo alert had gereageerd. Mijn humeur knapte in ieder geval duidelijk op, door het strelen van mijn ego.
Ik dacht terug aan lang geleden, de tijd dat ik nog maar net op school stond in Utrecht. Terwijl ik in de keuken met de les bezig was, klom een leerling uit het restaurant door het luik van het office en greep een koksmes om een van mijn leerlingen eraan te rijgen. Het waren bepaald geen brave jongens en ook mijn pupil greep een mes om zich te verdedigen. Zoals jullie weten verleent mijn engelbewaarder altijd op kritieke punten assistentie. Vraag me niet meer hoe, maar een van de twee heb ik naar een kamer gebracht om af te koelen en de ander heb ik naar huis gestuurd. Hoe ik ook zocht er was niemand van de directie te vinden en ik was dan ook woest toen de directeur de volgende dag kwam vragen waarom ik niet bij hem gekomen was.
Zo ook de keer dat een van mijn leerlingen een waas voor zij ogen kreeg en op een van zijn klasgenoten begon te timmeren tot het bloed in het rond spoot. Ik greep er een, maar kon niet verhinderen dat de ander door ging. De klas stond als aan de grond genageld toe te kijken. “Zouden jullie niet eens een handje helpen,” riep ik. Dat bracht ze tot bezinning en met vereende krachten lukte het om de rust te herstellen. Hoewel ik mijn bril door een vakman weer in fatsoen moest laten brengen.
Of de keer bij de afwas dat een leerling die gepest werd zo door het lint ging, dat hij een roestvrijstalen marmiet blindelings de keuken in slingerde. Ook toen was mijn engelbewaarder paraat en zorgde ervoor dat er geen enkele leerling in de aanvliegroute stond. Jullie hoeven je dus niet te verbazen over mijn grijze haren. Alhoewel drie incidenten in een bijna vijf en twintig jarige schoolloopbaan toch heel redelijke score is. Ik wed dat er veel van mijn collega”s zijn die dat record met gemak overtreffen.
Februari 97

WEDSTRIJD

“Hoe vind je het dat je hier vandaag mee mag doen?” vraag ik aan een leerling die met zweetdruppeltjes op zijn hoofd bezig is met het vullen van een varkensoester. Terwijl hij zijn werkbank schoonmaakt, antwoordt hij: “Hartstikke gaaf meneer.” Ik ben in het Expo Center in Hengelo bij de Culinaire show Twente. Voor de derde keer in successie doen de vbo scholen uit de regio mee. In alle rust - soms zelf iets teveel rust, waardoor een enkeling niet op tijd klaar is - zijn leerlingen aan het werk om een viergangen menu te bereiden. Ondertussen lopen hun collega”s in serveerkleding af en aan om de gerechten op te halen en ze vakkundig uit te serveren. De jury samengesteld uit mensen het bedrijfsleven en instellingen - waaronder zelfs een SVH Meesterkok - ziet er nauwlettend op toe dat alles volgende de regels gebeurt. Wie de uiteindelijke winnaar is geworden weet ik niet. Eigenlijk is dat ook niet zo belangrijk. “Deelnemen is belangrijker dan winnen.” is het motto van de jury. “Je moet het lef maar hebben om mee te doen. Dat toont karakter. En het is ook een goede voorbereiding op de toekomst.”
Het lef en de energie hebben ook de docenten van de Erasmus scholengemeenschap uit Almelo, scholengemeenschap Borculo, het IJsselland College uit Doetinchem, het Jacobus College in Enschede, het Marcellinus College uit Oldenzaal, scholengemeenschap Reggesteyn uit Rijssen, De Wesenthorst uit Ulft, de Driemark uit Winterswijk en scholengemeenschap Harreveld. Op al die scholen hebben enthousiaste docenten een heel wat tijd gestoken in het stimuleren en begeleiden van hun leerlingen. Dat is vandaag de dag niet gemakkelijk. Vbo leerlingen zijn niet bij voorbaat gemotiveerd voor een vak. In veel gevallen komt de motivatie pas tijdens de opleiding. En dat heeft meer alles te maken met de man die voor de klas staat.
“Het blijft vandaag niet alleen bij een prijsuitreiking,” vertelt Herman Heimer, een van de organisatoren. “Alle leerlingen die hebben meegedaan, gaan ook een dag naar het Culinaire Museum in Amersfoort. Ze krijgen dan meteen een kijkje in de Mariënhof Bij John Sistermans en vervolgens een rondleiding bij Wijko. Elke keer proberen we weer iets leuks te verzinnen. Dat werkt heel motiverend voor de leerlingen. Een pluim op de toques en de revers van de docenten van de regio Oost-Nederland, die zich weer van hun beste kant hebben laten zien.

Een kijkje in de grote en soms boze wereld, hadden ook de horecaleerlingen op onze school. De afgelopen week zijn ze bij Party Catering Verhaaf, waar we ontvangen worden door Oscar Huizing, executive-chef. “Ik zie overal koks in bladen en op de televisie. Maar ik hoor of zie niemand over party catering. Party catering wordt over een kam geschoren met contract catering (“ catering in ziekenhuizen, instellingen e.d.). Dat irriteert wel eens,” vindt Oscar Huizing. Met zijn drie en dertig jaar is hij executieve chef van Party Catering Verhaaf in Naarden. “Veel mensen denken dat catering broodjes smeren, slaatjes maken en kroketten bakken is. Maar dat is het absoluut niet. “De onderschatte keuken van de party catering,” dat boek zou ik wel eens willen schrijven. Ik vind het een grote uitdaging om het niveau van de top restaurants zo goed mogelijk te benaderen.

Wel Oscar, als jij dat boek niet schrijft, dan doe ik het. Ongelofelijk wat een enorm bedrijf. Er komt heel wat voor kijken om een party in goede banen te leiden. Wat een controle en hygiënische maatregelen om te zorgen dat alles volgens de regels van de kunst wordt verwerkt en geserveerd. En dat soms voor duizenden gasten. Dat is echt wat anders als een leuk dineetje verzorgen in een restaurant. Petje af (behalve in de keuken!) voor die vaklieden, die nooit eens op de voorgrond treden. Oscar, en alle mensen van Verhaaf die daar aan meegewerkt hebben: Bedankt voor de grandioze ontvangst en de wijze waarop je ons vak promoot!
Dat vonden de leerlingen trouwens ook. Ze waren flink onder de indruk. Een pittige jongedame maakte meteen van de gelegenheid gebruik om te solliciteren. Je moet het ijzer tenslotte smeden als het heet is.
Maart 97

FIETS

Gisteren kreeg ik het slechte nieuws te horen: 'Morgen heb ik de auto nodig'. En dus stapte ik vandaag voor het eerst na de lange, vooral zo koude winter op de fiets om naar school te gaan. Als je gewend bent aan de prettige temperatuur in de auto, valt zo'n 12 graden niet mee, vooral als er een stevige tegenwind staat. Ik had er zo'n drie kwartier voor uitgetrokken om de gigantische afstand van acht kilometer te overbruggen. Dat de conditie van mijn beenspieren veel te wensen overliet, bleek wel aan de hoeveelheid fietsers die mij passeerden. Als ik me fysiek inspan (over mentaal spreken we maar niet) loopt het transpiratievocht met gootjes over mijn rug en er is niets waar ik meer hekel aan heb, dan plakkerig de klas binnen te komen. Dus kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet! In Westervoort stonden wat leerlingen elkaar op te wachten en hun mond viel bijkans open van verbazing: 'Een leraar op een fiets, dàt is pas lachwekkend.' Maar door de jaren gepokt en gemazeld, ben ik wel tegen zo'n stootje bestand en zette ik mijn versnelling op de laagste stand om in het kielzog van een grijze dame, die me de wind uit de zeilen nam, de IJsselbrug te nemen. Rijkelijk op tijd voor een vergadering en zonder natte rug kwam ik op school aan. Vanavond heb ik de wind mee!

Toevallig kwam ik bij leerlingbegeleiding waar een stevige tante die ik ken als goedlachs en in voor een geintje, in tranen aantrof. Gelukkig was ze vergezeld van twee secondanten die het leed met haar deelden. Aangezien de dienstdoende leerlingbegeleider druk in gesprek gewikkeld was, vroeg ik wat er aan de hand was. 'Een medeleerling pestte haar.' Nu zijn de heren der schepping in dit soort zaken direct en recht voor z'n raap, maar de dames kenmerken zich door het raken van het juiste zwakke plekje, waardoor ze haar tegenstandsters mentaal vloeren. Ik vroeg het slachtoffer wie haar mentor was, maar gezien de reacties verwachtte ze daar niet veel van: 'Dan moeten jullie maar eens met elkaar praten,' bleek het stereotype antwoord te zijn. Een kreet die - gezien de reacties - weinig bleek op te lossen. 'Van wie hebben jullie nu les?', was mijn vraag. 'Van mevrouw Huppeldepup', was het antwoord. Dan zal ik eens kijken of die jullie kan helpen. En zo kwam ik in een lokaal vol ligstoelen en droogkappen terecht met een klas vol meiden voor mijn neus terwijl mijn vrouwelijke collega zich bezig hield met de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De klas kreeg de opdracht om zich nog even op de lesstof voor te bereiden, want ze kregen zo een toets. Aangezien mijn binnenkomst in een lokaal meestal hetzelfde gevolg heeft voor de klas als de komst Sinterklaas, hield ik wijselijk mijn mond; Elke minuut dat het rustig zou blijven, was mooi meegenomen. Allengs groeide mijn verbazing toen het vrouwvolk heel serieus elkaar aan het overhoren was. Zeker gezien het onderwerp, want het ging over de voortplanting en dat leidt toch meestal tot gegiechel. Een van de meisjes vroeg of ze het klassenboek mocht halen, maar toevallig had ik dat op een van de banken zien liggen. Het bleek echter dat deze klas uit vier groepen was samengesteld! En dan klagen collega's vanwege de als los zand aan elkaar hangende clusters! Na vijftien minuten en het blussen van de brand kwam mijn collega het lokaal weer binnen en ging ik een ervaring rijker weer naar mijn eigen stekje.

LAATSTE WEEK

Nog vier weken, dan is het al weer de laatste les van mijn vierde klas. Intussen is het samenraapsel van negen individuen tot een hecht team geworden. De laatste twee jaren moest ik alle zeilen bijzetten om te zorgen dat het diner op tijd klaar was. Dit jaar hoef ik geen rooster meer te maken. Samen verdelen ze de taken, zowel in de keuken als in het restaurant. Vandaag gooi ik er weer een schepje bovenop. Bouillon vooraf, een garnalenrissole, goulash met gemengde salade, verschillende groenten, rijst en frites. En als nagerecht een compositie van bavarois, ijs en fruitsla Voor de goede orde, als we om half twee beginnen is er nog niets klaar. Er moet dus flink aangepoot worden om te zorgen dat om vijf uur het voorgerecht meekan.
Wat zijn ze in de loop van het jaar veranderd. Daniel, die vorig jaar door zijn dyslexie net zijn diploma niet haalde en dit jaar als de witte motor leerlingen om zich heen verzamelde om de zaak te runnen. Henk Testerink van de Keizerskroon in Apeldoorn was zeer tevreden over zijn stage. Niet leuk voor hem, dat hij nog een jaar terug moest komen, maar reuze gemakkelijk als je een leerling hebt, die het klappen van de zweep kent. Robert, die helemaal weg is van het mooie koksvak. Boordevol spannende verhalen, wat er nu weer is gebeurd op zijn stage bij Lunterse Boer. Maarten, vorig jaar nog een ongemotiveerd etterbakje. Nu helemaal bekeerd. In het begin van het jaar zei hij: 'Ik weet nu waar ik voor op school zit, meneer.' En dat heeft hij ook laten zien. Corina, onze kleine angsthaas, die om het minste of geringste in tranen uitbarstte en nu heel vakkundig en vriendelijk haar gasten bediend. Ook zij heeft aan haar stage een baan overgehouden. Margy mijn Surinaamse schone, als ik haar hoorde, was dat meestal negatief. Sinds ik met haar heb afgesproken, dat ze bij elke negatieve uitlating ook iets leuks moest vertellen, hoor ik haar alleen maar lachen. David die zijn moeder op kosten jaagt, door allerlei recepten voor cocktails uit te willen proberen, en de interessante recepten uit het kookboek thuis maakt. Dan “de bolle”, die steeds kwam vertellen waarom hij allerlei opdrachten niet deed en liever lui dan moe was. Ik hoef niets meer te vragen, want hij ziet het zelf wel. Zelfs op z”n stage zijn ze tevreden, terwijl ik dacht dat hij het er niet lang vol zou houden. Jerommeke, het lange end een ervaren “houser” die ook z”n huiswerk nog maakt. En als laatste de Speedy Gonzales van het restaurant; Monica. In haar eentje hield ze - net als thuis - alle tafels in de gaten. Jammer dat ze door een ongeluk geen toekomst in de bediening heeft en een ander vak moet kiezen.
Dat is het leuke van het docent zijn op een vbo school. De meeste leerlingen hebben geen flauw idee waar ze aan beginnen. Onze eerste taak is motivatie; overbrengen dat ze een prachtig vak hebben gekozen, waar je trots op kunt zijn. Ze komen allemaal binnen met hun eigen talenten die ze verder uit moeten bouwen. En hun zwakheden die ze moeten overwinnen. Als je al die veranderingen gedurende twee jaar ziet gebeuren, dat is dat een grote voldoening. Ik meen dat het Heracles was die heeft gezegd: “Onderwijzen is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vlam.” In die uitspraak kan ik me helemaal vinden.
Mei 97

DAG VAN DE SMAAK

Juist als ik naar de ISPC in Diemen moet om de materialen van de “Dag van de Smaak” op te halen, is er toetsweek op school. Dus Euro-Toques gebeld, of er iets geregeld kan worden. Als ik een paar dagen later thuis bezig ben, meen ik mijn eega te horen zeggen, dat mijn Italiaanse collega Italo Zilli de spullen voor mij mee zal nemen. Ik schakel weer over op de automatische piloot, totdat het moment aanbreekt dat ik nodig voorbereidingen moet gaan treffen.
Welgemoed bel ik Italo, dat ik bij hem langs kom. Bel de chef maar”“ laat hij weten, “want ik weet nergens van. Datzelfde geldt voor zijn chef Richard. “Ik heb de spullen wel zien staan en vond het vreemd dat je er niet was. Maar omdat ik verder niets hoorde, heb ik het erbij gelaten.
Thuis krijg ik ook op mijn donder. “Luister dan ook naar wat ik zeg,” roept mijn boze wederhelft. “Ik heb gezegd dat je moest vragen of je collega de boekjes mee wilde nemen.” Op zo”n moment begin ik het behoorlijk warm te krijgen. Hoe krijg ik voor het weekend die zaken nog in huis? Dus bel ik Euro-Toques maar weer op. “Op zaterdagmorgen kun je ook nog terecht.” Jammer genoeg heb ik dan een bespreking die ik niet missen mag. Ik bel ISPC, of de handel per expresse bezorgd kan worden, dan heb ik het in ieder geval voor het weekend in huis. “Komt voor de bakker,” belooft een snelle jongen.
Terwijl ik vrijdagavond het diner op school sta voor te bereiden, komt Richard langs en kopieer ik de hele handel, voor het geval dat ...
Zaterdag zit ik met smart te wachten op mijn pakje. Ik begin maar vast aan de voorbereidingen. Op de school waar ik de “Dag van de Smaak” ga verzorgen, zitten maar liefst twee klassen van vijf en twintig vijftig kinderen. Dus dat wordt tien kilo appels schillen, bakken mayonaise roeren, op bezoek bij Albert voor tien lege flessen voor het zout, zout, bitter, pittig en zoet. Afgepeigerd kruip ik “s zondagsavonds in bed. In mijn droom ben ik steeds opnieuw aan het verzinnen hoe ik alle problemen zal oplossen als er morgenochtend geen pakje voor me is. Voor de wekker afloopt, ben ik wakker. Tante Pos brengt geen pakje. Op het postkantoor is er niets en om te weten waar het pakje uithangt, moeten ze een nummer hebben. Dat nummer heeft ISPC. Als ik bel antwoord het apparaat dat ze om twaalf uur open gaan en dan ik dan mag bellen. Op zo”n moment denk ik een wolkje met een doodshoofd met daaronder een flinke batter en een vleesvork.
Met gezwinde spoed rij ik naar mijn eigen school, om het enige exemplaar van het lesboekje te kopiëren. Natuurlijk komt een ongeluk nooit alleen. Het kopieerapparaat loopt vast. Gelukkig is er nog zo”n ding in de school en een collega helpt me uit de brand. Om halfelf sta ik voor de klas mijn lesje te draaien.
De gezichten van de kinderen in de klas als ze proeven en mayonaise roeren, maken alles weer goed. Een paar dagen later krijg ik de verslagen door mijn buurmeisje thuis gebracht. Nog even nagenieten. Wat vind je bijvoorbeeld van dit literaire meesterwerkje?
De dag van de smaak was heel leuk.
Soms lagen we in een deuk.
Het proeven was heel lekker,
maar we baalden als een stekker.
Toen de kok
vertrok.
Het was een hele leuke dag.
Ik hoop dat ik dat nog eens beleven mag!
Ik deel fraaie oorkonden uit (de computer is er goed voor), hang de winnaars een lint met een garde om en deel taart uit.
Een meisje Brenda Smaak (What”s in a name!) is voor eeuwig mijn vriendin. Ze schreef: “meneer van den Brink vond ik persoonlijk een leuke, gezellige, aardige enthousiaste man.” Daar heb ik niets meer aan toe te voegen.
Juni/juli 97

EXAMENVREES

De zenuwen gieren door je keel. Je ingewanden staan op z”n kop. Je eetlust verdwijnt. Je reageert geïrriteerd op iedereen. “s Nachts kun je niet slapen en transpireert je bed uit. De volgende ochtend ben je een kilo lichter. En dat allemaal van de spanning. Of het nu een sollicitatiegesprek, een nieuwe baan of het zwemdiploma is doet niet ter zake. Een onberedeneerde angst houdt je in zijn greep gevangen.
Zo gebeurt dat ieder jaar op school ook weer. Een van de meisjes sloeg bij het praktijkexamen koken haar handen voor de ogen toen ze haar menu las, staarde verbijsterd in het niets, terwijl er een paar grote tranen uit haar ogen welden. Ik stuurde haar naar buiten om een sigaretje te roken en sprak haar op vaderlijke wijze toe. Het hielp. Een andere struise jongedame, net genezen van haar verbroken verkering, hield midden tussen haar mise en place (“ voorbereiding) op met de blik op oneindig. Ook zij zag het niet meer zitten en dacht dat we niets anders te doen hadden als fouten op te schrijven. In haar geval hielp wat stevige taal om ze weer tot haar positieven te brengen. Iedere leerlinge haar eigen gebruiksaanwijzing.
Waar komt die spanning toch vandaan vroeg ik me af. Waarom maken leerlingen zich zo druk, over werkzaamheden die ze prima beheersen. En ook; wat is het een prettig gevoel een ander te mogen beoordelen, zonder zelf in het geding te komen. “ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid,” schreef Prediker al. Een nieuwe levensles stond voor mij op de rol. Een echte AH -Erlebnis.
“s Lands grootste kruidenier zocht koks die konden praten. Dat leek mij een uitstekend concept dat precies in mijn straatje past. Tenslotte praat ik beroepshalve de oren van iemands hoofd. En voor een paar kooktechniekjes draai ik mijn hand niet om. Indachtig de slagzin die ik onder aan mijn brief papier heb staan: “t Mag vloeien, “t mag ebben. Die niet en waagt en zal niet hebben,” schreef ik een klaterende brief en kwam zonder mankeren door de eerste ronde. Ik zag het helemaal zitten en praatte overal over mijn nieuwe uitdaging. De tweede ronde bestond uit een demonstratieles in een kookstudio in Purmerend. De receptuur kreeg ik netjes vooraf thuisgestuurd. Asperges met zalmrolletjes en saffraansaus. Fluitje van een cent dus. Alles netjes uitgewerkt, zoals een goed leraar betaamt. Nog eens thuis geoefend, zodat ik niets over het hoofd zou zien en dan moest het lukken.
Voorzien van een paar valeriaantjes ging ik lekker slapen, om vervolgens drijfnat van het zweet wakker te worden. Om zeven uur ging de wekker en om kwart voor acht ging ik de weg op met mijn gade als reisleidster. Als je om die tijd niets op de weg te zoeken heb, moet je er ook maar niet komen. “t Was verschrikkelijk druk en om de haverklap stond de boel weer stil. De drie kwartier die we extra hadden ingepland, waren hard nodig. Ik meldde me bij de receptie en werd naar de kantine verwezen, waar ik met het zweet in mijn handen zat te wachten. De “examencommissie” bestond uit drie aardige dames en een leerling uit mijn eerste horecaklas van drie en twintig jaar geleden. De les verliep als in een droom. Ik had er geen greep op, draaide helemaal op de automatische piloot. Tot overmaat van ramp vergat ik bijna de saffraan en het uitje. Mijn klas zou gillend van het lachen onder de bank gelegen hebben, als ze me zo zouden zien stuntelen. “Hoeveel kilometer heeft u gereden,” vroeg een van mijn beoordelaars, nadat ze een hapje van de asperges had geproefd. Ze had me net zo goed de strop kunnen aanreiken.
Mijn vrouw sprak me opbeurend toe en nam me mee naar Volendam, om een frisse wind door mijn verduisterd brein te laten waaien. “t Hielp niet echt. Moet ik toch op school maar op de kleintjes blijven passen.
Oktober 97

LIEVELINGETJES

Juist terwijl ik een boze brief aan de ouders van mijn lievelingetjes zit te tikken, komt hij binnen; Michel, zo”n vijf jaar geleden een van de druktemakers in de klas. Hij had geen pillen nodig om in het weekend uit zijn dak te gaan. Altijd een grote smile op zijn gezicht. Je kreeg er vanzelf goeie zin van. Niet zo”n echte studiebol, maar wel een paar gouwe handjes. Hij is intussen een stevige kerel geworden. Ook nu begroet hij me weer enthousiast en gaat op z”n hurken naast de computer zitten. “Hoe gaat “t er mee”, vraag ik. “Hartstikke goed meneer”, is het antwoord. “Ik zit in het laatste jaar van het leerlingstelsel. Eerst heb ik in Nijmegen in een paar zaken gewerkt, toen in “Het Kalkoentje” in Rhenen en nu in het Arsenaal.” Ik begin te glimmen. “Nu kun mij leren koken. Wat wij hier doen staat intussen zo ver van de praktijk af,” zeg ik, terwijl ik denk aan mijn dagje “Vis vol verrassingen” van Wynand Vogel bij Polderland. “Toch heb je die basiskennis altijd nodig”, vindt Michel. “Ik heb uw lesboeken gekocht en ik gebruik ze nog regelmatig. Bent u trouwens “Karel”, want ik zag uw foto in een blad staan,” lacht hij. “Ik ben helemaal maf van koken. Soms staan we vijftien uur achter elkaar in de keuken. Om de drie weken verandert de kaart. Dat is buffelen geblazen om alles weer op orde te krijgen. En “t moet goed zijn ook. Die ouwe staat bij de doorgifte en als het niet goed is kiepert hij het zo in de bak en zegt; opnieuw! Vijf en tachtig man voor de lunch stouwen we er regelmatig door.” “Dat is nu, waar ik nu helemaal van opkikker”, verklaar ik. “Je hoeft van mij heus geen kok te worden, als je maar gaat doen wat je graag wilt en er enthousiast inspringt. Ik zit net een brief te schrijven naar de ouders van mijn leerlingen. Voor deze eerste schooltoets had ik ze vooraf een vragenlijst gegeven met alle vragen, zodat ze zich goed konden voorbereiden. Ze mochten de vragen uitwerken dan zou ik ze voor hen nakijken. Weet je hoeveel van de achttien leerlingen ze hebben ingeleverd? Precies één! Ik heb net de toetsen nagekeken en er zijn maar liefst elf onvoldoendes gevallen. “Maar helpt zo”n brief dan?” vraagt Michel. “Als ik deze brief niet schrijf, zakken ze strak allemaal. En elke leerling die ik erdoor help, is er een. Motiveren kan niet alleen op school. Daar moet je ook de ouders in betrekken. Zo heb ik dat met jou klas ook gedaan.” “Tja, zo had ik het nog niet bekeken, zegt Michel. “En jij nog bedankt”, zeg ik, want ik zit net te bedenken waar mijn volgende Karel over moet gaan. Dat probleem is intussen opgelost.
December 97

MONTIGNAC

De Lions Club Klik om de foto groter te maken.Het jaarlijks ritueel van kerstdiners, oliebollen en appelflappen ligt al weer achter ons. Minder eten staat natuurlijk in de hitparade van de goede voornemens. “Je wordt niet dik van de tijd tussen Kerstmis en Nieuwjaar, maar van de tijd tussen Nieuwjaar en Kerstmis”, hoorde ik iemand op de tv verkondigen. Een waar woord en op zijn plaats nu heel trendy Nederland meedoet aan de Montignac hype. We zijn nog maar net hersteld van “Een leven lang fit dieet”, het brooddieet en het sherrydieet, of de volgende rage dienst zich al aan. Eerlijkheidshalve moet ik er bij vertellen dat ik door al die aandacht van schrik ook - een voor mij respectabel - aantal kilo”s lichter ben geworden. Zij het dan met een mix van al die wijsheid.
Binnenkort mag ik die ervaringen in praktische zin overdragen aan een aantal Lions Club leden. Een paar jaar geleden heb ik dat ook met veel wederzijds genoegen gedaan. “Voor de leeuwen”, noemde ik mijn cursus. Om de bereide gerechten wat makkelijker te consumeren, had ik er een slobberwijntje bij besteld. Dat gebeurde maar één keer. Daarna namen ze zelf hun wijn mee. Ik kan u vertellen dat het een reuze gezellige cursus is geweest, die zoveel goodwill heeft gekweekt, dat ik het nu nog eens mag doen. Ik heb al een naam bedacht: “Leeuwen aan het lijntje.” Voor die tijd moet ik echter eerst nog even wat wijsheid opdoen.
U denkt natuurlijk dat al die culinaire afslankwijsheid weer uit Frankrijk komt. Dat is maar deels waar. In dezelfde keuken, waar ik mijn cursus ga geven, is de basis gelegd voor al die kennis. Zo”n twee en dertig jaar geleden begon de loopbaan van Paul van Gessel in de keukens van de Boulevard in Arnhem bij Ab Jagersma. Het leerlingstelsel volgde hij bij Kerckenbosch in Zeist en de Gouden Karper in Hummelo. Na wat omzwervingen in Zwitserland lokte Frankrijk. Zo kwam hij op het vliegveld Charles de Gaulle, als chef in het Sofitel in Nimes. En daarna vijf jaar in Le Petit Nice ** in Marseille. Nu is hij al dertien jaar chef-kok van La Cournonne* in Parijs. In Frankrijk is hij met zijn Nederlands accent een graag geziene gast op de tv. Montignac kwam regelmatig bij hem op bezoek. “Jij bent een van de weinige koks bij wie je normaal kunt eten”, aldus de eetgoeroe. Samen met van Gessel ontwikkelde hij een stukje van zijn dieetkeuken. Intussen heeft Paul zijn buik vol van Michel: “Hij is zo vrolijk als een lijkenhuis en zo berekenend als een kasregister”, teken ik op uit de Gelderlander. “Wat hij kan, kan ik ook”, moet Paul gedacht hebben en schreef zij eigen methode: Les Meilleures recettes anti stress” (Uitgeverij Hermé, ISDN 286665 238X) Anti stress eten, dat is nu precies waar ik op zit te wachten. 5 Januari barst het onderwijscircus weer los. En de leerlingen van vandaag zijn bepaald niet meer van het slag van Paul van Gessel.
Januari 98

RITSELEN

Van de week stond het weer eens in de krant. Leerlingen uit het voorbereidend beroepsonderwijs zijn het meest gebaat met praktisch onderwijs. Dat merk je vooral op hun stage. Op school kan het allerbelabberdst gaan, maar op het stageadres is de chef bijna altijd dik tevreden. Vreemde ogen dwingen en in de wereld van de grote mensen bekleden ze een andere plaats dan op school. Ook tijdens de kooklessen loopt het gesmeerd. Je haalt de toekomstige enthousiastelingen er zo uit. Handjes laten wapperen, vooral als het spannend wordt tijdens het doorgeven.
Maar ieder heeft wel eens tijden, dat het maar niet wil lukken, zoals je dat zelf graag gezien had. Zo vergaat het mij dit schooljaar ook. Ik heb een nogal grote klas gekregen en dat is voor mijn leerlingen die juist wat extra begeleiding nodig hebben soms funest. Achttien of veertien jongedames en - heren maakt een wereld van verschil. Als je ze allemaal met de neuzen de goede kant op krijgt, dan is er weinig aan de hand. Maar soms blijft de balans naar de verkeerde kant uit slaan, hoezeer je ook je best doet dat te veranderen. Ze houden zich aan elkaar vast: 'Hij doet niks, dus ik doe ook niks.'; Dan moet je harde maatregelen nemen om het tij te keren. Zo was ik genoodzaakt vier leerlingen naar een andere school te verwijzen. De tijd dat ik me daar heel druk over maakte is voorbij. 'Ik heb mijn diploma al', houd ik ze voor. Maar het blijft niet leuk wanneer je zulke impopulaire maatregelen moet nemen.
Het is jammer dat door de bezuinigingen in het onderwijs, leerlingen buiten de boot vallen. Er is te weinig tijd meer voor begeleiding. De papierberg die we geacht worden te lezen, groeit almaar. Thuis leg ik het op een stapeltje. Als je het lang genoeg laat liggen, gaat het vanzelf weer voorbij.
De ander kant van de medaille is er gelukkig ook. Ieder jaar lopen er wel een paar tussendoor, die helemaal idolaat zijn van hun toekomstige vak. In het weekend en tijdens de vakantie verdienen ze er een aardig centje bij. Maar dat is helemaal niet de hoofdzaak; koken dat is belangrijk. Weer op school krijg ik de verhalen te horen van wat er gebeurd is en tot hoe laat ze gewerkt hebben. 'Mag ik volgende week met de chef mee naar IJmuiden, naar de visafslag meneer?'; Voor zoveel beroepsinteresse mag ik graag een dagje ritselen. Toen er eentje hoorde dat ik een cursus ging geven, vroeg hij direct of hij mocht helpen. Zelf vond ik dat ook weer een bijzondere ervaring; allemaal geïnteresseerde toehoorders, geen ordeproblemen en een glaasje wijn tijdens het werk, dat mag van meneer Montignac!
Februari 98

EEN, TWEE , DRIE

Twee grote bruine ogen kijken me aan. “Meneer, mijn verkering is uit!” Zijn wereld is ingestort. Verder leven heeft geen zin meer. Na deze schoonheid komt er nooit meer een nieuwe vlam. Wie zou er nog van hem kunnen houden na dit débacle. Ik zie mezelf op de mulo in Baarn. Mijn eerste “enige echte” grote liefde was uit. “t Kon nooit meer wat worden. Thuis draaide ik op een oude Amerikaanse grammofoon “I love you for sentimental reason” en “It”s only a paper moon van Ella Fitzgerald grijs. Als ik dit verhaaltje schrijf, draait op mijn PC de cd met dezelfde voor mij onvergetelijke songs. Het moment waarop die twee grote bruine ogen me aankeken, gaat echter terug naar afgelopen vrijdag. Midden onder het doorgeven van de grosse piece staat hij plotseling naast me aan de kachel. Zijn leed gaat ver uit boven de drukte van het doorgeven. Ik ben nog niet vergeten hoe het vroeger bij mij was. Dus knijp ik hem even in zijn kin en schud met zijn bol. “Ik begrijp hoe je je voelt, Michael, en wil er best even met je over praten, maar dan moet je even geduld hebben tot na het doorgeven.” Hij knikt begrijpend en even later zie ik hem weer ijverig afwassen.

Twee
Klik op de foto om hem groter te makenHij laat me een foto zien. Nog wat jonger. Trots staat hij in een complete koks outfit bij zijn moeder aan het fornuis. Eindelijk mag hij naar de koksschool. Daar mag je zo”n prachtig pak bij aan. Hij treed in de voetsporen van zijn vader. Maar dat was vorig jaar. Hij ziet er altijd uit om door een ringetje te halen. Juist vandaag heeft hij zijn buis opgehaald, waarop zijn naam in fraaie krullen is geborduurd. “Als ik dood ga, wil ik in mijn kokspak begraven worden, meneer!”
Ik weet het zeker; Marinho gaat het helemaal maken. Op zijn stageadres bij de Bilderberg zijn ze enthousiast over hem. Met zijn zestien jaar is hij nu op zoek naar een baan voor volgend jaar. Van mij heeft hij vast een prachtige aanbevelingsbrief gekregen. Wie hem krijgt, heeft er een met gouwe handjes. Hij slurpt zijn vak gretig op. Er zit altijd een beste leerling in de klas, maar Marinho is een bovenste beste. Die kom je maar eens in de vier, vijf jaar tegen. Voor mij zit hij straks in de sterklasse. Elke keer als hij me assisteert bij mijn cursus voor de Lions Club staat alles zonder vragen klaar. Eigen initiatief en vol met ideeën. Daar geniet niet alleen hij van, maar ik ook. Hij leert veel, maar zoals de meeste van mijn leerlingen, niet uit een boek, maar met zijn ogen en handen.

Drie
Vrijdag heeft hij mijn klas overgenomen. Doordat een collega met FPU (Formatief Periodiek Uitkering? Fuile Pote Uipen? Ik weet het niet!) gaat, komt er een invaller. Vanaf nu sta ik op donderdagavond met mijn zootje ongeregeld in het restaurant. De vreemde ogen van de gasten dwingen, dus zal ik het een stuk rustiger krijgen. Mijn nieuwe collega Herman van de Hoek gaat wat praktijkervaring opdoen in het onderwijs. Ik heb hem al gezegd: “Als je dit overleefd, kun je voor elke klas staan!” “t Wordt trouwens hoog tijd dat ik het wat rustiger aan ga doen. Van de week duurde het twintig minuten voordat ik in de gaten had dat ik een leerling griesmeel had gegeven in plaats van custard. En ik had nog niets gedronken! Vol verbazing stond ik in het pannetje te kijken en dacht: “Zo behoort het er toch niet uit te zien”. Ach ja, mijn moeder zei het al:” Blijven lachen en ademhalen.” Ze is er twee en negentig mee geworden.
Maart 98

Naar volgende columns