DE SCHOOL EN DE HORECA
Vijfentwintig jaar belevenissen van een horecadocent
VADER WORDEN

School is iedere dag weer anders. “Heeft u even tijd voor me,” vraagt een leerling. “Ik ben bang dat ik vader wordt!” “Gefeliciteerd,” zeg ik terwijl ik hem de hand schud. Zelf is hij niet zo enthousiast. Niet zo verwonderlijk, want hij is pas zeventien. Vervolgens doet hij in geuren en kleuren verslag. “Wat moet ik nu doen, meneer? “Met het meisje naar de dokter,”zeg ik, “en wel acuut.” “Maar dat durf ik niet!” “Toen een kerel, nu een kerel,” zeg ik en stuur hem op pad.
“Maar wat moet ik aan mijn ouders vertellen als ik te laat thuiskom?” “Zeg maar dat je mij moest helpen bij een cursus.” Een klein leugentje om bestwil is wel toegestaan, vind ik. Later komt hij opgelucht vertellen, dat alles met een sisser is afgelopen. (Misschien wat plastisch uitgedrukt!)
In de les ga ik uitvoerig in op de afgelopen donderdag in het restaurant. “Wat werken ze leuk samen”, zegt een van de gasten. “maar ik denk dat u ze wel onder de duim moet houden.” Dat is mensenkennis. Maar het blijft een wonder dat het zo goed gaat bij dit ongeregeld zootje. Zoals ik mijn klas liefkozend en soms wanhopig noem.
Dan volgen voor mij vier uren als leerlingbegeleider. In de pauze komt een meisje uit de onderbouw in tranen bij me. Ze wordt gepest. Daar heb ik een gruwelijke hekel aan. Meisje troosten; ouders bellen; andere meisjes op hun donder geven; boze brieven schrijven. Om kwart voor twee duik ik de keuken en het restaurant in voor de apotheose van de cursus voor de Lions club. De laatste avond zijn ook de dames uitgenodigd. Mijn hulpjes zijn druk bezig met het opdekken van het restaurant. Ik ga gauw aan de slag. Rond vijf uur komen de eerste cursisten aan. Delegeren is in dit geval een zeer goede eigenschap. “Het was heel leuk en lekker om zoals bij Montignac te koken, maar kook de laatste avond maar volgens fase V”(“ alles eten), kreeg ik als verzoek. Dus zitten er gratin aardappeltjes in het menu en wordt op het eind een omelet Siberiène geserveerd. (“n Fikkie doet het altijd goed!) Rond zes uur worden in de keuken de eerste flessen wit ontkurkt. Als rond zeven uur de dames arriveren, zit de stemming er al goed in. Het is wel een aangepast menu, waar meneer Wijko ook wat aan verdiend. Tenslotte zijn het bij mij in de keuken ook niet alleen koks, die lange messen dragen.
Dan barst het feest los, zo nu en dan onderbroken voor de volgende gang, als de echte cracks weer even de keuken induiken. Ik heb voor alle deelnemers een prachtig certificaat uit de computer getoverd. "Dit laureaat wordt verleend op grond van de niet aflatende ijver en inzet bij het bereiden van volkomen overbodige, maar wel lekkere gerechten. Overvloedig besprenkeld met het beste uit Frankrijk”s wijngaarden. Dat hij er nog lang van moge genieten.” Om twaalf uur is mijn dagje om. Morgen weer uitslapen.
April 98

NOOIT VERGETEN

“Dames en heren. Mag ik een ogenblikje stilte. De leerlingen die u vandaag bedienen, doen dat voor de eerste keer. U zult verbaasd staan over de vele handelingen die ze goed verrichten. Over elk mes, vork, glas, servet en bord is nagedacht. U zult echter begrijpen dat er ook nog veel mis kan gaan. Zoals iemand net al opmerkte: “De rode wijn is koud.” Dat komt omdat ze in de koelkast beland is. Ze hebben een aantal keren “droog” geoefend. Maar nu is dan het grote moment aangebroken, dat al die vreemde mensen hier binnen stappen. Heeft u alstublieft een beetje geduld met mijn leerlingen.”
Zo begon ik na enige weken oefenen met mijn klas aan de eerste les met gasten.
Door de pensionering van een collega - moesten er lessen restaurant worden overgenomen. En aangezien ik het heel lang geleden tot chef de rang geschopt heb, voordat ik in de keuken belandde, werd ik vereerd met deze opdracht. Daar ben ik wel blij mee, want met het klimmen der jaren, moet ik in de keuken steeds harder gaan werken, gezien het dalend niveau van de leerlingen.
Tja, na de bovenstaande ontroerende speech, kunnen mijn schaapjes weinig meer fout doen in de ogen van onze gasten. Ik probeer overal tegelijk aanwezig te zijn wat bij te sturen, en het loopt als een trein. Daar krijgt een van de gasten een heel glas rode wijn over haar kleding, maar tot mijn grote opluchting had ze het helemaal zelf gedaan. Net als ik vergenoegd begin te denken aan de komende periode, waarin ik vanaf mijn plaats het slagveld kan overzien, zonder steeds in te hoeven grijpen, gebeurt het; Als ik langs een tafel kom zeggen de gasten: “We hebben nog steeds geen vlees gehad.” Niks aan de hand zou je denken. Maar ze hebben hun groenten en aardappelen al bijna op. Op zo”n moment ben je totaal verbijsterd. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat je de groente en aardappelen uitserveert, zonder dat je het vlees hebt. Intussen staat de leerling in het office te wachten, op de biefstuk; “Toen ik terug kwam was mijn vlees weg, meneer. Ik heb het maar opgeschept, anders werd het koud.” Ik dacht aan Martin Willemsen die bij zijn eerste baas de sla in het hete water waste en aan mezelf toen ik bij Kees Preijde in Prinses Juliana de oxtail bij de bruine fond goot. “Deze dag zul je je leven lang niet meer vergeten,” zei ik tegen mijn gastheer in de dop. De gasten heb ik alleen de drankjes laten betalen.
November 98

LEUK

Terwijl ik achter in de aula sta, komt er een grote Surinamer, strak in “t pak en met een staartje achter op z”“n hoofd op me afstappen. Pas op het laatst zie ik dat hij mij moet hebben en tegelijkertijd herken ik een bekend gezicht. “Hallo, meneer van den Brink,” zegt hij. “Ik ben Steven Payne.” Dan gaat er weer een lampje branden. Gelukkig vergeet ik veel van de narigheid en onthoud voornamelijk de leuke gebeurtenissen. Ik weet nog wel dat hij bepaald geen lieverdje was, die zich braaf aan de schoolregels hield en zonder diploma vertrok. “Ik kom u bedanken voor wat u voor mij heeft gedaan. Toen ik hier op school zat, ging het allemaal niet zo lekker. Er waren problemen thuis. Maar nu gaat het goed met me.” “Wat doe je nu? “
“Ik ben kok, meneer in Eetcafé de Tulp op het Surinameplein in Amsterdam.” Als ik zoiets hoor, dan begin ik natuurlijk te glimmen. Soms moet je zelfs meer geduld hebben dan een paar schooljaren, voor je “wijze” lessen effect hebben!
“s Avonds sta ik in het restaurant. “Meneer, zo hebben me aangenomen voor het volgend jaar,” vertelt Chantal. De zoveelste leerling die door haar stage aan een baan komt. “Meneer ik heb geleerd hoe je een tafellaken goed op tafel moet leggen.” Dat is Nathalie, die stage loopt in “t Raedthuys in Duiven. Ondanks verwoede pogingen, lukt het haar toch niet om het laken volgens de regels van de kunst op tafel te krijgen. “Zijn de tafellakens soms anders gevouwen?” vraagt ze. “Zo, moet je een wijnfles openmaken,” demonstreert ze later trots aan de klas. “Ik moet iedere dag een paar flessen openmaken.” Als ze later aan het serveren is, zie je dat het geduld en de inzet van Dennis Kaal - de stagebegeleider van “t Raedthuys - zijn vruchten afwerpt. Zelf vind ik het prachtig als leerlingen enthousiast worden voor een vak. De bediening heeft voor de meeste leerlingen bepaald niet de voorkeur. Daarom is het extra leuk als ik merk hoeveel leerlingen van mijn twee klassen voor het gastheer/vrouw schap hebben gekozen en met hoeveel enthousiasme de koks zich in het restaurant inzetten. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid, dat serveren voor mijn leerlingen een bijvak is. Geen zware onbegrijpelijke theorie, maar praktisch bezig zijn. Zelfvertrouwen aankweken, op een ontspannen manier om kunnen gaan met de gasten. En dan stapje voor stapje vaardigheden aanleren. “Meneer, mag ik de gasten ontvangen? Mag ik uitserveren?” “t Moet leuk zijn. En dat is het gastheer of gastvrouw zijn toch ook?
Mei 99

BURNOUT

“Goed onderwijs, is de enige overlevingskans voor het patisserie vak. Helaas is beroepsonderwijs in ons land vaak restonderwijs. Ditzelfde geldt ook voor veel beroepsleraren. Begrijp me niet verkeerd, ik ken ook hele goede leraren maar ze zijn ver in de minderheid. De meeste lullen op hun 45e alleen nog over hun pensioen,” aldus Pieter Booy in Annoncée.
"Burnout horeca is alarmerend. Op het onderwijs na (13%) is het aantal burn-out gevallen het grootst onder werknemers in de horeca (12%). Dat blijkt uit gegevens van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek),” kopt Misset's Horeca van 23 december.
Onder “burnout” verstaat men de door het werk veroorzaakte gevoelens van oververmoeidheid en uitputting. Hoge werkdruk en een slechte sfeer verhogen het risico. Personeel dat het werk niet naar eigen inzicht in kan delen loopt ook tweemaal zoveel kans om burnout te geraken. En als laatste redenen; lage beloning en weinig erkenning.
Die twee uitspraken hebben mijn inziens alles met elkaar te maken. De uitspraak van Pieter Booy is voor mij wel begrijpelijk, maar niet terecht. Welke gek gaat naast zijn fulltime baan in het bedrijfsleven, nog eens zo”n zeven jaar studeren, om voor de klas te mogen staan. Daarbij in de wetenschap dat in Europa, Nederlandse docenten de slechts betaalde zijn en de klassen het grootst. Dan ben je gestoord, of een idealist.
Met vijf en twintig jaar onderwijservaring, heb ik het allemaal meegemaakt. Op dertien vakopleidingen voor de horeca werd beroepsonderwijs gegeven. Alles kwam bij ons. Wie niet aan de norm voldeed kon gevoeglijk zijn jas aantrekken. AMeneer Jasper, (mijn toenmalige directeur) deze leerlingen hebben afwasdienst en weigeren dat.” AZe kunnen nu gaan afwassen en anders zijn ze van school.” Ik heb ze niet meer teruggezien. Nu zijn er rond de honderd consumptieve opleidingen. Negen of elf middelbare en drie hogere horeca opleidingen. Daarmee is het vbo gedegradeerd tot restonderwijs. Wat bij ons komt, kan ergens anders niet terecht. Er is zelfs vaak geen sprake van enige beroepsmotivatie. Onze taak is veranderd. We gebruiken ons vak om vaak minder bedeelde kinderen zich een plaatsje in de maatschappij te laten verwerven. Om ze ergens enthousiast voor te maken. Er is geen grotere voldoening, als je ziet hoe sommigen dat lukt.
De energie die dat vereist en de werkdruk leiden er toe, dat soms het teveel wordt. Zeker als je zaken signaleert bij je directie, die voor kennisgeving worden aangenomen. Je haakt af. Je ziet met verlangen naar de eindstreep. Persoonlijk ben in de gelukkige omstandigheid dat ik mijn ei nog op andere manieren kwijt kan. Dat zorgt ervoor dat de grootste etterbuil uit mijn klas aan me vroeg: AMeneer, u bent al zo oud, hoe krijgt u het voor elkaar om altijd zulke goede zin te houden?” Eigenlijk heel simpel : AJe moet van kinderen houden en oog hebben voor de kleine stapjes.”
Maart 99

125 JAAR

Van Links naar rechts; Felix Winters, Frank Addink, Aloys Duis, Hans Meulhof, Hans Gooren, Urban Kousbroek, Wim Bouwman, Bert Nab, Henk Hoogink, Jaap Veltman, ?, Bob van LeeuwenDruk, druk, druk. Dat is wat we het tegenwoordig hebben. De zegeningen van de vierentwintig uurs economie gaan ons niet in de kouwe kleren zitten. Dat was ook te merken bij de eerste activiteit ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van de Boulevard. Ik moet eigenlijk zeggen het Mozaïek College, maar dan weet de helft van de oplettende lezertjes niet waar het over gaat.
Enige tijd geleden mocht ik de gelederen van Euro-Toques versterken op de landgoedfair op Mariënwaerdt bij Beesd. Daar ontdekte dat de familie Verschuer, die het landgoed beheert, tot de nazaten behoort van de (mede)stichter van onze school; Baron van Verschuer. Bij de oude schoolingang aan de Boulevard Heuvelink is zijn afbeelding in reliëf vereeuwigd. Diezelfde afbeelding trof ik aan in de geschiedenis van Mariënwaerdt. Een goede reden om naast de burgemeester, de familie van Verschuer uit te nodigen bij de opening van de feestelijkheden.
Door bijzondere omstandigheden, kon onze grote baas plotseling niet aanwezig zijn en werden zijn taken gedelegeerd. Maar welke taken? Zo bleek niet duidelijk te zijn, welke gasten we aan het aansluitende diner konden verwachten. In ijltempo werd er rond gebeld. De plaatsvervangende adjunct dook in de archieven om een passende speech voor te bereiden. “t Leek net een echt horecabedrijf; onverwachte zaken zo regelen, dat het lijkt alsof alles loopt als een goed gesmeerde machinerie. Rond een uur of vijf verzamelde de goegemeente zich bij de oude ingang van de school. In afwachting van de notabelen, die een reusachtig bord zouden onthullen. De minuten tikten voorbij, maar noch de burgervader, noch de baron verschenen. Tot grote opluchting verscheen het stadshoofd en ik snelde naar de telefoon om duidelijkheid te verschaffen over de baron. Tja, al gauw bleek, dat een brief door tante pos nooit zijn bestemming had bereikt, hoewel ik het afschrift voor mijn neus had liggen. Dat was tegenvaller nummer een.
Honderd vijfentwintig jaar geleden kwam de minister van Binnenlandse zaken, om de school te openen. Nu hebben we ons tevreden moeten stellen met burgemeester Scholten, die zich afvroeg wat er mis was met de naam Ambachtsschool. Net als een beroemde barbier uit de Amsterdamse Pijp is hij een groot voorstander van goed ambachtsonderwijs.
Driewerf hoera!
Vervolgend wilde de adjunct zijn speech houden en liet de overheadprojector het afweten. Iets wat je vast wel eens heb meegemaakt met de koelkast tijdens de kerstdagen. Dat. was tegenvaller nummer twee.
Tijdens de informele borrel zocht ik naarstig naar vervanging van de opengevallen plaatsen aan het diner van de baron en zijn gade. Dat lukte wonderwel, tot op het moment dat iedereen zijn zetel opzocht en bleek dat ik niet de enige was die de opengavallen plaatsen had ingevuld. Dat was tegenvaller nummer drie.
Zoals een goed gastheer betaamt, heb ik mijn plaatsje afgestaan en ben thuis aan het kokkerellen geslagen. Dat smaakte overigens ook uitstekend, maar ik dat toch met weemoed aan de prachtige entrecotes die ik in de keuken gezien had.
April 99

ONANEERLIJST

“Meneer, waar kan ik de onaneerlijst vinden?” vraagt een van mijn lieverdjes. “Dat heet een annonceerlijst,” antwoord ik. “Ik snap niks van al die moeilijke woorden,” komt er terug. Ik moet lachen vooral omdat hij noch de betekenis van “t een, noch van “t ander kent. Tenminste als het in deze termen gaat. Het taalgebruik van leerlingen is heel wat directer. Na vijf en twintig jaar valt het me nauwelijks meer op. Grote monden, kleine hartjes. Wanneer je in hun zieltjes mag kijken zijn het toch meestal hele leuke kinderen. “Hé lekker stuk van me,” roept een van mijn jeugdige schonen, als ik op m”n fietsje naar school kom. M”n dag kan dan niet meer stuk. Een goede band met je leerlingen is de beste motivatie voor leerling en leraar.
Na vijf praktijklessen in het restaurant begint het aardig te lopen. Dat merk ik vooral aan de gasten, die gisteren mijn wolfjes (in schaapskleren) met een applaus beloonden. Zorgen dat je er netjes uitziet, levert echter nog steeds problemen op. Elke les ben ik bezig met twaalf keer een stropdas om te doen. Laatst kwam er eentje binnen, met z”n overhemd half uit de broek, verkeerd dichtgeknoopt, zodat erboven wat overbleef en daaroverheen een stropdas, die het zaakje bij elkaar moest houden. Mijn collega Bert barstte in lachen uit: “ “t Is net de klokkenluider van de Notre Dame.”

BEGRAFENIS

Welke belangrijke plaats de horeca in de samenleving heeft kun je elke dag in de krant lezen. Ook in een grijs verleden was dat al zo, ontdekte ik op Paleis het Loo in Apeldoorn. Op een fraaie prent van de begrafenisstoet van Anna van Hannover in Delft (1759) staat vermeld, dat de stoet werd aangevoerd door honderd Zwitsers, (waarschijnlijk speciaal ingevlogen), de controleur van de mars van Goor (God hebbe zijn ziel), een heraut, vier aides, twee braadmeesters (rotisseurs), twee pastijbakkers, twee opperkoks (chefs de cuisine), drie suikerbakkers (confituriers), drie keldermeesters (sommeliers) en drie schenkers (echansons). Toen wisten ze nog hoe het hoorde!
CONFESSION BOOTH (biechthokje)Dat ontdekte ik op de site van Senoirweb, met de tekst: AOnline biechten is nu mogelijk. U kunt kiezen uit o.a. overspel, moord, begeerte, trots, woede als mogelijke onderwerpen voor uw biecht. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen serieuze en minder serieuze bekentenissen.” De klapper kwam echter toen ik via Internet contact wilde maken met mijn Hemelse Vader: “sorry, the Confession booth is down, but this is even better! en ik werd doorverbonden naar een commerciële site. Zonder iets te kopen en met zonden beladen ben ik naar bed gegaan.

VIJFENTWINTIG JAAR.

Ze zijn voorbij gevlogen. Deze maand kreeg ik van meneer Ritzen een extraatje bijgeschreven op mijn girorekening vanwege het (heugelijke?) feit dat ik vijf en twintig jaar in Rijksdienst ben. Nog achttien maanden erbij en dan heb ik ook vijf en twintig jaar onderwijs volgemaakt. Ze zijn voorbij gevlogen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik als leermeester van “Die Ossewa” in Roermond door de SVH als gast werd uitgenodigd om bij de examendiners van de Boulevard in Arnhem aanwezig te zijn. We werden ook rondgeleid door de keukens, waar ik mijn oude leermeester Paul Hendriks van de Culinaire Vakschool Groningen (toen nog de Bakker”s Vakschool) als docent tegenkwam. Gelukkig herinnerde hij zich mij niet. Mijn cijferlijstje en inzet waren nogal magertjes, omdat ik het druk had om met te weinig geld toch zoveel mogelijk van het Groningse leven en de liefde te verkennen. Paul was bezig om zijn leerlingen de juiste wijze B geprogrammeerde instructie was een van zijn sterke punten B aardappelkroketjes te laten maken. Terug in het restaurant keek een van de genodigden hinderlijk diep in het glaasje en werd uiteindelijk verwijderd.
Dat was mijn eerste kennismaking met de Boulevard. Wie had kunnen bedenken dat ik een paar jaar later daar zelf voor de klas zou staan.
Voor het zover was zou ik eerst nog de keukens verkennen van het Elfenmeer en Restaurant Cox in Herkenbosch, Restaurant Napoleon in Haelen, voor Philips een receptenboekje voor de magnetron schrijven en demonstreren op de Horecava. Totdat ik tegen mijn laatste baas zei, dat ik nog liever achter op de schoebkar (Limburgs voor vuilniswagen) ging staan, dan nog een dag langer bij hem te werken.
Vreemde omwegen maakt een mens om op zijn bestemming terecht te komen. Want na vele omzwervingen kwam ik in het onderwijs terecht. Eerst een jaar in Utrecht en daarna in Arnhem. Het pedagogisch diploma haalde ik op een slof en een schoen. Naar mijn idee is dat van Hogerhand geregeld. Iemand die op dertien scholen heeft gezeten, een keer van school is getrapt en een keer is blijven zitten, heeft toch niets met onderwijs. Of misschien juist wel. Ik weet in ieder geval maar al te goed hoe leerlingen zich kunnen voelen wanneer het allemaal niet meezit.
Terug naar het heden. Tijdens de koffiepauze werd ik even in de bloemetjes gezet vanwege de blijde gebeurtenis. Inclusief een toespraak door de directeur en een envelop met inhoud. De vreugde was maar van korte duur. Toen ik naar huis reed was er snelheidscontrole. Voor vier en zestig kilometer mocht ik de helft van mijn envelop weer inleveren. Het bloemetje heb ik maar aan de agente gegeven. Had er tenminste nog iemand plezier van.
Mei/juni 98

MIJN MEIDEN

Ik loop helemaal te kikken, als goedlachse Chantal helemaal glimmend van blijdschap op me afkomt en ik een flinke pakkerd krijg. “Gefeliciteerd met je diploma,” zeg ik. Vorig jaar was ze gezakt en het had zelf nogal wat voeten in de aarde, of ze wel terug mocht komen. In een klas die als schoolvoorbeeld zou kunnen dienen, om een leraar gillend de school uit de jagen, was zij de minst lastige. Dit jaar had ze gezelschap van zes dames en vijf heren.

In het begin kneep ik hem behoorlijk. Zoveel vrouwlui had ik nog nooit gehad en zeker niet in die verhouding. Maar gaande het schooljaar veranderde dat volledig. Er ontstond een bijzonder band. Allemaal zo verschillend maar met hun eigen kwaliteiten.
Waarnemen, waarin een leerling wèl goed is en dat gebruiken als kapstok. Dan komt de rest vanzelf. Je begint met de makkelijkste en dan maak je de groep steeds groter. Chantal was mijn postiljon d'amour. Ze kende me al van vorig jaar en heeft vast veel lobbywerk voor me verricht.
Priscilla was een van de eerste die ik aan mijn zijde kreeg. Ze ergerde zich overduidelijk aan al die trutten die er met de pet naar gooiden en ging een heel jaar haar eigen weg. Ik werd steeds op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in de liefde, maar toch kreeg het huis- en leerwerk voorrang.
Datzelfde gold voor Ilona. Die droomde alleen over de prins op het witte paard, een beetje stil en soms teruggetrokken. Voor haar was de leraar vanzelfsprekend de baas. Dat soort kom je niet veel meer tegen! Ondanks dat ze moeite had met leren had, stampte ze alles erin.
Nicole, in het derde jaar een ontzettende schreeuwlelijk, veranderde in een moordmeid. Ze wond me om haar vinger, stuntelde in het restaurant, verknoeide haar stage en zakte voor haar diploma. Maar ik wil geen kwaad woord van haar horen. Ik weet het zeker, die komt op haar pootjes terecht. Er is niets leukers dan in zo”n korte tijd mee te maken hoe een mens in zijn voordeel kan veranderen.
Sexy Samantha dacht dat ik heel boos zou worden toen ze vertelde dat ze in een kledingwinkel ging werken. In het begin van het jaar lummelde ze wat aan, maar op een bepaald moment ging het lampje branden en zette ze met volle kracht de eindspurt in. Een mens moet vooral doen, wat ie leuk vindt. Dat kan ook in een kledingzaak.
Nathalie had het vaak drukker met de liefde dan met school. Ik ben nog niet vergeten hoe ik zelf vroeger was en ik ben ook redelijk terecht gekomen. Verder had ze een uitgebreid smoezenboekje, waar ze uitvoerig gebruik van heeft gemaakt. Misschien ben ik te vaak gezwicht voor haar smeltende glimlach. 't Zal de leeftijd wel wezen.
En dan Yvonne. Voor de gasten had ze een aangeboren gastvrijheid, maar ze had er geen enkel probleem mee om me midden in het restaurant te vertellen dat ik niet zo moest zeuren, als ik wat wilde bijsturen. Maar ja, eerst kijken naar de kwaliteit en dan komt de rest vanzelf.
Lieve meiden, ik zal jullie missen.
23 juni 1999

ALZHEIMER

“Weet je wat de voornaam van Alzheimer is?” vroeg mijn collega. Ik moest hem het antwoord schuldig blijven. “Daar begint het mee”, zei hij.
Die woorden schoten in m'n gedachten toen hij me vlak voor de vakantie opbelde: “Weet je wat voor dag het vandaag is?” Dat wist ik gelukkig nog wel. De avond tevoren had ik nog toetsen zitten te maken voor de proefwerken die ik zou geven. Alleen was ik even vergeten dat we op excursie zouden gaan naar Wijko. Een excursie die ik nota bene zelf tot twee keer toe had afgesproken. Dat uitstapje is ondanks mijn vergeetachtigheid prima verlopen. Eerst een rondleiding door het Culinair Museum in Amersfoort, waar we ook het enorme draaispit van de Mariënhof bewonderden en vervolgens een lunch bereidt door Meesterkok Michaël Hanssen, die ons vertelde over de fijne kneepjes van zijn vak en wat er komt kijken voordat een product de fabriek verlaat.
Niet lang daarna was de diploma-uitreiking. Dit jaar voor mij geen onverdeeld succes. Ik heb nog nooit zoveel gezakten gehad. Gelukkig hebben de leerlingen die er hard voor gewerkt hebben, allemaal hun diploma gehaald. De volgende week ben ik door een van hen uitgenodigd om te komen dineren in het restaurant waar hij werkt.
En dan begint een hele lange vakantie. De eerst vier weken hebben mijn wederhelft en ik in Wales doorgebracht. Buiten dat we de zon gemist hebben en het Engelse pond veel te hoog staat, hebben we voor de derde keer in successie weer een geweldige tijd gehad. Wat is daar ongelooflijk veel te zien aan kloosters, kerken, kastelen, cottages, smalle weggetjes, ruige bergen, rotsige kusten en prachtige landschappen. En met de “shuttle sous la Manche” kun je na vijf en twintig minuten links gaan rijden. De laatste vier dagen hebben we in Londen doorgebracht een schril contrast met de rust van de countryside maar ook even imponerend.
En nu maak ik de rest van de vakantie vol met werk wat meestal blijft liggen zoals mijn horeca familieplakboek, waarin ook oude nota's en menu's zitten. Van Cornelis de Jong & Zonen uit Ammerstol aan de Lekdijk een nota uit 1939. De zalm kost / 2,- per kilo en de paling van drie ons en zwaarder / 1,20. Dat zijn nog eens prijzen die erin hakken. Zo kon je voor oud jaar in Hotel Royal in Den Bosch oesters per dozijn bestellen voor / 2,- paté de foie gras voor / 1,- en Versche Kreeft voor / 1,50 per persoon, maar wel minimaal voor twee personen. Met de carnaval was een van de menu suggesties: Homards frais à la Parisienne, Crème d'Argenteuil, Langue de Boeuf, Sauce Madère, champignon frais, flageolets et celeris, Poulet rôti, compôte de Pêches, pommes pailles, Glace Carnaval, Fruits, Dessert en dat alles voor de prijs van / 3,50. Wat moeten die koks en kelners gigantische salarissen hebben verdiend!
Augustus/september 98

DE LAATSTE LOODJES?

29 april en plotseling zijn mijn lessen afgelopen. De laatste weken heb ik intensief met mijn schaapjes voor het examen getraind. Zo'n tachtig vragen op papier en steeds maar oefenen. Ze kregen er lol in, want elk cijfer telde mee. 'Ken jij de eerste twintig? Kom dan maar hier.' Voor iedere vraag die ze niet kende ging er een halve punt af. Ze zitten naar elkaar te luisteren en elkaar te verbeteren. Hoongelach als iemand het verkeerde antwoord geeft. Maar het werkt wel stimulerend. Eindelijk weer eens een methode gevonden om ze aan het leren te krijgen. Maar het is wel doodvermoeiend om ieder leerling apart te overhoren. Dat zag ik ook op een van de foto's die ik in de klas had laten nemen. Ik sta er geteisterd op. Dan moet ik weer opdraven om te surveilleren bij het examen. Als m'n lieverdjes zitten braaf achter elkaar in de gymzaal. Ik loop helemaal te glimmen als ik ze weer zie. Allemaal anders en ieder met z'n eigen kwaliteiten. Studiehoofden zijn het nog steeds niet. Maar weer hebben er een flink aantal een baan aan hun stage overgehouden. De handjes laten wapperen kunnen ze gelukkig goed.
Intussen trouwt onze dochter en krijg ik er een schoonzoon bij. Vol trots leid ik haar in het eeuwenoude knusse kerkje van Duiven naar het altaar. Een paar dagen daarvoor heb ik haar kinderbedje naar het stort gebracht. De tijd vliegt.
Wat een zalig gevoel om helemaal niets te moeten, andere jaren was ik in deze periode meestal op school, leerlingbegeleiding en intakegesprekken met nieuwe leerlingen. Maar ik ben aan het afbouwen. Nog een jaar en dan hang ik mijn schooltas aan de vlaggenmast.
Ik ga de stagebedrijven af voor de certificaten en ben bezig met de stages voor volgend jaar, als ik wordt ingeseind dat er waarschijnlijk te weinig lessen zijn. Er blijft een hele baan over. Toch gaan er nog zo'n twee weken voorbij voordat ik opgebeld wordt: "We willen eens praten over jouw toekomst bij het Mozaïek College." Een wat vreemde benadering, want mijn toekomst op school is dan afgelopen. Op school krijg ik allerlei berekeningen voorgeschoteld. Acht en vijftig procent FPU (Ik weet nog steeds niet wat dat betekent!) als ik er dit jaar uitga en vijf en zeventig als ik er volgend jaar uitga. Dat maakt nogal wat uit. Het lerarensalaris is toch al geen vetpot. Dus moet er gekeken worden hoe we nader tot elkaar kunnen komen. Afwachten dus.
En een nieuwe zorg, waar moet het volgend jaar m'n column over gaan, wanneer ik niet meer op school zit? Eerst maar eens lekker op vakantie.
Juli/augustus 99

OPA

“Meneer, toen u er niet was hebben we macaroni gemaakt.” Dat roept Lian in het trappenhuis tegen me, als we elkaar tegenkomen. Ik smelt helemaal als ik dat hoor. Niet zozeer, omdat ik er niet was. Maar om de band die ik intussen heb met mijn nieuwe sterren. Vlak voor de vakantie kreeg ik de mededeling dat ik min of meer overbodig werd, door het teruglopend aantal leerlingen. Met nog één schooljaar te gaan wilde ze mij wel met een mooie oprotpremie de laan uitsturen.
Helaas, de premie voldeed niet geheel aan de verwachtingen en dus bleef ik. Mijn laatste schoolse dagen worden gevuld met kennis der natuur, informatica, maatschappijleer, stagebegeleiding en veel verzorging. Dat laatste vak bestaat uit strijken, wassen, huishoudelijk koken en alles weer precies in het keukenkastje terugzetten en leggen. Nu heb ik altijd graag mogen strijken, maar voor het strijken van de was, mis ik toch de fijne kneepjes. Ik beperk me tot dat waar ik een beetje verstand van heb. En dat niet uit een pakje, zoals mijn vrouwelijke collega's uit de verzorging dat doen, maar lekker zelf maken. (Op die uitspraak kreeg ik later commentaar!)
Mijn nieuwe sterren zijn slechthorende leerlingen. (Er is vast wel een meer trendy term met “audio” erin, maar ik ben nog niet genoeg thuis in het circuit.) Lian zit in een eerste klas. Aan die leeftijdsgroep van twaalf, dertien jaar heb ik in vijf en twintig jaar nog nooit les gegeven. Ik geniet met volle teugen van: “Opa met de kleinkinderen.” Twee uur zijn we bezig om een tosti met kaas, ham en tomaat te maken; wat is een kaasschaaf, wat is een rasp? Allemaal woorden, die voor hen vaak helemaal nieuw zijn. Zelf je boterham roosteren, dat is pas spannend!
Ik heb ook een vijfde klas, vier daverende meiden, de oudste negentien.. Alles wat er te leren viel, kennen ze al lang, maar lekker koken en zelf met recepten aankomen is natuurlijk veel leuker.
Samen zitten we rond de tafel en een “vertaalt” mijn uitleg aan de anderen. Ruim binnen de tijd wordt er een driegangen menu in elkaar gezet., de tafel gedekt, gegeten en de afwas gedaan. En ook de was. Zij weten beter dan ik, hoe het werkt!
Een ander nieuwigheidje is een klas Uiterlijke Verzorging, waar ik Informatica aan geef.
Allemaal meiden in de hormonale leeftijd. De eerste lessen zaten er een paar meer aan de poederdoos en de spiegel dan aan het toetsenbord. Ik vermoed overigens dat de directie deze dames speciaal geïnstrueerd heeft om mij “over de rooie” te krijgen. Korte topjes, blote buiken, strakke velletjes. Van de week stond er een op om haar buurvrouw iets te vertellen en verscheen er een niemendalletje met een streep in het midden.
Strak word ik nog ergens van beschuldigd.
Afijn, tegen die tijd lezen jullie het wel in de krant.
November 99

MILLENNIUM

Daar moet je toch even bij stilstaan, de overgang naar het jaar 2000. Toch vreemd, de wereld bestaat al miljoenen jaren en wij besluiten er nù een feestje van te maken. Volgens de Joodse jaartelling was het 11 september rosh hasjana oftewel nieuwjaar van het jaar 5760. Volgens de moslimkalender is het op 5 april 2000 1421. Geef mijn portie maar aan fikkie. Maar als goed horecaffer grijp ik elke gelegenheid aan om een feestje te bouwen. Zo liep ik op 16 oktober van dit jaar 22000 dagen op deze aardkloot rond.
Een ding is zeker; de volgende honderd zal ik niet in mijn huidige staat meemaken. Met allerlei hulpmiddelen gaat het nog aardig, maar er komt toch een eind aan. En tweedehands apparatuur wil ik al helemaal niet ingebouwd krijgen.
Van de maand waren er weer een paar ouderen en jongeren die me net als toen ik nog rond de dertig was, veel jonger inschatten. Dat streelt mijn ego en heeft natuurlijk te maken met mijn nieuwe outfit, die mijn horecaspoiler aardig verbergt. Zo nu en dan een zonnebankje en 's morgens wat rek en strek oefeningen houden een mens aardig fit. Vandaag heb ik zelfs in een druilerige regen de weg naar school heen en weer per fiets afgelegd.
Wat houdt een mens jong? Een goed humeur is een belangrijke voorwaarde, kankerpitten vreten zichzelf op. Zelfverwerkelijking, dingen doen je die je graag doet. Ook een behoorlijk relativerend vermogen helpt goed. Als je in het perspectief van je eindigheid naar de wederwaardigheden die je overkomen kijkt, wordt narigheid ineens veel onbelangrijker. (Dat is natuurlijk wel gemakkelijk praten als je meer achteruit dan vooruit kunt kijken.)
Wat me ook jong houdt, is de omgang met de jeugd. Onze Lieve Heer heeft net als bij de bruiloft van Kana, de leuksten voor mij tot het laatst bewaart.
En dan al die mensen die met hun vak bezig zijn en mij daarover vertellen. Zo veel enthousiasme, zoveel inzet. Eigenlijk is gastheerschap en voedsel bereiden voor een ander, een soort hemelse opdracht; aardig voor elkaar zijn, iets voor elkaar doen. Je krijgt er zelfs wat voor terug.
Genoeg gepreekt.
Voor al die mensen die ik dit jaar heb mogen ontmoeten, bedankt voor jullie gastvrijheid en mededeelzaamheid. Ik heb er een boel van opgestoken.
Hals und Beinbruch en tot het volgend jaar.
December 99

KLEP DICHT

Met rasse schreden nadert mijn afscheid op school. Een proces van steeds meer afstand nemen. Bij de weinige vergaderingen die ik nog bezoek, word ik voortdurend herinnerd aan de herhaling van allerlei gebeurtenissen. Steeds opnieuw zijn er weer nieuwe enthousiastelingen die hun schouders zetten onder een oud probleem. Een mooi voorbeeld is de aula, waar het al vijfentwintig jaar een rommel is. Er is een boekwerk te vullen over vergaderingen en steeds weer afkalvende afspraken. Vervolgens dooft de vulkaan en begint na enige tijd weer te borrelen tot aan de volgende eruptie. Wanneer je lang genoeg op school zit, leer je dat onderkennen en aanvaarden. Maar kom mij niet meer vragen, om me er druk over te maken. Er is weer een nieuwe generatie die zich daar op uit mag leven. Ik heb intussen steeds meer schoolse zaken opgeruimd. Videobanden, mappen vol meerkeuzevragen, vergaderverslagen, lesmateriaal. Alles verdwijnt.
De enige vernieuwing waar ik nog aan meewerk is “het studiehuis.” Tenminste voor zover je mijn nieuwe en zeer succesvolle methode daaronder kunt rangschikken. Studiehuis betekent zoveel als zelfwerkzaamheid, met de leraar als vraagbaak en hulp. De enige twee theorielessen die ik nog geef zijn voor maatschappijleer. Gelukkig geen examenvak. Ze werken braaf uit hun boek en wanneer ze wat te vragen hebben kunnen ze komen. Wie netjes doorwerkt krijgt en 7 of 8 en wie weinig uitvoert een lager cijfer. 't Werkt als een speer. Ik heb nog nooit zulke lieve jongetjes en meisjes in de klas gehad. “Welk cijfer heb ik?” is een veelgehoorde kreet aan het eind van de les. Terwijl mijn collega die mentor is heel andere geluiden laat horen.
Soms gaat het bij mij ook mis. Dat is wanneer ik zelf begin te praten, dan wordt het al gauw een rommeltje. Klep dicht dus, hoewel dat niet de aard van het beestje is.
Eigenlijk had ik daar vijfentwintig jaar geleden al mee moeten beginnen.

VEREN
"Dg Kees. Het is zo fijn om jou mee werken maar jammer genoeg ben je oud. Was je maar 45 jaar oud. Ik wens je een ouwe lange leven verder." Sanne (leerling Stijgbeugel)
"Dik zijn is niet goed. H, moest je niet eens afvallen!" Kartal (leerling Stijgbeugel)
"Hoi Kees, Ik vindt dat je de beste kok bent die ik ooit heb gekend. Al die lekkere eten, dat was wel smullen en natuurlijk kookten we 1e klas. (Geintje) Je snapte toch niks van al die gebaren (=taal), maar je bent de leukste meester die ons lessen heeft gegeven met koken. Bedankt voor alles!" Lian.(leerling Stijgbeugel)
"Kom je ons gauw opzoeken. We zullen je missen. Het was hartstike leuk om samen te werken." (leerling Stijgbeugel)
"Niet alleen de leerlingen hebben veel geleerd, maar ook ik." Henke (begeleidend docent Stijgbeugel)
"Je bent een 'sterren' kok, een excellent gastheer, een gelezen auteur, een bevlogen docent, een geliefde mentor, een sociaal-pedagogisch leerlingbegeleider, maar vooral een fijne collega." Jan (collega)
"Je hebt het ito (individueel technische onderwijs) groot gemaakt op de Boulevard, wat je niet altijd in dank werd afgenomen door oudere vakbroeders. Je bleef altijd opgewekt onder die kritiek." Urban Kousbroek (collega)
"Motiveren, stimuleren, duidelijkheid, begrip, doorzetten, opnieuw beginnen, tot op de barricaden!" Wil Storms (collega)
"De waardering voor jou en de manier van het met de leerlingen omgaan, weet je." Jan Willem Nengerman (collega)
"Drie grote K's : Kees; kok, Karel. De overige vijf K's: katholiek, kroeg, kachel, kater, krijtje." Wim Bouwman (collega)
"In de I afdeling ben je er als geen ander in geslaagd een flinke groep van de leerlingen, die door iedereen al waren opgegeven toch aan een diploma te helpen, door ze hun zelfvertrouwen terug te geven, door ze net boven water te houden als er weer eens een dreigde te verzuipen (of van school gestuurd worden) Je leerde ze met eindeloos geduld, toch te studeren en liet ze vaak hun eerste voldoende halen in hun rottige schoolloopbaan. Vanzelf past in die werkzaamheden ook heel goed het behalen van het diploma voor Speciaal Onderwijs rondom je vijftigste." Rudi Rikken (oud directeur)
"Op leerlingbegeleiding kon ik gebruik maken van de ervaring die jij met leerlingen had." Nico (collega)
"Brussel 1982, Stamineeke, portret," Willem Peters (collega)
"De vlag in top", was vele jaren je lijfspreuk. "Op de barricaden", vond je ook altijd leuk. Nu je afscheid eindelijk is gekomen. Heb je meer tijd voor al je dromen, Voor die tijd wens ik je alle geluk. Bedankt voor alles, je kon bij mij toch al niet meer stuk." Johan Schurink( directeur)
Graag gedaan.
Karel

Hoe 't kwam

Ik ben op 23 juli 1939 in 's Hertogenbosch geboren Mijn peetoom Kees van Gaalen genoot in die dagen grote faam patron cuisinier van Chalet Royal aan het Wilhelminaplantsoen en Royal in de Visschstraat.
Mijn vader werkte er als gerant bij hem en trouwde met mijn moeder. Na de oorlog verhuisden we naar Soest en begonnen mijn ouders een eigen bedrijf “De Bosvijver” en later Hotel van den Brink.
Ik was de tweede van vijf kinderen. In die tijd was het heel gewoon dat katholieke kinderen op kostschool zaten. Dat gold ook voor ons. Mijn schoolloopbaan liep bepaald niet over rozen. Ik verkaste meer dan tien keer van school. Vooral naar mijn tijd op de Ruwenberg in St. Michielsgestel kijk ik met tegenstrijdige gevoelens terug. Dat die minder positieve schoolse ervaringen me nog eens goed van pas zouden komen, kon ik toen niet bevroeden.
Na de schooltijd, die ik voorlopig beëindigde met het Mulo diploma, wilde ik graag naar de hogere hotelschool in Maastricht. Maar mijn vader had meer mondjes te vullen en zei: “Ik heb het vak ook in de praktijk geleerd, dus doe jij dat ook maar.”
Net zeventien monsterde ik aan bij de Holland Amerika Lijn op de Grote Beer. Na een paar reizen moest ik in dienst en kwam bij Verbindingstroepen als telexist. De kennis van het toetsenbord was mooi meegenomen.
Na mijn diensttijd volgde ik een stoomcursus koken bij de Culinaire Vakschool in Groningen en verdween in de horeca; Prinses Juliana in Valkenburg, Frigge in Groningen, Terschelling, Hotel Alsterhof in Hamburg. Waarna ik in het bedrijf van mijn ouders mijn horeca diploma's haalde. Ik trouwde en begon met mijn ega in Spekholzerheide een studenten café; de Dietsche taveerne.
Hier deed ik weer een nuttige ervaring op; de jeugd is van dezelfde leeftijd, waar ik later mee te maken zal krijgen. Het kroegleven is bepaald geen vetpot en na een paar jaar ga ik als kok werken. In het Zuid-Afrikaanse Eethuys Die Ossewa in Roermond werken mijn vrouw en ik met succes mee aan de opbouw.
Dan word ik “Master of Microwave”, een onderscheiding door Philips in het leven geroepen, die het gebruik van apparatuur zoals de magnetron - in de keuken wil bevorderen. Ik werk dan ook al met vacuüm, voor die tijd zeer vooruitstrevend, al stond ik daar toen niet bij stil.
Na een aantal jaren wil had ik het wel gezien. Verschillende mensen adviseerden me om leraar te worden. Na een jaar Utrecht kwam ik op De Boulevard in Arnhem terecht waar ik vijfentwintig volmaakte. Daar specialiseerde ik me in het individuele onderwijs voor kinderen met leerproblemen en schreef een serie vak boeken.
Rond 1980 raak ik betrokken bij Annoncée Culinaire een vakblad voor de top horeca. In dit blad schreef ik onder andere een column onder het pseudoniem “Karel” over mijn belevenissen als docent. Deze columns, geschreven vanaf 1990 beschrijven herkenbare gebeurtenissen uit het schoolleven.
Veel plezier bij het lezen.

Arnhem, 30-01-2001

ZEEMAN

In mijn jongere jaren heb ik in de voetsporen van mijn vader bij de Holland Amerika Lijn enige reizen gemaakt als pantry boy.
De eerste reis met de 'Grote Beer' staat heel scherp in mijn herinnering gegrift. In mijn monsterboekje zit nog de toestemming van mijn ouders, omdat ik minderjarig was. Voor iemand die een groot deel van zijn leven in de afgeschermde omgeving van een kostschool had doorgebracht, was het leven op 'de woelige baren' wel een enorme overgang. Ik weet nog mijn verbazing, toen ik oude mannen van wel veertig jaar, vieze bakken hoorde vertellen. Dat was andere koek dan de fraters op een Brabantse kostschool. Als jongste maatje was ik overal het slachtoffer van; als er niets te doen was, moest ik tegeltjes gaan tellen, 'omdat er de volgende reis nieuwe tegeltjes in kwamen'.

Het getoeter van de scheepshoorn klinkt nog in mijn oor, als ik terugdenk aan de afvaart. Tot aan Hoek van Holland ging alles prima, alhoewel ik me een beetje vreemd voelde toen we het zeegat uitvoeren. De tweede dag bij het opstaan, moest in direct in de looppas naar de toiletten. Toen ik mijn maaginhoud aan de vissen had prijsgegeven en me lekker fris had gewassen, ging het weer wat beter. Om in de pantry te komen moest ik door de keuken, waar de elektrische kachel al lekker hoog stond. Die hitte en de geur van Amerikaanse koffie, betekende dat ik rechtsomkeer moest maken, om nogmaals de vissen te voeren. Wie wel eens gal gespuugd heeft, weet hoe ellendig je je dan voelt. Het is met geen pen te beschrijven, maar die jongens op zo'n schip hebben geen medelijden. Toen ik me weer meldde in de pantry gaven ze me beschuit te eten. Echt honger had ik begrijpelijkerwijze niet, maar wat doe je om beter te worden. Die droge massa kon ik nauwelijks door mijn keel krijgen, dus ik dronk wat. Het gevolg laat zich raden, weer kon ik in de looppas verdwijnen. Toen begon het een leuk spelletje te worden om mij van mijn zeeziekte af te helpen. Ik heb lopen kauwen op een stuk spek, dronk zeewater, waarmee de keuken werd schoongespoten, totdat ik zowat rijp was voor de sloop. Ten einde raad heb ik maar een hele strip zeeziekte-pillen opgegeten, toen was het over.

De hiërarchie in de keuken was zeer strikt. De chef verscheen een keer per dag in vol ornaat in de keuken en had de wind er goed onder. Aan het einde van de dag werd de pantry netjes opgeruimd. Alles wat over was werd eenvoudigweg door de patrijspoort naar buiten geflY Sorry, gooid. Dat gold niet alleen voor de grondstoffen, maar ook voor het serviesgoed en zilveren bestek. Uit de aard der zaak mochten wij niets mee naar onze hut nemen, maar dat gebeurde natuurlijk toch. Om niet tegen de lamp te lopen bij het terugbrengen ging het 'over de muur'.

De kapitein was net Onze Lieve Heer. Voor hem was alleen het beste goed genoeg. Zijn roomboter kwam altijd uit een nieuw pakje. Eens, op de terugweg naar Rotterdam, waren er geen sinaasappelen meer voor jus d'orange. De laatste kist was voor de kapitein. (En voor mij, want ik moest ze uitpersen.) Ik heb op een wat minder prettige manier kennis met hem gemaakt. Dat was toen er de eerste keer sloepenrol was. Na het alarm heb ik zeker twintig minuten door het schip lopen zoeken naar de plaats waar ik geacht werd aanwezig te zijn. Toen gaf ik de moed op en keerde terug naar de pantry, om vervolgens een uitnodiging te krijgen om bij de kapitein op bezoek te komen. De volgende sloepenrol was ik wel present!
September 92

DE TIEN GEBODEN VOOR EEN LERAAR.

  1. Wees voor je leerlingen een vriend, vader en vertrouwensman, naar gelang je leeftijd of je aard.
  2. Beschouw jezelf meer als opvoeder dan als overdrager van kennis en vaardigheden van jouw vakgebied. Je zult zien dat je in die volgorde toch je vak kwijt kunt.
  3. Cijfers alleen, zijn niet bepalend voor de kwaliteiten van een leerling. Verdiep je in alle achtergronden van je leerlingen. Pas dan kun je een gefundeerd oordeel vormen.
  4. Draag je vak met enthousiasme uit. Stel eisen en houd je eraan. Dwing respect af door je handelen en niet door autoritair gedrag. Geef zelf het goede voorbeeld.
  5. Bouw zelf je talenten uit, om de talenten van je leerlingen tot ontwikkeling te brengen.
  6. Laat de positieve eigenschappen van de leerling de richtlijn zijn van je gedachten. Schenk aandacht aan de kleine veranderingen. Gun ze de tijd. Je bent zelf ook niet van de ene op de andere dag volwassen geworden.
  7. Praat in conflictsituaties eerst met de leerling en dan met collega's. Schakel indien nodig de ouders in. Bedenk samen met de leerling of anderen, strategieën om iets te veranderen. Geef niet de leerling de schuld van jouw onmacht of ondeskundigheid, maar zoek de juiste hulp.
  8. Leer je leerlingen hoe ze moeten leren. Besteed alle aandacht aan leermiddelen. Denk zelf na. Durf van platgetreden paden af te wijken en je bakens te verzetten.
  9. Het leraarschap stelt hoge eisen, meet ze niet in tijd of geld, dan zal je altijd tekort komen.
  10. Heb eindeloos geduld, een goed humeur en plezier in je werk. Achter de wolken schijnt de zon.
Naar het column overzicht